Home

De olympische helden van 2028? Misschien wel deze vier. ‘Honderd procent zeker dat ik die Spelen ga halen’

Wie zijn de Nederlandse vaandeldragers van de toekomst en hoe beleven zij de lange weg naar hun eerste Olympische Spelen? Vier toptalenten vertellen over hun olympische droom.

Op 11 augustus 2024 nam Sifan Hassan tijdens de sluitingsceremonie van de Olympische Spelen van Parijs haar gouden medaille op de marathon in ontvangst. Het was de kroon op een zeer succesvolle editie voor de Nederlandse equipe. Een uurtje later reed Hollywoodster Tom Cruise op zijn motor het stadion uit, met de olympische vlag onder zijn arm. Weg uit Parijs, op naar Los Angeles, waar in 2028 de volgende Olympische Spelen zullen plaatsvinden.

Hoewel Harrie Lavreysen en Femke Bol over vier jaar zeker nog van de partij zullen zijn, worden elke Spelen ook weer nieuwe sporthelden geboren. Wie zijn de Nederlandse vaandeldragers van de toekomst en hoe beleven zij de lange weg naar hun eerste Olympische Spelen? Met nog 1.295 dagen te gaan tot de openingsceremonie in LA gingen we langs bij vier toptalenten en spraken met hen over hun olympische droom en de route naar goud.

Koen de Groot (20, zwemmen): ‘Mijn emotionaliteit is een kracht’

Twintig meter, zes flinke slagen, een perfecte aantik. Tevreden klimt schoolslagzwemmer Koen de Groot (20) het water uit. Met de rode afdruk van zijn iets te strakke zwembrilletje nog rond zijn ogen bekijkt hij samen met zijn coach beelden van zijn onderwatertechniek, gemaakt door een van de 29 camera’s in het trainingsbad. Met zijn snelheid zit het wel goed, maar voor een goed resultaat op de 100 meter schoolslag in Los Angeles moet hij werken aan zijn conditie: ‘Na 75 meter ben ik gewoon kapot, helemaal stuk, en dan zwemmen ze me nu nog voorbij.’

De Groot, afkomstig uit Zuid-Limburg, verhuisde op 17-jarige leeftijd naar een klein studiootje op 100 meter van het Pieter van den Hoogenband-zwemstadion in Eindhoven, waar zwembond KNZB de komende jaren de Nederlandse top hoopt te huisvesten. Hij woont op een gang met andere topzwemmers, en studeert – naast een trainingsweek van 24 uur – psychologie aan de Open Universiteit.

Zwemmen is ‘alles’ voor De Groot: ‘Ik ben een zwemmer, daaromheen is mijn identiteit gevormd. Willen racen op grote eindtoernooien is de reden dat ik elke ochtend weer opsta en naar de training ga.’

Afgelopen voorjaar was hij al dicht bij de Olympische Spelen van Parijs, maar een plekje verzilveren lukte hem niet. ‘Op het moment dat het moest gebeuren, presteerde ik ondermaats. Dat was een harde klap, waar ik goed ziek van ben geweest. Er zullen mensen zijn die mijn emotionaliteit een zwakte vinden, maar ik vind het een kracht. Die teleurstelling is een extra motivatie richting LA.’

In tegenstelling tot bij eerdere olympische cycli worden de uitverkorenen voor LA bepaald op basis van één enkele kwalificatiewedstrijd, twee maanden voor de Spelen. ‘Je hebt één kans om de limiet te zwemmen en sneller te zijn dan je concurrenten. Ongelooflijk spannend, maar ook heel eerlijk.’

Op dit moment zijn Caspar Corbeau en Arno Kamminga, beiden olympische medaillewinnaars, sneller dan De Groot. ‘Nu jaag ik nog op hen, maar misschien zijn die posities over drie jaar anders en wordt er op mij gejaagd.’

Bang voor de schijnwerpers is De Groot niet. ‘Ik kan me verheugen op de exposure. Dat er op NOS staat: ‘onze landgenoot Koen de Groot’. Ik ben niet iemand die zegt dat hij sowieso goud gaat halen, maar als mijn mobiliteit en conditie verbeteren, kan ik Nederland een olympische medaille bezorgen.’

Lieke Derks (21, judo): ‘Mijn grote kracht én zwakte is dat het nooit goed genoeg is’

Onder toeziend oog van wijlen judogrootheden Anton Geesink en Wim Ruska, groot afgebeeld in de judozaal van Papendal, traint judoka Lieke Derks een op een met haar coach Bas Meerveld. Ze bewegen zich bijna dansend over de tatami, elkaar stevig vasthoudend aan mouw, rug of judoband. Totdat Derks met een sierlijke schouderworp haar coach met een doffe klap op zijn rug gooit.

Dit tafereel herhaalt zich een aantal keer en Meerveld blijft telkens iets langer liggen voordat hij opstaat. ‘De ontwikkeling van Lieke gaat zo snel dat het steeds minder leuk wordt om met haar op de mat te staan’, zegt Meerveld met een grijns.

De 21-jarige Derks wordt gezien als de kroonprinses in de categorie tot 78 kilogram. Ze won vorig jaar zilver bij de jeugdwereldkampioenschappen en eerder dit jaar brons bij de Grand Prix van Zagreb, haar eerste seniorenwedstrijd.

De geboren Belfeldse traint, woont en studeert op Papendal. Hoewel haar wereld soms klein voelt, is ze op haar plek in het nationale topsportcomplex: ‘Het geeft energie dat iedereen hier op dezelfde manier met de sport bezig is en dezelfde doelen nastreeft.’

Het leven als topsporter kan een worsteling zijn voor Derks, waarin de zelfopgelegde druk torenhoog is. ‘Mijn grote kracht én zwakte is dat het nooit goed genoeg is. De wil om te winnen is zo groot.’

Afgelopen jaar won ze het EK in Den Haag, maar zelfs dat stemde haar niet tevreden. ‘Ik vond mezelf niet scherp en gefocust genoeg. Dat is ook een stukje bewijsdrang. Soms denk ik nog steeds dat ik niet kan judoën, en dan moet ik aan mezelf bewijzen dat ik het wel kan.’

Gebonden aan een gewichtsklasse moet Derks haar gewicht stabiel zien te houden, iets dat niet vanzelf gaat: ‘Dat heeft met discipline te maken, maar ik ben ook de limieten van mijn lichaam nog aan het ontdekken. Samen met een diëtist probeer ik nu de perfecte balans te vinden tussen voluit trainen en de juiste voeding.’

Mocht ze LA niet halen, zou dat een grote teleurstelling zijn: ‘Het is altijd mijn grote droom geweest. Eigenlijk wil ik gewoon een medaille halen. Tegelijkertijd heeft het geen zin om daar nu te veel over te fantaseren. Ik moet zorgen dat ik nu hard train en de juiste keuzen maak, anders gaat die fantasie nooit werkelijkheid worden.’

Het debacle van Parijs, waar de Nederlandse judoploeg geen enkele medaille haalde, voelt voor Derks als een extra motivatie: ‘Het was pijnlijk om te lezen hoe er door de media werd geschreven over mijn sport. Ik wilde eigenlijk meteen de mat opstappen en laten zien hoe mooi judo is. Hopelijk kan dat over vier jaar.’

Jarno van Daalen (18, atletiek): ‘Honderd procent zeker dat ik die Olympische Spelen ga halen’

Het is een ijzig koude avond aan de Kralingse plas in Rotterdam-West. Kogelstoter en discuswerper Jarno van Daalen (18) wandelt samen met moeder, coach en oud-olympiër Jacqueline Goormachtigh de atletiekbaan van zijn club PAC Rotterdam op. Van Daalen is weliswaar nog een broekie, maar zijn 2 meter lange, 112 kilo zware voorkomen maakt hem een imposante verschijning.

Zij moeder: ‘Die jongen wóónt in het krachthonk.’

Op zijn eerste internationale toernooi, de WK onder 20 jaar van afgelopen zomer, verraste hij vriend en vijand door goud te winnen bij het kogelstoten en zilver bij het discuswerpen. Hij veroverde als eerste Nederlander sinds Rutger Smith in 2000 een medaille op beide werponderdelen. Die prestatie leidde er zelfs toe dat zijn concurrenten aan het einde van het toernooi met hem op de foto wilden.

Over zijn genen heeft Jarno van Daalen niets te klagen. Zijn moeder was olympisch discuswerper en ook zijn zus Alida deed al als atleet mee aan de Spelen: afgelopen jaar in Parijs, bij zowel het discuswerpen als het kogelstoten.

Aankomende zomer gaat hij naar de VS, zijn zus achterna, om op een Amerikaans college te gaan studeren en trainen. ‘Ik heb een nieuwe omgeving nodig, met betere faciliteiten’, vertelt Van Daalen. ‘Papendal wilde me niet en verder zijn de mogelijkheden in Nederland beperkt. In Amerika kan ik de volgende stap in mijn ontwikkeling zetten en krijg ik een woning, een onkostenvergoeding, een fysio en een diëtist.’

De kortetermijndoelen zijn duidelijk voor Van Daalen: ‘Komend jaar wil ik Nederlands kampioen worden, zowel met de kogel als met de discus, beide met een Nederlands record. En vervolgens dubbel goud op het EK onder 20 jaar.’

Zich opofferen voor een leven als topsporter doet hij graag: ‘Ik drink niet en ik ga niet uit, maar dat past ook niet bij mij. Ik word gelukkig van hard trainen.’ Om mentaal sterk te worden leest hij de boeken van ultraloper David Goggins, die hem leren om te gaan met stressvolle situaties.

Aan zelfvertrouwen geen gebrek bij Van Daalen: ‘Honderd procent zeker dat ik die Olympische Spelen ga halen. Ik denk zelfs dat een medaille mogelijk is.’

Belangrijker nog dan het halen van een olympische medaille is voor hem de mogelijkheid om op dezelfde Spelen te werpen als zijn zus. ‘Samen in het vliegtuig daarheen, samen de openingsceremonie meemaken. Dat zijn momenten waar ik nu al naar uitkijk. Wie weet mogen we wel samen de vlag het stadion in dragen.’

Kim Kalee (22, baanwielrennen): ‘Nu ik ben doorgebroken durf ik mezelf topsporter te noemen’

In een leeg Omnisport in Apeldoorn, de thuisbasis van de Nederlandse baanwielrenploeg, rijdt Kim Kalee gefocust rond. Haar peperdure, op maat gemaakte zwart-oranje racefiets verraadt de nieuwe status van de 22-jarige topsporter. Want zo noemt ze zichzelf sinds de zilveren medaille die ze in oktober op het WK baanwielrennen in Denemarken veroverde op het onderdeel teamsprint. ‘Tot dat toernooi was ik talent, maar nu ben ik doorgebroken en heb ik het zelfvertrouwen om mezelf topsporter te noemen.’

Kalee kwam op haar 15de via een talentendag van het NOCNSF in aanraking met baanwielrennen. Pas op haar derde training durfde ze door de steile buitenbochten van de imposante wielerbaan te fietsen. Inmiddels rijdt ze, als starter van de teamsprint, in iets meer dan 19 seconden de 250 meter lange baan rond. Na zeven jaar is dat de tijd die uit haar imposante dijbenen en kuiten komt, zes tienden van een seconde verwijderd van de tijd van de snelste starter op de teamsprint in Parijs.

Kalee: ‘Hoewel mijn grote kracht mijn explosiviteit is, rijd ik tegen meiden die een stuk ouder zijn dan ik en substantieel langer in het krachthonk hebben doorgebracht.’

Ze ziet nog genoeg rek in haar lichaam: ‘Op dit moment deadlift ik 155 kilo. Per jaar wil ik daar 5 kilo bij doen, wat betekent dat ik richting de Olympische Spelen rond de 175 kilo zou moeten tillen. Baanwielrennen, en vooral sprint, is echt een krachtsport geworden. Wie de meeste kilo’s tilt, is meestal de snelste.’

Om de zelfopgelegde verwachtingen in toom te houden sprak Kalee het afgelopen jaar met een sportpsycholoog, die haar leerde te vertrouwen op het proces: ‘Ik wil de snelste zijn, maar ik moet accepteren dat dat de komende jaren misschien nog niet zo is. Het grote einddoel is goud in LA. In een olympische cyclus gaat het om geduld hebben en op het juiste moment pieken; en dan is het misschien niet zo erg als we volgend jaar nog zilver halen op een WK.’

Met haar medaille op het afgelopen WK verwierf ze de A-status van NOCNSF, waarmee ze een maandelijks bedrag krijgt bijgeschreven om de weg naar de Olympische Spelen in Los Angeles te bekostigen. ‘Ik moet mijn eerste loon nog krijgen, maar dat ik nu mijn eigen huur en topsportcarrière kan bekostigen voelt heel fijn.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next