Home

Jonathan Coe gidst ons door de wereld van de misdaadroman, te beginnen bij ‘cosy crime’

De Britse auteur Jonathan Coe combineert in zijn nieuwe roman drie genres, waaronder cosy crime; een term die toch even verduidelijkt moet worden. Verder tipt hij de beste whisky en onontdekte Britse plekken.

schrijft voor de Volkskrant over boeken, met name uit het Engelse taalgebied.

‘Een paar jaar geleden was ik in een Franse boekhandel en zag daar een afdeling die cosy crime heette. Die term was op dat moment nieuw voor mij. De boeken waren in het Frans, maar de benaming cosy crime was Engels, een staaltje culturele export dat ik wel interessant vond. Toen ik een paar van die boeken las, realiseerde ik me dat ze een moderne variant vormen van wat wij in Groot-Brittannië golden age crime noemen: Agatha Christie, Dorothy L. Sayers, Margery Allingham, die generatie.’

Jonathan Coe (63) is zojuist met de trein uit Parijs aangekomen in Amsterdam en reist morgen weer af naar Brussel. Onlangs is zijn vijftiende roman, Het bewijs van mijn onschuld, verschenen, een boek waarin hij op speelse wijze drie literaire genres combineert – waaronder cosy crime, wat die merkwaardige term ook moge betekenen. Daar wil hij graag over vertellen, maar ook voor culturele tips kunnen we bij hem aankloppen. Hij heeft onderweg in de trein al een lijstje in zijn telefoon gezet. Maar eerst dus dat cosy crime.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.

Coe: ‘Die boeken hebben een aantal vaste ingrediënten. Het zijn whodunits die dikwijls spelen in een stijlvol Brits landhuis, er is sprake van geheime kamers of gangen en de detective in kwestie is een wat excentrieke, kleurrijke figuur: Miss Marple, Lord Peter Wimsey, dat soort types. Ik heb veel respect voor crimeschrijvers. Het leek me een uitdaging om eens een poging in die richting te wagen. Maar wel op mijn manier.’

Dicht op de tijdgeest

De romans van Jonathan Coe zijn altijd dicht op de tijdgeest geschreven. Veel van zijn boeken worden wel state of the nation-romans genoemd: romans die ons vertellen hoe Groot-Brittannië er volgens de auteur voor staat.

Het bewijs van mijn onschuld is daarop geen uitzondering. Werkloosheid onder jongeren, onbetaalbare huizen, de door politiek rechts bedreigde National Health Service, de radicalisering van de Conservatieven en natuurlijk de Brexit figureren nadrukkelijk. Hoofdpersoon van Het bewijs van mijn onschuld is Phyl, een jonge vrouw van in de twintig.

‘Phyl is deels geïnspireerd op mijn twee dochters en hun vrienden. Gen Z dus. Ze is na haar studie van arren moede weer bij haar ouders ingetrokken en werkt met een nulurencontract bij een sushirestaurant op Terminal 5 van de Londense luchthaven Heathrow. Nadat mijn jongste dochter in 2022 was afgestudeerd, kwam ze in september weer thuis wonen, omdat ze verder geen vooruitzichten had. Toen ik aan mijn boek begon, besloot ik het in september 2022 te situeren en ging vervolgens op krantenwebsites en Wikipedia uitzoeken wat er die maand allemaal gebeurd was.

‘Bij wijze van cadeautje bleek dat precies de periode van het 49 dagen korte premierschap van Liz Truss, dat van 6 september tot 25 oktober duurde. Ik had Truss een paar jaar eerder ontmoet tijdens een diner op de Franse ambassade ter gelegenheid van de 14de juli. Het was duidelijk dat zij zeer gedreven was en toen ik aan haar werd voorgesteld als een links georiënteerde schrijver, gedroeg ze zich uitgesproken vijandig. Het kwam mij heel goed uit om het boek te beginnen bij haar aantreden en te eindigen met haar vertrek.’

Drie genres

In Het bewijs van mijn onschuld droomt Phyl ervan een roman te schrijven en twijfelt tussen drie populaire genres: cosy crime, dark academia (denk aan Donna Tartts De verborgen geschiedenis) en autofictie (schrijven over je eigen leven, maar dan in romanvorm). In Het bewijs van mijn onschuld doet Coe uiteindelijk alle drie.

Het eerste deel van de roman vertelt over een moord tijdens een conferentie van een groep radicale leden van de Conservatieve Partij in een groot landhuis. Het middendeel is gesitueerd in het Cambridge van de jaren tachtig, waar zich sinistere zaken afspelen. In het slotdeel gaan Phyl en een vriendin op onderzoek uit naar de gebeurtenissen in de voorafgaande twee delen. Daarnaast zijn er een proloog en een epiloog, die alle gebeurtenissen nog eens in een heel nieuw daglicht plaatsen.

‘Hoewel ik de roman uiteindelijk in zes maanden heb geschreven, was de aanloop ernaartoe vrij lang. Pas toen ik het personage van de detective had gevonden (de vrolijke, kogelronde levensgenietster Prudence Freeborne, red.), kwam het boek op gang. Het dark-academia-gedeelte is deels gebaseerd op mijn eigen tijd in Cambridge. Ik kwam uit een middenklassengezin en had op een keurig gymnasium gezeten, maar niet op een public school als Eton, Harrow of Rugby, zoals verder bijna iedereen in Cambridge. Veel studenten kenden elkaar van hun public school. Ze vormden een soort geheim genootschap met allemaal sociale codes en gewoonten waar ik niets van wist en niets van begreep. Het heeft me best lang gekost voor ik doorhad hoe ik me tegenover hen moest gedragen.’

In het derde deel van het boek houdt Coe zich onder meer bezig met de vraag hoe je via fictie de waarheid kunt vertellen. ‘We leven in een tijdperk waarin het begrip ‘waarheid’ zwaar onder druk staat. Mensen leven in verschillende realiteiten en zijn het vaak volkomen oneens over wat werkelijkheid is en wat fabel. Dat is een heel gevaarlijke situatie. Maar wanneer je fictie schrijft, is er een contract tussen de schrijver en de lezer waarin staat: dit zijn allemaal leugens, het is allemaal verzonnen. Dat maakt de weg vrij om waarachtige dingen te schrijven.’

De schrijnendste scheidslijn

Een van de terugkerende elementen in Het bewijs van mijn onschuld is de breuklijn tussen de diverse generaties. Coe is zich ervan bewust dat gen Z een aanzienlijk minder aantrekkelijke wereld heeft geërfd dan zijn eigen generatie. ‘Brexit heeft diverse maatschappelijke scheidslijnen in ons land zowel helder in beeld gebracht als versterkt. De tegenstellingen tussen links en rechts, tussen de stad en het platteland, tussen academisch opgeleiden en niet-academisch opgeleiden.

‘Maar de schrijnendste scheidslijn was die tussen oud en jong. De ouderen stemden vóór de Brexit, de jongeren tegen. Er is, na acht jaar, nog steeds veel bitterheid over het referendum. Dit lijkt bij gen Z tot een steeds grotere polarisatie te leiden. Mijn generatie stemt nog op de traditionele partijen, de jongeren stemmen óf uitgesproken progressief, met name op de Green Party, óf juist radicaal rechts: Reform UK van Nigel Farage.’

Een andere rode draad in Het bewijs van mijn onschuld is de populariteit van de televisieserie Friends onder twintigers. ‘Als gevolg van onder meer covid, de steeds grotere impact van sociale media en zeker ook de klimaatverandering is gen Z een angstige generatie’, meent Coe. ‘Het gebruik van medicijnen tegen angst in die generatie is enorm. Ze hebben veiligheidskleppen nodig, safespaces. Bij mijn dochters, en ook bij Phyl en haar vriendin, vormt de televisieserie Friends zo’n veiligheidsklep. Die speelt in de jaren negentig, dus voor hun geboorte. Het is nostalgie naar een periode die ze niet zelf hebben meegemaakt en die geruststellend werkt. Waar jongeren een generatie eerder dikwijls cynische, nihilistische trekken vertoonden, is gen Z betrokken en ernstig. Ze hebben mijn uitgesproken sympathie, en niet alleen als vader.’

Boek: Friedrich Dürrenmatt, Het gebeurde op klaarlichte dag (Das Versprechen. Requiem auf den Kriminalroman)

‘Door mij gelezen in Engelse vertaling: The Pledge. Elegy for the Crime Novel. Dat boek heeft me sterk beïnvloed bij het schrijven van Het bewijs van mijn onschuld en is echt een meesterwerk. Dürrenmatt schreef een filmscript getiteld Het gebeurde op klaarlichte dag. Dat ging over een seriemoordenaar in Zwitserland. Vervolgens heeft hij dat script bewerkt tot een roman en voegde er een proloog en een epiloog aan toe, die bestaan uit een dialoog tussen een misdaadboekenauteur en een detective. En die proloog en epiloog ondermijnen alles wat er eerder in het boek is beschreven. Het was verbijsterend om dat te lezen: het boek voldoet aan alle verwachtingen rondom de misdaadroman en vervolgens deconstrueert het zichzelf volkomen. Mijn roman heeft een totaal andere toon, maar is wel geïnspireerd op die structuur.’

Musicus: Michael Torke

‘Torke schrijft al vele jaren symfonische muziek, maar een jaar of vijf geleden maakte hij een complete stijlverandering door. Hij ging minimalistische muziek schrijven in de stijl van Steve Reich, maar dan met veel meer orkestrale kleur, een geweldige energie en inventiviteit. Bijna alle klassieke muziek waar ik naar luister is droevig. Als ik naar symfonieën of pianoconcerten luister, luister ik alleen naar het langzame deel. Maar de muziek van Michael Torke is opgewekt en heeft een trilling, een vibratie, de polsslag van het dagelijkse leven. Zijn muziek lijkt te vieren hoe wij ons met zijn allen door het dagelijkse leven heen slaan. Het is erg complexe muziek, sterk contrapuntisch, zeer melodieus en het tovert een glimlach op je gezicht. Er is maar heel weinig muziek die dat bij mij bewerkstelligt. Ik voel me goed en tevreden als ik naar hem luister. Zijn laatste album heet Unseen, een orkestwerk in negen delen. Ik luisterde er eerder vandaag naar in de trein vanuit Parijs. En ik was gelukkig.’

Software: Ableton Live

‘Ik heb altijd kleine stukjes muziek geschreven, puur als hobby en als amateur, en dat deed ik altijd op een analoge manier: met cassetterecorders en zo, heel primitief. Maar hoewel ik in veel opzichten ambivalent sta tegenover de digitale wereld, vind ik digitale muzieksoftware helemaal geweldig. Als je Ableton Live op je computer hebt gedownload, kun je alles doen wat je wilt. Elke plek waar je je bevindt kan een opnamestudio worden. Je kunt anderen fragmenten sturen van wat je hebt opgenomen en zij kunnen er hun bijdrage aan toevoegen en dat dan weer terugsturen. Zo kun je een virtuele band hebben die zich tegelijkertijd in vijf verschillende landen bevindt. Terwijl ik dit vertel, zie ik in mijn ooghoek dat ik op dit moment word gebeld door een van mijn collega-musici met wie ik aan een project werk. (Coe drukt het binnenkomende telefoontje weg en legt zijn mobiel weer naast zich op de bank.) Kortom: muzieksoftware heeft mijn leven verrijkt, maar aan de andere kant heeft internet het musici vrijwel onmogelijk gemaakt te leven van de muziek die zij hebben opgenomen. Het is eindeloos veel gemakkelijker geworden muziek te maken en tegelijk eindeloos veel moeilijker er iets mee te verdienen.’

Film: Emilia Pérez (2024, Jacques Audiard)

‘Het afgelopen weekend zag ik Emilia Pérez, geregisseerd door Jacques Audiard. Een verbijsterende film! Het is een musical en dat is nou niet echt mijn favoriete genre. Audiard maakt doorgaans harde, sociaal-realistische films. Dat is Emilia Pérez ook, maar het is ook een film waarin mensen ineens – als je het totaal niet verwacht – beginnen te zingen en te dansen. En op de een of andere manier werkt dat hier. Het gaat over de leider van een Mexicaans drugskartel, die een geslachtsverandering ondergaat van man naar vrouw. Tegelijkertijd maakt hij een complete morele ommekeer door en begint slachtoffers van misdrijven te helpen. Het is een verhaal over verlossing met in de kern een betoog over transidentiteit. De film staat bol van de levenslust, de energie, verrassingen. Ik kende Audiards andere films goed, en dan is het geweldig als een kunstenaar je zo compleet verrast.’

Fictief personage: Chandler uit Friends

‘Chandler werd gespeeld door de vorig jaar overleden Matthew Perry. Hij was mijn favoriete personage uit de serie, waarvan ik met het oog op mijn boek een heleboel afleveringen opnieuw heb bekeken. Daarbij werd ik bevestigd in mijn overtuiging dat de scripts voor Friends inderdaad heel goed in elkaar zitten. Ik hou van komedie en probeer ook in mijn eigen boeken humoristische passages te verwerken. Het is mooi om te zien dat in Friends de lat op dat gebied hoog ligt. Natuurlijk weet ik dat er in Amerika, anders dan in Europa, teams van tien, twaalf auteurs aan dezelfde aflevering werken. Maar bij Friends betaalt zich dat echt uit in een hoge mate van uitgesproken goede zinnen, die de acteurs krijgen aangeboden. De aantrekkingskracht van Chandler zit hem in zijn kwetsbaarheid, zijn ongemak en de wijze waarop hij daar via humor en zelfspot mee omgaat. In veel opzichten is hij het meest verscheurd, het meest awkward van de zes vrienden. En ik denk dat het de reden is dat gen Z zich tot hem voelt aangetrokken.’

Drank: Penderyn whisky

‘Ik heb altijd van whisky gehouden, en zoals de meeste whiskydrinkers gaat mijn voorkeur daarbij uit naar Schotse single malt whisky. Ook Ierse whiskey (met een e) en Japanse whisky drink ik graag, waarbij de laatste tegenwoordig als favoriet van de echte connaisseurs geldt. Hij is erg duur. Meer recent heb ik Welsh whisky ontdekt: Penderyn. Dat is een heel lichtgekleurde whisky met een citrusachtige afdronk. Dat vind ik erg aangenaam. Ik hou ook erg van de whiskys van het eiland Islay, maar de meeste daarvan zijn erg krachtig, rokerig van smaak. Zij kunnen je een hevige kater bezorgen. Penderyn komt een stuk minder heftig aan en drinkt bijna als een droge sherry.’

Locatie: Shropshire

‘Waarschijnlijk is Shropshire niet een plek waar veel Nederlanders heen gaan. Het ligt tegen Wales aan en veel mensen rijden er alleen maar doorheen richting Wales. Of ze gaan naar Stratford-upon-Avon, voor Shakespeare, en dan weer terug naar Oxford en Londen. Maar Shropshire is een prachtig graafschap met wondermooie heuvelgebieden zoals The Long Mynd, met de Stiperstones als hoogste punt. Het is een heel wild landschap. Elke keer als ik in Shropshire ben, valt mij de absolute afwezigheid van toeristen op. Aan de ene kant vind ik dat heerlijk, want dan heb ik het landschap voor mezelf. Maar aan de andere kant stelt het me ook teleur, want het voelt als een soort gebrek aan erkenning. Ludlow is een prachtige stad en een goed uitgangspunt om de omgeving te verkennen.’

Lied: La Cathedrale de Strasbourg van Focus

‘Het is niet een van hun beroemde nummers en staat op het album Hamburger Concerto. Het bevat in een tijdsbestek van vijf minuten vier totaal verschillende stemmingen. Ik vind het een geweldig geluidsportret van een wonderbaarlijk gebouw. Als ik in Straatsburg ben en de kathedraal bezoek, speel ik dat nummer altijd af op mijn koptelefoon. Het nummer heeft ook de beste ‘menselijke fluitsolo’ – dus met de mond, niet met een instrument – in de muziekliteratuur. Ik weet niet of Thijs van Leer het vooraf had gecomponeerd of ter plekke improviseerde. Het geluid van menselijk gefluit is niet per se een van de mooiste, maar in deze context werkt het uitstekend.’

Schrijver: Henry Fielding (1707-1754)

‘Fielding is de auteur van romans als Tom Jones en Joseph Andrews. Hij breekt in zijn werk elk onderscheid tussen conventioneel schrijven en experimenteel schrijven af. Al in de 18de eeuw discussieerde hij over het schrijven terwijl hij zijn boeken schreef. Hij is heel ontregelend, terwijl hij tegelijk een schitterende plot neerzet. Bovendien presenteert Fielding in zijn romans heel goede mannelijke rolmodellen. Ik denk dat mannelijkheid een erg problematisch begrip is bij hedendaagse tieners en twintigers. Denk aan de populariteit van Andrew Tate en zelfs Nigel Farage. Tom Jones en Joseph Andrews bieden uitstekende uitgangspunten voor nadenken en discussiëren over het begrip mannelijkheid. Bovendien is hij grappig. En tja, naar mijn mening moeten boeken grappig zijn.’

Jonathan Coe: Het bewijs van mijn onschuld. Uit het Engels vertaald door Dennis Keesmaat en Joris Vermeulen. Bezige Bij; 448 pagina’s; € 27,99.

Cv Jonathan Coe

19 augustus 1961 Geboren in Bromsgrove (Birmingham), Engeland.

1980-1983 Trinity College, Cambridge (BA Engelse literatuur).

1983-1986 University of Warwick (MA, PhD Engelse literatuur).

1987 Debuutroman The Accidental Woman.

1994 Het moordend testament (What A Carve Up!).

2001 De Rotters club (The Rotters’ Club).

2010 De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim (The Terrible Privacy of Maxwell Sim).

2015 Nummer 11 (Number 11).

2018 Klein Engeland (Middle England).

2020 Meneer Wilder en ik (Mr Wilder and Me).

2022 Bournville.

2024 Het bewijs van mijn onschuld (The Proof of My Innocence).

Jonathan Coe woont in Londen. Hij is getrouwd met Janine McKeown, met wie hij twee dochters heeft. Coe is een enthousiast keyboardspeler en treedt in die hoedanigheid onregelmatig op, onder meer op literaire festivals.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next