Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Noël van Bemmel weet na twee jaar in Indonesië: het grootste moslimland ter wereld is beslist geen tropisch Afghanistan.
is correspondent Zuidoost-Azië van de Volkskrant. Hij woont op Bali.
‘Hoe erg is het om als buitenlander in het grootste moslimland ter wereld te wonen?’ ‘Kun je daar nog wel een biertje krijgen?’ Dat soort vragen kreeg ik van vrienden, toen ik vertelde dat ik vijf jaar in Indonesië ging wonen. Zij hadden – net als ik – met groeiende zorg artikelen gelezen over de shariawetgeving in de provincie Atjeh (stokslagen voor buitenechtelijke seks, homoseksualiteit, alcoholconsumptie), over islamitische knokploegen die bars kort en klein slaan op Java en over niet-moslima’s die op school toch gedwongen worden een hijab te dragen. Een enkele reis naar tropisch Afghanistan.
Het voorlopige antwoord na twee jaar: Indonesië lijkt toleranter dan gedacht. Vraag jonge moslima’s in de hoofdstad Jakarta waarom ze eigenlijk geen hoofddoek dragen en ze antwoorden (een beetje geschrokken): ‘Euh, ik zie er leuker uit zonder hijab.’ Of: ‘Ik wil een moderne moslim zijn.’ Met de zegen van hun ouders, verzekeren zij.
Zelfs in het vrome Banda Atjeh, waar de shariapolitie patrouilleert, lopen vrouwen zonder hoofddoek. Is geen probleem, legde een van hen uit, als je maar een ID bij je hebt waarop staat dat je geen moslim bent. Jonge vrouwen rijden er rond op hun scooter (officieel niet overal toegestaan) en maken selfies op het strand in kleurrijke hijabs en elegante jurken die in Jakarta riskant zouden zijn. De shariapolitie liet zich niet zien.
Er zijn geen knokploegen meer op straat in Yogyakarta, de rooftopbars van Jakarta serveren Instagramwaardige cocktails aan rijke Indonesiërs, zelfmoordaanslagen op bars of kerken door islamitische extremisten zijn zeldzaam en zelfs in Banda Atjeh – dat zichzelf graag afficheert als de veranda van Mekka – kun je best een biertje krijgen (moet je wel heel hard zoeken). Daar werd de verslaggever (geen moslim) tijdens het vrijdaggebed in de Grote Moskee hartelijk verwelkomd en vriendelijk toegeknikt door nieuwsgierige gelovigen. ‘Wij accepteren dat buitenstaanders andere gebruiken hebben dan wij’, verzekerde een van hen.
Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) inventariseert jaarlijks alle nieuwe wetten in Indonesië die de rechten van burgers ondermijnen. En dat zijn er nogal wat. Maar vraag daarnaar op straat, en de meeste Indonesiërs halen hun schouders op. Ach, dat is maar papier, zeggen ze dan, in de praktijk merk je daar niks van. Zolang je geen vijanden maakt, zo is de gedachte, zal niemand een aanklacht indienen.
HRW inventariseert ook incidenten waarbij schooldirecteuren of werkgevers ten onrechte een hoofddoek eisen, of lokale bestuurders die de bouw van een kerk blokkeren. Doorgaans worden die teruggefloten door Jakarta, mits de ophef op sociale media groot genoeg is.
Er worden in Indonesië burgerrechten geschonden, er heerst juridische willekeur, een enkeling hunkert naar de wereld van de 7de eeuw waarin de profeet Mohammed leefde; maar de meeste Indonesiërs lijken toch vooruit te willen kijken. Zij afficheren zich als moderne moslims die aansluiting zoeken bij de rest van de wereld. Die kennis van de Engelse taal toch nuttiger vinden dan de Koran kunnen lezen in het Arabisch. Kortom: hoe erg is het om als buitenlander in het grootste moslimland te wonen? Helemaal niet erg. Integendeel, de meeste Indonesiërs zijn behulpzaam en openhartig.
Zelf vraag ik mij eerder af: hoe zou het zijn om als Indonesische moslim in Indonesië te wonen? Waar de groepsdruk om aan religieuze en sociale normen te voldoen, onbarmhartig is. Wie de tradities van zijn gemeenschap respecteert, vroeg trouwt met een heteropartner van hetzelfde geloof, veel kinderen krijgt en zijn ouders in huis neemt, heeft niets te vrezen.
Maar wie een alternatieve keuze voor ogen heeft, eindigt nogal eens alleen; of bijvoorbeeld op Bali met andere buitenbeentjes die wegblijven tijdens het suikerfeest. Een tsunami-overlevende in Banda Atjeh, die twintig jaar geleden twee kinderen verloor, vertelde zelfs dat de groepsdruk om snel nieuwe kinderen te maken na de tsunami, haar een dubbel trauma opleverde. Voor een buitenstaander moeilijk te begrijpen, voor een Indonesiër niet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant