De belangstelling voor het pas vrijgegeven collaboratie-archief is zo groot, dat de studiezaal van het Nationaal Archief in Den Haag de komende maand is volgeboekt. Wel klinkt er kritiek op de namenlijst met verdachte collaborateurs, die online staat: ‘Dit leidt tot angst en onterechte speculaties.’
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over gezondheid.
Amateurhistoricus Pierre Hupperts moest er uren voor achter zijn laptop zitten, maar uiteindelijk lukte het hem donderdag om bij het Nationaal Archief twaalf dossiers van collaboratieverdachten te reserveren. Hij was vroeg op; toen de website van het collaboratie-archief openging, logde hij als een van de eersten in. Al snel liep de site vast en in de middag was er geen dossier meer te reserveren. De belangstelling was zo groot dat de studiezaal in Den Haag, waar de dossiers zijn in te zien, tot half februari zit volgeboekt.
Hupperts publiceerde onlangs een boek over het naoorlogse rechtsherstel in de Limburgse gemeente Gulpen-Wittem, waar hij in 1955 als mijnwerkerszoon werd geboren. Het is een minutieuze reconstructie, waarvoor hij in het Nationaal Archief in Den Haag honderden dossiers las over 139 dorpsbewoners die na de oorlog van collaboratie werden verdacht of ervoor waren veroordeeld.
Had hij mensen gemist? Met die vraag logde hij donderdag in op de website oorlogvoorderechter.nl. Daarop staan de namen van ruim 400 duizend inmiddels overleden collaborateurs, daders en verdachten, van wie het dossier kan worden ingezien. Hij vond er namen die hij nog niet kende, maar ook namen waar hij ‘de kriebels’ van kreeg: Gulpenaren in wier dossier de aantekening GNO staat, oftewel Geen Nader Onderzoek. ‘Die zijn door iemand beschuldigd, hebben een gesprek gehad met een rechercheur en de zaak is afgelegd.’
Ook die mensen staan op de landelijke lijst van collaboratieverdachten. Er wordt aan naming-and-shaming gedaan, vindt hij, terwijl nadere informatie vooralsnog ontbreekt. Wie wil weten wat iemand op de lijst precies heeft gedaan, moet naar Den Haag, en voorlopig anderhalve maand wachten.
Bij collaboratie denken we meteen aan het allerergste, zegt Hupperts, maar dat hele erge betreft slechts 15 procent van alle zaken. In alle andere gevallen gaat het om ‘kruimelaars’, zegt hij, om ‘kleine lieden’ die een verkeerde keuze hebben gemaakt. Al die ‘grijstinten’ kwam hij tegen toen hij de afgelopen jaren in de studiezaal van het Nationaal Archief de dossiers van zijn dorpsgenoten doornam. Die duiding ontbreekt nu.
Wie op een naam uit de lijst klikt, krijgt te zien door wie de zaak na de oorlog is afgehandeld. Is dat alleen de PRA, de politieke recherche, dan is het vaak een kleine zaak geweest, vermoedt Hupperts. Als er meer instanties bij betrokken zijn geweest, dan waren de misdaden waarschijnlijk groter. ‘Maar ook dat is deels een gok. Mensen krijgen nu informatie waar ze niets van begrijpen. Met zorgen, angst en onterechte speculaties tot gevolg.’
In de archieven zitten ook dossiers van onschuldige mensen, weet Hupperts uit zijn onderzoek. Van hen is na de oorlog een dossier aangelegd, omdat ze zijn beschuldigd ‘om een flutreden’. Hij vertelt over een boer die een Engelse piloot aan de deur kreeg die hij niet verstond; de boer sprak geen Engels. Daarom verwees hij de piloot naar de buurman. ‘Na de oorlog kreeg hij een proces aan zijn broek omdat hij de piloot niet had geholpen.’
Nóg een voorbeeld uit zijn eigen gemeente: twee vrouwen kregen het na de bevrijding met elkaar aan de stok, waarna de ene vrouw iets lelijks zei over koningin Wilhelmina. Ze werd na een klacht van de andere vrouw opgepakt en zat zes maanden in een kamp wegens majesteitsschennis. Haar naam kwam Hupperts tegen op de lijst.
Een woordvoerster van het Nationaal Archief benadrukt dat van de personen op de lijst alleen duidelijk is dat ze voorkomen in het archief, het hoeft zeker niet te betekenen dat ze daadwerkelijk iets fout hebben gedaan.
De nu ontstane problematiek is deels het gevolg, zegt ze, van het voorlopige verbod op de online openstelling, waartoe minister Bruins (Cultuur) vorige maand na een waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens heeft besloten. Als bezoekers thuis online de dossiers hadden kunnen inzien, was een deel van hun vragen vermoedelijk snel beantwoord.
Maar zelfs dan zou er onzekerheid zijn ontstaan, denkt ze. Van het collaboratie-archief is nog maar een derde gedigitaliseerd, vooral de ernstige zaken. De andere dossiers, over kleinere zaken, zouden pas de komende twee jaar gefaseerd online beschikbaar komen; daarvoor hadden belangstellenden de komende jaren alsnog naar Den Haag gemoeten.
Met de lijst wil het archief nabestaanden van daders en verdachten makkelijker toegang geven tot dossiers, aldus de woordvoerster. ‘Als zij echt vinden dat de naam van hun familielid er onterecht op staat, laat ze dan contact met ons opnemen.’
Sinds Hupperts zijn boek heeft gepubliceerd, wordt hij regelmatig benaderd door nabestaanden, die hem om hulp vragen bij het uitzoeken en vooral het duiden van een collaboratiedossier. Soms gaat hij zelfs mee naar het archief in Den Haag. Die duiding geeft gemoedsrust, heeft hij gemerkt. ‘Er zijn zoveel verhalen, in families, in dorpen, die niet compleet zijn of die niet kloppen.’
De website oorlogvoorderechter.nl van het Nationaal Archief is donderdag, op de openingsdag, 389 duizend keer bezocht. Normaal gesproken trekt de website van het Nationaal Archief 8.000 bezoekers per dag.
Het grootste deel van het oorlogsarchief moet nog worden gedigitaliseerd. Dat duurt tot eind 2026. Iedere week worden er zo’n 150 duizend pagina’s gescand en die dossiers zijn dan tijdelijk niet in te zien in de studiezaal.
Dat verklaart waarom belangstellenden donderdag al snel geen plek meer konden reserveren, zegt een woordvoerster. Het archief werkt vooruit, in clusters van 45 dagen. Voorkomen moet worden dat mensen een dossier aanvragen dat op de dag dat ze naar Den Haag komen niet beschikbaar is. ‘Iedere werkdag komen er nieuwe plekken vrij, dus het loont de moeite om het te blijven proberen.’
In de studiezaal is het aantal plekken uitgebreid naar 140, waarvan er elke dag ruim 60 beschikbaar zijn voor bezoekers van het collaboratie-archief.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant