Tot op het laatst van zijn leven wijdde schrijver Guus Luijters zich aan de letteren. Zijn laatste publiek oproep luidde: ‘Lees, want de kabouters doen het niet voor je en er is maar weinig tijd, terwijl er veel boeken zijn.’ Vrijdag overleed hij.
is boekrecensent bij de Volkskrant.
‘Meestal heb je een van de twee: of goede recensies of veel lezers’, zei Guus Luijters in een interview dat in Het Parool verscheen kort nadat hij had gehoord dat hij ongeneeslijk ziek was. ‘Ik had geen hoge oplages en altijd slechte kritieken.’
Aan een helder zelfbeeld heeft het Luijters nooit ontbroken. Al gaf hij hier een wel zeer eenzijdige kijk op zichzelf. Het is waar: Luijters, de chroniqueur van het dagelijkse leven voor dag- en weekbladen, werd meer gelezen dan Luijters de literator. Maar beiden hebben hun sporen nagelaten.
Luijters werd in Amsterdam geboren op 3 november 1943. Altijd zou hij een kind van de oorlog blijven. Terwijl hij opgroeide, zag hij de lege plekken in de stad: de mensen die waren weggehaald, de huizen die waren vernield, de ontzielde straten. Luijters was een veelvraat en zeer productief – hij schreef over van alles – maar altijd zou de oorlog in zijn werk blijven opduiken.
De Joods-Franse Serge Klarsfeld had in 1995 een boek gemaakt met een korte levensbeschrijving van elk Frans kind dat in de oorlog was omgebracht. Dat ga ik ook doen, dacht Luijters, schrijven over al die kinderen die geen kans kregen sporen na te laten.
In 2012 verscheen In Memoriam, een boek met miniportretjes van 18 duizend kinderen. Dankzij aandacht van Matthijs van Nieuwkerk in DWDD vond het zijn weg naar de lezer. Een jaar later schreef hij bij wijze van aanvulling Kinderkroniek 1940-1945: brieven, getuigenissen en dagboeken uit de Shoah, waarin de kinderen met dagboekfragmenten, brieven en getuigenissen zelf aan het woord komen.
Een van zijn laatste grote projecten was de documentaire Verdwenen Stad (2024), gebaseerd op het gelijknamige boek dat hij met regisseur Willy Lindwer had gemaakt. Ze gingen op zoek naar de rol die het GVB, het openbaarvervoerbedrijf van Amsterdam, had gespeeld bij de deportatie van Joden. Je zag Luijters in een antiek trammetje door Amsterdam rijden, onderweg vertellend over de plekken waar Joden werden verzameld om te worden afgevoerd.
Nog lang na de oorlog stuurde het GVB rekeningen voor de gemaakte kosten, zo bleek, ook naar de ouders van Anne Frank. Niet lang na het verschijnen van de documentaire kreeg hij van burgemeester Femke Halsema de Andreaspenning, een hoge Amsterdamse onderscheiding.
Luijters was te veel journalist om zich tot een onderwerp te beperken. Voor Het Parool maakte hij vele jaren de kroniek Klein Geluk. Voor die rubriek liep hij door de stad zijn neus achterna, kwam op onvermoede plekken onverwachte mensen tegen en noteerde dat in miniatuurtjes, die lieten zien hoe in Amsterdam door het lawaaiige heden ook altijd het vele schemert dat voorgoed is verdwenen.
Luijters was ook dichter, werkte lang bij Playboy, schreef graag over Parijs, en dan vooral over de wijk Ménilmontant, maakte boeken over Marilyn Monroe en Arthur Rimbaud en was de auteur van een flinke reeks romans, zoals Hoe Tarzan de Tour de France won (2022), over een jongetje dat droomt over de successen van zijn favoriete renner. Hij had altijd plannen voor nieuwe projecten, wilde in elk geval nog het oeuvre van Jane Austen herlezen om daar een stevig stuk over te schrijven. ‘Het enige is dat je langzaam maar zeker minder tijd krijgt, terwijl er nog zoveel te doen is’, verzuchtte hij in 2022 in een e-mail.
Zijn naderende einde had hij in het voorjaar van 2024 aan zijn vrienden in een bericht meegedeeld. ‘Lieve Jongens, van immunotherapie is geen sprake meer. Rest chemo, waarmee ik de zaak op zijn best zes maanden zou kunnen rekken.’ Die strijd besloot Luijters niet aan te gaan. Hij zou zijn ziekte, ongeneeslijke blaaskanker, ondergaan. De lezer hoorde erover door een afscheidsinterview in Het Parool: ‘Terugkijkend denk ik: hoe is het mogelijk dat ik zoveel tijd heb weggesmeten? Jaren waarin ik niets meer deed dan een beetje rondhangen.’ Luijters was veel te streng voor zichzelf.
Tot het allerlaatst bleef hij schrijven, in oktober verscheen Laatste brood, zijn literaire herinneringen. En net voor het nieuwe jaar, op 29 december, stond hij nog in Het Parool, met een paginagrote oproep: ‘Lees, want de kabouters doen het niet voor je en er is maar weinig tijd, terwijl er veel boeken zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant