Een meerderheid van de Nederlandse gemeenten wil een landelijk vuurwerkverbod, maar slechts negentien stelden er dit jaar zelf een in. Dat deden ze vooral als signaal aan Den Haag, blijkt uit een rondgang langs burgemeesters. Wat moet er volgens hen gebeuren om van vuurwerkoverlast af te komen?
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Burgemeester Sjors Fröhlich van Vijfheerenlanden liep tijdens nieuwjaarsnacht mee met hulpverleners en zag ‘een hand waarmee het overduidelijk niet meer goed ging komen’. Kort ervoor was daarin vuurwerk afgegaan.
Dat was ‘heftig om te zien’, zegt hij. Maar ondanks de verschrikking van die aanblik, is Fröhlich niet van gedachten veranderd over een vuurwerkverbod. Dat was in zijn gemeente niet van kracht, en als het aan hem ligt, gaat dat er ook niet komen.
‘Als je iets gaat verbieden, moet je dat ook kunnen waarmaken’, zegt hij. ‘Wij kunnen dit als gemeente niet handhaven, daar kan ik eerlijk over zijn. En dan is het in grote mate symboolpolitiek. Je staat niet sterk als je het verbiedt terwijl je zeker weet dat iedereen de volgende keer weer lachend gaat afsteken.’
Rotterdam had in 2020 als eerste een vuurwerkverbod, maar ook daar komt de burgemeester tot dezelfde conclusie. ‘Een lokaal verbod werkt niet’, zegt Carola Schouten. ‘Er moet een heldere norm komen zodat iedereen weet waar die aan toe is. Den Haag moet gaan bewegen, niet de burgemeesters.’
Uit onderzoek van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) uit 2022 blijkt dat destijds 65 procent van de gemeenten voor een totaalverbod op vuurwerk was. Maar het geloof in een lokale aanpak als alternatief voor landelijk beleid is niet erg groot: slechts 19 van de 342 Nederlandse gemeenten had dit jaar een plaatselijk verbod ingesteld.
De VNG noemt het ‘onwenselijk’ dat vuurwerkregels per gemeente verschillen en wil het liefst een algeheel verbod dat goed te handhaven is, zo staat op de website. ‘In aansluiting op de conclusies van een onderzoeksrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, hebben we gepleit voor een landelijk verbod op vuurwerk in de categorieën F2 en F3 (al het knalvuurwerk en de losse vuurpijlen), met uitzondering van stabiel staand siervuurwerk uit de categorie F2. De politie gaf aan dat een dergelijk verbod het beste uitvoerbaar en handhaafbaar is.’
Sommigen willen nog verdergaan. VVD-burgemeester Jan van Zanen van Den Haag, waar geen verbod gold maar wel vuurwerkvrije zones waren, vindt dat voor verbod op consumentenvuurwerk een Europese aanpak nodig is.
Terwijl met het huidige kabinet een landelijk verbod niet te verwachten valt, is er een langzaam groeiend aantal gemeenten dat zelf iets doet. De Haarlemse burgemeester Jos Wienen (CDA) gaat ervan uit ‘dat de maatschappelijke weerstand tegen de excessen van vuurwerk ieder jaar groter wordt’. Dat zal er volgens hem toe leiden dat meer gemeenten, net als Haarlem, het lokaal gaan verbieden. ‘Dit is een richting waarvan ik denk dat dit onvermijdelijk zal leiden tot landelijk vuurwerkverbod.’
De Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls ziet vooralsnog ook geen andere weg. ‘Als het niet vanuit Den Haag komt, kun je van onderaf een golfbeweging laten ontstaan.’ Hij constateert onder de inwoners van Nijmegen, dat een verbod heeft, een groeiend draagvlak. Volgens Bruls zou het helpen regionale verboden in te stellen, waardoor er minder verschillen zijn en er meer duidelijkheid ontstaat. Het begin van zo’n olievlek is al rond Nijmegen, waar buurgemeenten Heumen, en Mook en Middelaar, zichzelf ook al tot vuurwerkvrije zone uitriepen.
In Zutphen gold dit jaar voor het eerst een verbod. Burgemeester Wimar Jaeger (D66) ziet het vooral als een signaal naar Den Haag, een boodschap aan het kabinet dat een landelijk verbod er nu echt een keer moet komen. En hoewel Jaeger alle bezwaren van een lokale aanpak kent, is hij toch voorzichtig positief over het effect.
‘Ik sprak bewoners van meerdere wijken waar ze minder vuurwerk de lucht in zagen gaan dan voorgaande jaren’, zegt hij, al geeft hij onmiddellijk toe dat hij in andere wijken het tegenovergestelde hoorde. ‘Maar de buitendienst heeft dit jaar op 1 januari duidelijk minder vuurwerkafval van straat gehaald.’ Ook in Haarlem, waar al drie jaar een verbod geldt, is er minder afval.
Bruls en Jaeger erkennen dat hun lokale afsteekverbod eigenlijk niet te begrijpen is voor veel inwoners, omdat de verkoop van vuurwerk in dezelfde gemeente wel is toegestaan. ‘Het is natuurlijk een beetje raar, zo’n dubbel signaal’, zegt Jaeger. ‘Daarom sta ik helemaal achter een landelijk afsteekverbod, omdat je dan ook de verkoop aan banden kunt leggen.’
Burgemeesters maken zich steeds meer zorgen over zwaar, illegaal vuurwerk uit het buitenland. Het was zo’n illegale cobra die de hand verminkte van een jongen in Fröhlichs gemeente. ‘Dat is vuurwerk met de explosiekracht van een handgranaat’, zegt hij. ‘Ik kan me niet voorstellen dat ouders het een goed idee vinden dat kinderen dit onder hun bed bewaren. Maar het gebeurt wel. Er wordt nog steeds gedaan alsof het hier om normale rotjes of strikers gaat.’
Ook Bruls ziet dat steeds meer zwaar, illegaal vuurwerk wordt afgestoken. Het gemak waarmee dat vuurwerk te verkrijgen is, is ‘schrikbarend toegenomen’, zegt de burgemeester van Nijmegen. Met zijn Haarlemse collega Wienen pleit hij voor een harde Europese aanpak.
‘Praktisch iedereen die online illegaal vuurwerk bestelt, kan het de volgende dag met de post binnenkrijgen’, zegt Wienen. ‘In redelijk neutrale verpakking, verstuurd vanuit Italië of Polen of waar dan ook. Daarover moet Brussel zich gaan buigen.’
Fröhlich wil sneller resultaat, want op ‘Europa kun je lang wachten’. Hij hoopt allereerst dat ‘meer ouders zich gaan afvragen: waar loopt mijn kind mee rond?’ Daarnaast roept hij de landelijke politiek op haast te maken met zwaardere straffen voor het in bezit hebben van illegaal vuurwerk. Hij juicht toe dat minister David van Weel (Justitie & Veiligheid) daarmee bezig is, ook omdat deze explosieven het hele jaar door worden gebruikt bij aanslagen, zoals recentelijk in het Haagse Tarwekamp. ‘Dit moet gewoon voor einde 2025 geregeld zijn!’, schreef Fröhlich eerder al op LinkedIn over strengere landelijke wetgeving.
In afwachting van landelijk en Europees beleid stoomt de Zutphense Jaeger zijn inwoners alvast klaar voor een vuurwerkvrij tijdperk. Hij vergelijkt de ‘gepolariseerde vuurwerkdiscussie’ graag met roken in cafés, dat aan het begin van deze eeuw nog gewoon was.
‘Ik pafte er altijd heerlijk op los aan de bar’, zegt hij. ‘Toen dat niet meer mocht, zeiden mijn vrienden en ik tegen elkaar: daar gaan we niet meer heen, alle gezelligheid is er af. Dat zul je me nu niet meer horen zeggen.’
Net als het rookverbod in openbare ruimten, moet het vuurwerkverbod inslijten, meent Jaeger. En dus gingen zijn handhavers er dit jaar (nog) niet ‘hard met de knoet’ over. Dat wil zeggen dat ze niet actief op zoek gingen naar overtreders, en uiteindelijk drie boetes uitdeelden toen agenten en boa’s bewust werden geprovoceerd door afstekers. Overigens werden alle negentien lokale vuurwerkverboden massaal genegeerd en werd nergens actief gehandhaafd.
‘Ik ben van de school dat je mensen moet overtuigen dat er alternatieven zijn’, zegt Jaeger. En dus bood hij horeca dit jaar de gelegenheid tot 4 uur ’s nachts open te blijven en waren er twee lichtshows in het centrum van de stad, die veel beter werden bezocht dan de gemeente had voorzien.’ Van Zanen denkt dat voor Den Haag op termijn ‘vuurwerk is af te vangen door georganiseerde vuurwerkshow of licht- en lasershows op vaste plekken in de stad’.
Voor Jaeger ligt daar een belangrijk deel van de oplossing: ‘Voorkomen dat mensen op straat gaan rondlopen omdat er niets te doen is’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant