In woedekamers zoals Smash It in Weurt kunnen bezoekers met een knuppel in de hand al hun frustraties botvieren op afgedankte spullen. ‘Ik merkte dat ik hier de stress van mij kon afslaan. Sindsdien kom ik hier vaker voor ontlading.’
is verslaggever van de Volkskrant.
Ze zijn met slechts één doel naar Rageroom Smash it naar het Gelderse dorpje Weurt afgereisd: om alles kort en klein te slaan. In hun respectievelijk blauwe en beige overall inspecteren twintigers Femke Versleijen en Martijn Kuiper hun wapens van vandaag: een honkbalknuppel, een koevoet, een steigerpijp en een enorme moker.
Met het staal in hun handen betreden ze een kamer waar een hoop oude rommel staat opgesteld: stoelen, een houten kastje, een spiegel, vinylplaten en allerlei glaswerk. Aan de muur hangt zelfs een schilderij – de maker zal zich de toekomst van zijn kunstwerk anders hebben voorgesteld.
‘Toen ik hier voor het eerst kwam, worstelde ik met mijn masterscriptie’, legt Kuiper uit. ‘Ik merkte dat ik hier de stress van mij kon afslaan. Sindsdien kom ik hier vaker voor ontlading.’ Zijn vriendin Versleijen is voor de eerste keer in een woedekamer (rage room in het Engels). ‘Ik wil weten of dit inderdaad werkt als een uitlaatklep.’
Dan klinken ineens de snerpende, agressieve beats van hardcore-dj Angerfist: alsof de scheidsrechter op het fluitje blaast voor het begin van de wedstrijd. Versleijen stapt naar voren en heft haar moker de lucht in, de blik strak gericht op het oude schilderij (met daarop een blauwe lotus). Met één overtuigende zwaai slaat ze de lijst aan gruzelementen. Haar geliefde begint een meter verderop als een bezetene op de spiegel in te beuken.
Woedekamers zijn een trend: overal in Nederland duiken ze op. In Zwolle, Terneuzen, Venlo, Brunssum, Dokkum en Meppel kunnen mensen met sloopdrang al terecht. Het fenomeen is waarschijnlijk ontstaan in Japan, maar is met name in de Verenigde Staten, waar honderden rage rooms zijn, razend populair. Fotolijsten van politieke figuren als Donald Trump en Hillary Clinton zijn daar al jaren een geliefd doelwit. Anderen nemen dan weer liever een portret van hun ex-geliefde mee.
De ondernemers achter de woedekamer in Weurt zijn twee jonge broers: Mitch (27) en Jeff Jansen (26). ‘We hebben eerst geprobeerd om geld te verdienen met dropshippen via bol.com (goedkope spullen online kopen, bijvoorbeeld uit China, en dan weer verkopen, red.)’, zegt Mitch. ‘Maar eigenlijk vonden we dat maar bullshit. Toen leerde ik op sociale media over het bestaan van rage rooms.’ Dat was het idee waarop ze hadden gewacht. ‘We dachten: dit kunnen we groot maken.’ Afgelopen januari openden ze hun zaak.
De grootste opgave is om telkens weer de benodigde spullen te verzamelen. De gebroeders Janssen hebben deals gesloten met kringloopwinkels en rijden iedere maandagochtend de Nijmeegse horeca langs om het glaswerk op te halen. ‘Maar het blijft een uitdaging’, aldus Jeff.
Hij heeft zo zijn voorkeur voor bepaalde spullen. ‘Het meest bevredigend vind ik een tuinstoel, daar ram je dwars doorheen. Of van die oude televisies met bolle beeldschermen. Die zijn vacuüm van binnen, dus dat geeft een doffe klap. Baf! Die implodeert echt een beetje.’ Oude magnetrons of apparaten met een accu of batterij hoeven ze niet, vanwege de veiligheidsrisico’s. Het afval scheiden ze netjes na een sloopsessie. ‘We willen wel een beetje duurzaam blijven, hè’, zegt Mitch.
Tot hun verbazing komen er vooral vrouwen op hun woedekamer af. Volgens Mitch is de verhouding ongeveer 80/20. De verklaring? ‘Misschien omdat wij geen shit kapot hebben gemaakt toen we klein waren’, zegt bezoeker Charlotte Turner (32), een Nieuw-Zeelander die helemaal uit Amsterdam naar Weurt is gekomen en nog een beetje aan het uithijgen is van haar sessie.
‘Yeah’, zegt haar vriend Blaine Holt (37). ‘Vrouwen worden er eerder op afgerekend als ze publiekelijk hun woede uiten.’ Verklaart de patriarchale samenleving dus de hoge opkomst van vrouwen? ‘Zou kunnen’, zegt Mitch. ‘Maar ik sluit ook niet uit dat vrouwen gewoon vaker een leuk uitje bedenken dan mannen.’
Eigenaren van woedekamers zien de meest uiteenlopende redenen waarom bezoekers zich melden. Oekraïeners die hun frustratie over de oorlog van zich af willen slaan. Familieleden van een slachtoffer in een landelijk bekende moordzaak die hun opgekropte woede kwijt moeten.
Ook zijn er bezoekers met mentale problemen. Zoals de schuchtere jonge man met een baardje die nu een kamer heeft geboekt in Weurt (en niet met zijn naam in de krant wil). ‘Ik moet leren om mijn woede los te laten’, zegt hij terwijl hij zijn overall aantrekt. ‘Ik ben doorverwezen door mijn psycholoog. Hij zei dat hij cliënten had bij wie het hielp.’ Mitch en Jeff zouden graag zien dat de Radboud Universiteit een onderzoek doet naar het fenomeen.
Hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk (Radboud Universiteit) is sceptisch. ‘Uit verschillende onderzoeken, onder meer van de psycholoog Brad Bushman, blijkt dat mensen alleen maar agressiever worden als ze hun woede ventileren.’ Stoom afblazen, dat werkt dus niet.
‘Als je op een boksbal slaat omdat je ergens woedend over bent, dan laad je je juist op met boosheid. Want wat je voedt, dat wordt sterker.’ Volgens Vonk moeten boze mensen in eerste instantie afleiding zoeken, en een fysieke inspanning is dan wel een goed idee. Als de woede gezakt is, kunnen ze nadenken over de onderliggende redenen die de woede veroorzaken, en daarmee aan de slag gaan.
Femke Versleijen en Martijn Kuiper, die na een half uur met rode hoofden op een bank ploffen, zien dat toch anders. ‘Het lucht elke keer weer op’, zegt Kuiper voldaan. Versleijen knikt. Ze denkt dat het allemaal ook wel pedagogisch verantwoord is. ‘Het is iets dat ik aan mijn cliënten zou kunnen aanraden. Alhoewel, ik werk met ouderen in de psychiatrie… van wie sommigen in een rolstoel zitten. Dat is misschien toch niet helemaal verantwoord.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant