Breekt na acht jaar dominantie van Irene Schouten nu het tijdperk Marijke Groenewoud aan? De marathonschaatser gaf er in Thialf wel de aanzet voor met een alom verwachte nationale titel.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Onvermijdelijk. Wie anders dan Marijke Groenewoud zou de opvolger worden van Irene Schouten bij het nationale marathonkampioenschap op kunstijs? Zelf durfde ze er zo niet over te denken. Er kan altijd iets misgaan. Pas toen een massasprint onontkoombaar werd, verdween dat gevoel en wist ze eigenlijk al dat de zege haar niet meer kon ontgaan.
Gek was het niet, dat bijna iedereen in Thialf erop rekende dat Groenewoud Nederlands kampioen zou worden. Van de tien marathonwedstrijden die ze deze winter voor het NK reed won ze er negen. ‘Laatst zei iemand tegen me dat ik zo de sport kapotmaak. Dat is natuurlijk ook niet de bedoeling’, zegt Groenewoud met een lachje.
Feit is dat ze in de sprint bijna niet te kloppen is. Bovendien kan ze als kopvrouw van de Albert Heijn Zaanlander-ploeg rekenen op ijzersterke teammaats. Zij loodsten Groenewoud op nieuwjaarsdag naar de kop van het peloton, zodat ze met nog iets meer dan een ronde te gaan haar onwankelbare eindspurt in kon zetten.
Esther Kiel komt even later hoofdschuddend van het ijs. Ze is als vierde geëindigd. Geklopt in de eindsprint door Groenewoud, Bente Kerkhoff en Kim Talsma. Ze heeft geen kans gezien om de plannen van Zaanlander om zeep te helpen. ‘We wisten dat het moeilijk ging worden, maar we gingen voor de overwinning. Je moet het zelfvertrouwen hebben dat dat kan. We hadden een plan om toe te slaan als het kon.’
Dat is het hoogst haalbare tegen Maaike Verweij, Merel Conijn, Kerkhoff en Groenewoud: profiteren van hun slippertjes. ‘Zij bepalen de koers en wij kunnen alleen maar inspelen op foutjes van hen. Daar azen wij op’, zegt Kiel terwijl ze haar veters losmaakt. ‘De kans dat het lukt is bijna nihil, maar er is een kans.’
Met dergelijke kleine kansen rekent iedereen. Ook Groenewoud. De massasprint die vanaf de tribune zo onontkoombaar leek, was niet haar ideale scenario. Liever was Groenewoud met een kopgroep weggereden. In een kleiner gezelschap is de kans op valpartijen, botsingen of andere onverwachte wendingen nu eenmaal kleiner.
Het was zelfs niet ondenkbaar dat Groenewoud de titel aan een ploeggenoot zou moeten laten. Als een van haar secondanten in de wedstrijd alleen was weggereden, dan zou zij nooit het gat hebben gedicht. Dat is tegen de regels van coach Jillert Anema, weet ze. ‘De enige zekere overwinning is alleen aankomen, zeggen wij altijd.’
Tot zover de theorie, want in de praktijk kreeg het publiek in Thialf een vrij tamme wedstrijd uitgeserveerd. Kopgroepen waren nooit een lang leven beschoren, steeds kwam het peloton weer bij elkaar. En Groenewoud gleed daarin zo ontspannen voort dat ze tijd had voor een klein gesprekje met een tegenstander. ‘Vind je het een beetje leuk’, informeerde ze bij Reina Anema nadat ze zo’n tachtig van de honderd ronden hadden afgelegd.
Langebaanschaatser Anema, die weinig ervaring op de marathon heeft, reed haar eerste marathonwedstrijd van de winter. En ze had er best lol in. Ze kon beter meekomen dan ze had verwacht en zag haar ploeggenoot Talsma naar de derde plaats rijden. Daarmee was het podium bezet door drie vrouwen die allemaal veel tijd aan langebaanschaatsen besteden.
Dat was geen toeval, vermoedde Talsma. Met de bronzen medaille om de nek legde ze uit dat juist Thialf een baan is waar langebaanschaatsers relatief goed uit de voeten kunnen. De snelheid ligt er hoger dan op de andere kunstijsbanen in Nederland en juist het rijden op hoog tempo is vaste prik voor langebaners. ‘Op andere banen haal je niet de topsnelheden die we hier halen’, vertelde Talsma, die in de eindsprint handig en slim in de laatste bocht binnendoor kwam. ‘Beste van de rest’, was de opgetogen conclusie van Anema.
‘De hoeveelste is dit?’, vroegen toeschouwers aan Groenewoud toen ze van het ijs stapte. ‘De derde, de vierde?’ Niks ervan. Dit is de eerste keer dat ze Nederlands marathonkampioen wordt, voor het eerst dat ze in een rood-wit-blauw pak mag gaan rijden. Dat laatste beseft ze pas als ze er door een journalist op wordt gewezen. ‘O ja. Dat is ook gaaf. Ik had er nog niet eens over nagedacht.’
Groenewoud geldt al jaren als een van de beste marathonrijdsters van het land. Ook op de minimarathon op de langebaan, de massastart, liet ze haar kunde al zien. Ze werd tweemaal wereldkampioen. Sowieso ontpopte ze zich afgelopen jaren ook als internationale topper op de langebaan. Ze werd vorig jaar Europees kampioen 3.000 meter. Maar juist op de marathon, waar haar wortels liggen, moest ze de afgelopen jaren bij de NK’s altijd voorrang geven aan Irene Schouten.
Schouten, die woensdag de wedstrijd vanaf het middenterrein van Thialf als analist van NOS volgde, won het rood-wit-blauwe achtmaal op rij. Zij was voor haar afscheid vorig jaar minstens zo dominant als Groenewoud deze winter.
Als duo waren Schouten en Groenewoud helemaal een klasse apart. Dat ziet de huidige kampioen ook. ‘Met Irene samen had ik gewoon veel meer power. Dan konden we echt het verschil maken op het peloton door weg te springen en dingen te forceren.’ Maar op de NK’s was bij die werkwijze steeds Schouten die won en niet Groenewoud.
Ze zal het niet met zoveel woorden zeggen, maar dat was best lastig voor Groenewoud, die soms ook wel de benen dacht te hebben voor de zege. Daarom was dit kampioenschap, het eerste zonder Schouten, zo belangrijk voor haar. ‘Ik reed hierheen dat ik dacht: dit moet niet mislukken, want deze wilde ik wel heel graag.’
Als het aan Groenewoud ligt begint zij nu aan haar reeks, grapt ze. ‘Ik heb er dan nog zeven te gaan.’ Dan, serieuzer: ‘Of ik dat evenaar of overtref, maakt me echt niet uit. Maar het zou toch wel mooi zijn om een paar titels erbij te pakken, dat zeker.’
Heeft de concurrentie weer jaren van onvermijdelijk verlies in het zicht? Begint na de heerschappij van Schouten nu het Groenewoudtijdperk? ‘Dat hopen we eigenlijk niet’, zegt Talsma. ‘Maar ja, het kan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant