Home

De inlichtingenofficieren van Assad gaan in het nieuwe Syrië vrijuit, mits ze hun dienstauto met tankpasje inleveren

Een gewezen generaal-majoor, gouden bril, blauwe mantel, trekt achteloos zijn kalasjnikov uit een plastic boodschappentasje. Het wapen belandt in een kist bij de andere kalasjnikovs. Op een bureau stapelen namaak-Glocks van Iraanse makelaardij en andere pistolen zich op.

Hun wapens afgeven, dat doet militairen van de gevallen Syrische president Assad weinig. Eigenlijk gebruikten ze die al een tijdje niet meer. Toen islamitische strijders en rebellen op 8 december in een bliksemoffensief Damascus innamen, vluchtte het leger naar huis. Anders is het met de auto’s. Het verlies van hun dienstauto, dat gaat Assads officieren aan het hart.

Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Ze doet momenteel verslag vanuit Damascus. Eerder was Van Es correspondent in het Midden-Oosten.

Behoedzaam parkeren ze voor de laatste keer hun Mitsubishi jeep, hun Hyundai Santa Cruz, hun Elantra sedan. Ze moeten toezien hoe jonge islamitische strijders hortend en stotend wegrijden in hun gekoesterde wagen. De ultieme vernedering volgt als een strijder opmerkt: ‘Je moet ook je tankpasje inleveren.’

Het tankpasje gaf tot vier weken geleden toegang tot speciale tankstations voor militairen. Bij dergelijke pompen was altijd benzine in overvloed. De gewone bevolking moest in het Syrië van Assad uren in de file staan voor paar liter vervuilde brandstof.

Overal in Syrië openen Verzoeningscentra waar militairen van Assad een vrijgeleide kunnen krijgen. Dit Verzoeningscentrum, in hartje Damascus, bevindt zich in het voormalige hoofdkantoor van de Staatsveiligheidsdienst, een van de inlichtingendiensten van het Assad-regime. Tot voor kort verdwenen hier gevangenen in de kelder van dit gigantische complex.

Nu is dit het werkterrein van Abdelsatar Moussa. Met zijn zwarte beanie en indrukwekkende baard ziet hij eruit als de islamitische rebel die hij is. Tegelijkertijd lijkt hij ook op de officieren aan de andere kant van zijn bureau. Abdelsatar diende in zelf het Syrische leger tot hij zich in 2012 aansloot bij het gewapende verzet.

Toen hield hij zich bezig met de aanpak van deserteurs. ‘Eigenlijk net als nu’, vindt hij zelf. Onder Assad ging dat anders. ‘Het bevel was toen om deserteurs te straffen.’ Als je Abdelsatar vraagt hoe hij indertijd deserteurs strafte, dan vertrekt zijn mond zich in een grimmige streep. ‘Dit is geen onderwerp voor uw verhaal.’

Ditmaal luiden de instructies van bovenaf: ‘Geen wraak.’ En zo is Abdelsatar getransformeerd tot een moreel uithangbord van de nieuwe machthebbers. Aan zijn bureau melden zich onder meer twee kapiteins van de Staatsveiligheidsdienst van Assad. Ook zijn daar een majoor en meerdere onderofficieren van de gevreesde Militaire Inlichtingendienst, waar de afgelopen jaren duizenden gevangenen zijn doodgemarteld.

Mannen als deze bewaren de staatsgeheimen van de familie Assad. Zouden ze opduiken in Europa, dan lopen ze het risico om te worden vervolgd voor oorlogsmisdrijven. Ze weten dat ze beschikken over informatie die er nog altijd toe doet. Vraag je hen naar hun werk, dan vertellen ze over ‘logistiek’, ‘wagenparkbeheer’ en ‘managementzaken’, eentje was ‘hoofd van de archieven’.

Hij was vooral ‘schrijver’, probeert de inlichtingenmajoor. Niet van afgedwongen bekentenissen, zo moeten we begrijpen, maar van ‘personeelsdossiers’. Gelooft Abdelsatar deze verhalen? Natuurlijk niet. Maar dat maakt niet uit. ‘Het is hun eigen verantwoordelijkheid om volledige informatie aan te leveren.’

De nieuwe rebellenregering maakt jacht op enkele militaire kopstukken van Assad, maar gewone officieren worden ongemoeid gelaten. In ruil voor hun wapens, het tankpasje en de dienstwagen krijgen ze een tijdelijke identiteitskaart waarmee ze een nieuw leven kunnen beginnen in de burgermaatschappij.

‘Voor ons als ambtenaren was het verboden om politiek actief te zijn’, zegt een van de kapiteins van de Staatsveiligheidsdienst. ‘En we hebben veel ervaring. Misschien kunnen we onder de nieuwe regering terugkeren in dezelfde functie?’

Bij het Verzoeningscentrum melden zich met auto en al enkele hoge vrouwelijke militairen uit het leger van Assad, tot verbazing van Abdelsatar en zijn superieuren. Erg hè, verzucht een van hen. In het nieuwe Syrië mogen vrouwen hun ‘waardigheid’ behouden. Hun plaats zal niet langer in het leger zijn.

Overste May Khadam, tot vorige maand arts in een militair ziekenhuis, draait er niet omheen. Onder Assad heeft ze ‘een normaal leven’ gehad. Wat er nu gebeurt, vindt ze sneu voor ‘de gewone jongens hier, die nu geen inkomen meer hebben’. Zijzelf kan blijven werken in haar privékliniek in Damascus. Het verlies van haar dienstwagen, ach, daar komt ze overheen. ‘Ik heb een tweede auto.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next