Mevrouw Kluitmans (84) heeft op de alarmbel gedrukt. ‘Kun je even komen?’, vraagt ze via de intercom. ‘Er hangt hier een sjaal aan de kapstok die ik niet ken.’
‘Die sjaal is vast van iemand die bij u op bezoek is geweest’, zeg ik. ‘Die komen ze wel weer ophalen.’
Ik ben net even bezig bij een andere bewoner. Mijn collega vervangt een suprapubische katheter, dat is een slangetje dat via de buikwand in de blaas wordt geplaatst om urine af te voeren, en ik assisteer.
‘Wat zeg je?’, vraagt mevrouw Kluitmans. ‘Ik kan je niet verstaan. Kun je even komen?’
Net wanneer ik de telefoon weer in de zak van mijn uniformjasje heb gestoken, gaat de bel opnieuw. Het is meneer Rahawadan (86). Hij moet naar de wc. Ik zeg dat ik over tien minuten bij hem ben, maar hij belt meteen weer. Nu laat ik de bel maar rinkelen, want om hem op te nemen moet ik elke keer mijn handschoenen uittrekken, mijn handen ontsmetten, de telefoon beantwoorden, mijn handen opnieuw ontsmetten en nieuwe handschoenen aantrekken. We maken de klus af onder luid gerinkel van de alarmbel. Ding-dong, ding-dong.
Daarna haasten we ons over de gang naar de bewoners die op ons zitten te wachten.
Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Meneer Rahawan heeft intussen alweer zes keer gebeld.
‘Als ik zo word, mag je de alarmbel van me afpakken’, zegt mijn collega. Ze kijkt me ernstig aan. ‘Echt hoor.’ Ze vindt zichzelf heel oud omdat ze binnenkort met pensioen gaat, en bereidt me alvast voor op hoe ze wil dat ik met haar omga als ze hier komt wonen.
‘Dat duurde lang’, zegt meneer Rahawadan, wanneer ik zijn kamer binnenstap.
‘Ik kan niet altijd meteen komen. Soms ben ik even ergens anders mee bezig.’
Terwijl ik hem met de tillift uit zijn rolstoel takel en boven de wc laat zakken, begint in de zak van mijn uniformjasje de alarmbel weer te rinkelen. Ding-dong, ding-dong.
‘Dat is die Kluitmans zeker weer’, zegt meneer Rahawadan. ‘Die belt altijd.’
Het is inderdaad mevrouw Kluitmans, bij wie ik net vandaan kom. ‘Ik vind het toch niet zo prettig dat ik een sjaal van iemand anders in huis heb’, zegt ze. ‘Kun jij hem even naar de receptie brengen?’
‘Die mensen bellen altijd als jullie bij mij zijn’, zegt meneer Rahawadan. ‘Hoe weten ze dat je hier bent?’
‘U denkt dat ik alleen word gebeld als ik bij u ben, omdat u het dan hoort, maar mijn telefoon gaat de hele dag door. Bent u klaar?’
‘Nee. Het lukt niet. Als jij mij niet op tijd komt helpen, gaat mijn poep weer terug. Mijn poep gaat weer omhoog.’
Ik takel hem maar weer van de wc en rijd de tillift naar de rolstoel. Hij strekt zijn arm uit naar de telefoon die op tafel ligt. Het is een seniorentelefoon met foto’s op de toetsen.
‘Wilt u even recht blijven zitten, alstublieft? Ik help u eerst even in de rolstoel, ja? U kunt bellen als u zit.’
Hij luistert niet en drukt op de foto van zijn zoon.
‘De voicemailbox die u probeert te bereiken is vol en kan geen nieuwe berichten opnemen’, klinkt er. ‘Probeer het later nog eens.’
‘Hallo, Benny? Ben!’, roept hij tegen de volle voicemailbox. ‘Dit is je vader. Hallo? Ben? Benny? Hallo!’
Een uur later hebben mijn collega en ik pauze. Ding-dong, ding-dong. Het is bijna 8 uur: meneer Rahawadan wil zijn medicatie. Dit is eigenlijk zijn medicatie van 9 uur, maar die is vervroegd omdat hij anders voortdurend bleef bellen tussen 8 en 9 uur. Nu belt hij voortdurend tussen 7 en 8 uur.
‘Als ik iets moet, dan moet het meteen’, legde hij me eens uit. ‘Ik word daar dan helemaal door in beslag genomen. 10 seconden voelen dan als 10 minuten, dus dan druk ik weer op de bel.’
Ik ga naar zijn kamer om de medicatie voor hem te pakken. Ding-dong, ding-dong.
Mevrouw Kluitmans.
‘Ik ben opeens bang dat het bezoek mijn sjaal heeft verwisseld met hun eigen sjaal. Kun je even bij mij in de kast kijken of mijn sjaal er nog ligt?’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant