Toen op dinsdag 31 december 1974 de ondergrondse mijnopzichter Wiel Niks van 500 meter diep naar boven kwam, trof hij een inspecteur en drie bovengrondse opzichters voor een rij camera’s. Zij lieten zich fotograferen met de laatste kar kolen.
De ondergronders waren eerder boven, omdat beneden niks meer te doen viel. De inspecteur schreeuwde: ‘Maak tot geer truuk komp!’ Onmiddellijk terug! ‘Ik beboet jullie op de allerlaatste dag nog!’
Wat mij zo intrigeert aan Nederlands steenkoolgeschiedenis, is de manier waarop deze zware industrie van immense omvang rond 1900 werd opgetrokken. In een paar jaar was de hele regio veranderd. Honderdduizenden mannen en hun families zijn verleid tot een leven in dienst van de steenkool. Niet dat ze popelden - integendeel.
Dat ze toch met honderdduizenden zijn gegaan, was dankzij een meeslepend groot verhaal. Behalve de overweldigende fysieke en sociale infrastructuur (kerk, school, ziekenhuis) was er een geraffineerde psychologische of mentale ‘infrastructuur’: het verhaal van de mijnwerker als held, die het delven in het bloed zat en die ter meerdere eer en glorie van God én vaderland het zwarte goud naar boven bracht.
Exact vijftig jaar later staan ook wij aan de rand van een nieuw tijdperk. Economische en geopolitieke verhoudingen veranderen ingrijpend. De naoorlogse internationale rechtsorde sleept zich op laatste benen voort. Ook nadert de lange eeuw van verbranding zijn eind: die van fossiele grondstoffen en plastics. En dan duwt AI ons een nieuw technologisch tijdvak in.
Niet eerder moest de mens zich op al die dimensies tegelijkertijd aanpassen. Nu zijn wij voor verandering beter toegerust dan de mijnwerker op 1 januari 1975. Die was tot knecht gekneed. Wij zijn onze eigen referentiepunt.
Maar juist in tijden van transitie is er behoefte aan een verhaal dat richting en betekenis geeft. ‘We tell ourselves stories in order to live’, zei schrijver en rasverteller Joan Didion. De toenemende veranderlijkheid drijft mensen juist naar beloftes dat alles zal blijven zoals het (nooit) was. Sprookjes met wonderen en heksen.
In een bevlogen Huizingalezing analyseert historicus Beatrice de Graaf hoe mensen zich houden bij een gevoel van crisis. Volgens haar ontkomen we er niet aan in crisistijd ‘verhalen te ontwikkelen vanuit een grondhouding van amor mundi.’ Met andere woorden: gegrond in liefde voor de wereld en haar beschaving.
In de praktijk signaleert ze het omgekeerde. Verhalen die ‘alarmistisch, ondermijnend, opruiend en zelfs radicaliserend werken’. Ook dat is zingeving, maar ‘uit een houding gericht op wraak en vergelding’.
De Graaf heeft de moed daar de kardinale deugden tegenover te stellen: de moed, want ‘de deugd’ is verminkt tot hondenfluitje waar zowel oud-links als hard-rechts op los gaan. Als leidraad voor het handelen in de publieke ruimte pleit zij voor beheersing, rechtvaardigheid, wijsheid en moed, samen met geloof, hoop en liefde.
Het zijn de grondstoffen om een nieuwe, duurzame toekomst uit te bouwen aan de hand van een verhaal dat we zelf moeten maken, zelf moeten uitdragen. Dit in tegenstelling tot de mijnwerker die slechts pion was in het grote verhaal van zijn tijd. En toen dat verhaal zijn allerlaatste bladzijde bereikte, werd de koempel er hardvochtig uit weggejaagd.
De ondergronder van de Oranje Nassau I mocht niet eens met de laatste kolen op de foto. Het verhaal waaruit zijn leven was opgetrokken, werd als een stellage onder hem vandaan geslagen. Daarna was hij niks meer, niemand.
Voor ons is er niemand die de wending gaat maken. Wij zijn degene op wie we wachten. Ik wens ons voor 2025 wijsheid, moed, liefde. En een hoop plezier.
Over de auteur
Marcia Luyten is journalist en columnist van de Volkskrant. Luyten presenteerde Buitenhof en werkte zes jaar in Afrika. Ook schreef ze onder meer Het geluk van Limburg en de biografie Moederland, de jonge jaren van Máxima Zorreguieta. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant