Ahmed al-Sharaa, de leider van de belangrijkste Syrische rebellengroep HTS, heeft gezegd dat het zeker drie tot vier jaar duurt voordat er verkiezingen komen. Maar wie bestuurt het land dan in de tussentijd?
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
‘Geldige verkiezingen vereisen een uitgebreide volkstelling’, zei Ahmed al-Sharaa in een interview dat hij zondag gaf aan de Saoedische nieuwszender Al-Arabiya. De voorman van rebellengroep HTS schat dat dit proces zeker drie tot vier jaar zal duren.
De volkstelling is echter een kleine opgave gezien de enorme uitdaging waar het land voor staat: het samenbrengen van versplinterde machtsstructuren na een ontwrichtende oorlog die dertien jaar heeft geduurd. Dát kost tijd. Hoelang precies, dat hangt af van het vermogen van de nieuwe regering om de spanningen de komende maanden niet te ver te laten oplopen.
Drie weken na het bliksemoffensief van de islamitische militie Hayat Tahrir al-Sham (HTS) onder leiding van Al-Sharaa, die de Assad-dynastie in één klap verpletterde, klinkt in Syrië steeds luider de vraag: hoe nu verder?
Na de val van Assad heeft HTS een overgangsregering samengesteld. Deze is een afspiegeling van de lokale regering die de militie eerder in Idlib vormde. In het laatst overgebleven rebellenbolwerk stond, net als nu, Al-Sharaa aan het hoofd. Hij heeft geen formele functie, maar wordt inmiddels in Syrië erkend als de feitelijke leider.
Aan zijn zijde staan vertrouwelingen als Mohammad al-Bashir (premier) en Mohammed Abdel Rahman (minister van Binnenlandse Zaken). Die worden gesteund door een nog te hervormen ambtenarenapparaat met leden uit verschillende oppositiegrepen en voormalige leden van het regime die zich tegen Assad hebben gekeerd.
Hun belangrijkste taak was afgelopen jaren het draaiende houden van basisvoorzieningen zoals water, elektriciteit en internet. Dit heeft nog altijd topprioriteit in het zwaar gehavende Syrië.
Ook voor de ministeries van Economie, Justitie, Onderwijs en Volksgezondheid zijn tijdelijke ministers benoemd, stuk voor stuk mannen uit de kring van Al-Sharaa. Dit wekt bij met name (liberale) minderheden de vrees dat hij de macht naar zich toetrekt en tegenstanders zal uitschakelen of opsluiten, iets wat hij in Idlib eerder heeft gedaan.
Eerlijke verkiezingen
Die vrees wordt niet weggenomen door de aankondiging van Al-Sharaa dat hij HTS op 1 maart zal ontbinden. Op die datum komen de verschillende facties van Syrië bijeen om te praten over de politieke toekomst van het land. Dan wordt er opnieuw een overgangsregering gevormd, met als speerpunten het opstellen van een grondwet en het houden van eerlijke verkiezingen. Geen gemakkelijke opgave in een land dat geen ervaring heeft met dergelijke processen.
De nieuwe regering moet een balans vinden tussen enerzijds de verwachtingen van de internationale gemeenschap en het liberale deel van de Syrische bevolking en anderzijds die van de conservatieve islamitische meerderheid, die de sharia (islamitische wetgeving) ondersteunt.
Op de korte termijn is het vooral interessant hoe het ministerie van Defensie vorm zal krijgen – de cockpit waaruit tientallen jaren lang grootschalige mensenrechtenschendingen zijn gepland en uitgevoerd. Het ministerie zal ‘geherstructureerd’ worden, aldus Al-Sharaa.
Vorige week dinsdag sloot hij een akkoord met de ‘leiders van de revolutionaire facties’: die worden ontbonden en ‘samengevoegd onder de paraplu van het ministerie van Defensie’. Het is nog niet bekend welke rebellengroepen hun handtekening onder het akkoord hebben gezet.
Wraakacties
Intussen lieten de Libanese autoriteiten afgelopen weekeinde weten dat ze zeventig Syrische officieren en soldaten uit het voormalige leger van Assad hebben teruggestuurd. Ze waren naar het buurland gevlucht, uit angst voor represailles. Niet zonder reden: de overgangsregering houdt zich actief bezig met het opsporen en arresteren van hooggeplaatste leden van het verdreven Assad-regime.
In Tartous, het hart van de alawitische minderheid waartoe ook Assad behoorde, leidde een poging om Assads voormalige directeur militaire justitie, generaal Kanjo Hassan, te arresteren vorige week tot een bloedige confrontatie waarbij veertien medewerkers van het huidige interim-ministerie van Binnenlandse Zaken omkwamen. Hassan wordt verantwoordelijk gehouden voor duizenden doodvonnissen in de beruchte martelgevangenis Sednaya, nabij Damascus. Hij sloeg aanvankelijk op de vlucht, maar is afgelopen weekend alsnog gearresteerd, samen met twintig leden uit zijn entourage.
Dergelijke gebeurtenissen wakkeren bij de alawitische en christelijke gemeenschappen angst aan voor wraakacties, gevoed door de roep van de Syrische bevolking om gerechtigheid voor de honderdduizenden doden die tijdens de oorlog zijn gevallen. Het in Engeland gevestigde Syrische Observatorium voor de Mensenrechten sloeg onlangs alarm over willekeurige arrestaties van vermeende aanhangers van het regime.
Volgens Ahmad al-Sharaa hoeven minderheden zich geen zorgen te maken. Hij heeft herhaaldelijk benadrukt dat hij hun rechten en vrijheden zal respecteren. De grote vraag is in hoeverre dit mogelijk is in een land waar gerechtigheid en revanche ongeveer dezelfde betekenis hebben.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant