Een nieuw jaar betekent nieuwe diersoorten, van snuitkevers tot tijgerkatten en alles daartussenin. De Volkskrant selecteerde de vijf bijzonderste exemplaren.
Ieder jaar voegen onderzoekers talloze nieuwe diersoorten toe aan hun wetenschappelijke rolodex. 2024 was daarin geen uitzondering: zo bleek in de Grote Oceaan op 4 kilometer diepte een doorzichtige zeenaaktslak rond te zwemmen en was Suriname opeens een snuitkever rijker – met de langste snuitkever-snuit ooit.
Wetenschappers hebben naar schatting minder dan 20 procent van alle diersoorten in kaart gebracht. Het ontdekken van nieuwe soorten is volgens Naturalis-ecoloog Menno Schilthuizen dan ook ‘belachelijk makkelijk’. Op de aarde huizen astronomisch veel diersoorten en relatief weinig biologen zoeken naar nieuwe soorten, verklaart hij.
Toch is het ontdekken van nieuwe dieren van belang. Het ‘verschijnen’ van nieuwe soorten lijkt het wat te verbloemen, maar de wereldwijde biodiversiteit holt achteruit. Het is cruciaal om op te tekenen welke soorten de aarde rijk is: een dier waar niemand het bestaan van kent, is lastiger te beschermen. Daarom selecteerde de Volkskrant vijf opmerkelijke dieren die dit jaar voor het eerst ten tonele verschenen.
Ja, zijn snorharen zijn wat lang, maar op het eerste oog lijkt de Daptomys sp. een redelijk doorsnee muis te zijn. Schijn bedriegt: in tegenstelling tot de huis- tuin- en keukenvariant is dit muisje naast een vleeseter ook een uitstekende zwemmer.
Onderzoekers vonden de muis tijdens een expeditie in de regenwouden van Alto Mayo, een regio in het noordwesten van Peru die deel uitmaakt van het Amazonegebied. De vliezen tussen zijn tenen maken hem uniek en daarom moet het kleine stukje woud waarin hij zich schuilhoudt koste wat het kost van ontbossing gespaard blijven, schrijven de wetenschappers in een recent verschenen rapport.
De Alto Mayo-expeditie leverde meer nieuwe diersoorten op – 27 in totaal. Maar de Bolitoglossa sp., een buitenaards ogende salamander die zich het best laat vergelijken met een drol op pootjes, springt het meest in het oog.
De klimmende salamandersoort bivakkeert in zandbossen, zeldzame stukjes regenwoud waar de grond is bedekt met een laag duinzand, en die bekendstaan om hun hoge biodiversiteit. Daar klautert hij volgens zijn ontdekkers graag in struiken en in andere lage begroeiing.
‘Iedereen wil onderzoek doen naar walvissen, pinguïns en tijgers, terwijl we al meer dan genoeg over die dieren weten’, zegt ecoloog Schilthuizen. Met name kleinere, ongewervelde dieren blijven volgens hem onderbelicht.
Een van die verborgen parels is deze dieprode bladvlo. In het regenwoud van Brunei klampt hij zich vast aan dwarrelende bladeren. Ontdekt door amateurwetenschappers tijdens een reis van Schilthuizens ‘wetenschappelijk reisbureau’ Taxon Expeditions.
Soortgelijke vondsten liggen voor het oprapen, maar zijn ook fraudegevoelig. Zo bleek een in 2007 beschreven kever helemaal geen aparte soort, maar een knutselwerk van een onbetrouwbare handelaar.
Kikkers die niet kwaken, maar fluiten. In de bergen van Madagaskar zijn ze te vinden, onthulden wetenschappers in oktober in wetenschappelijk vakblad Vertebrate Zoology.
Ze vernoemden de boomkikkers naar karakters uit scifi-serie Star Trek, omdat ook in die serie hoge fluittonen voorkomen. Maar wie het geluid tijdens een wandeling op het Afrikaanse eiland zou horen, zou er waarschijnlijk blind van uitgaan dat het de zang van een tropische vogel betreft.
Waarom de boomkikkers niet gewoon kwaken? Waarschijnlijk levert fluiten ze makkelijker een paringspartner op, verklaarde evolutionair bioloog Manon de Visser (Universiteit Leiden) eerder in de Volkskrant. Het gefluit komt een stuk eenvoudiger boven achtergrondlawaai uit – denk: het geluid van stromend water – dan ‘gewoon’ gekwaak.
‘Huh, die bestond toch al?’, zal de oplettende lezer (met een bovenmatige interesse in katachtigen) denken bij het zien van deze tijgerkat.
Dat het hier afgebeelde dier in Midden- en Zuid-Amerika rondliep was inderdaad al bekend. Maar: dit jaar bleek het geen Leopardus tigrinus te zijn, zoals altijd werd gedacht, maar een ‘nieuwe’ soort: de Leopardus pardinoides. Tot die conclusie kwamen wetenschappers door tijgerkatten uit diverse delen van het continent uitvoerig met elkaar te vergelijken.
Goed nieuws? Niet volgens de ‘ontdekkers’. Uit hun onderzoek blijkt ook dat alle tijgerkatten in veel ernstiger gevaar zijn dan eerst gedacht. Illustratief voor de paradox die de ontdekking van nieuwe diersoorten met zich meebrengt: een toename aan soorten is iets heel anders dan een toename aan dieren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant