Home

Bij de burgerlijke stand overwint nog altijd traditie: dubbele achternaam voor baby’s nog niet echt in trek

Dit jaar konden baby’s voor het eerst de achternaam van beide ouders krijgen. Dat gebeurt tot dusver mondjesmaat. Volgens vrouwenrechtenorganisatie Bureau Clara Wichmann omdat de nieuwe wet nog altijd discriminerend is. ‘Een hardnekkige traditie verander je niet zomaar.’

is economieredacteur. Ze is specialist arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

Het was deze zomer, op hun zonnige balkon in Amsterdam-Oost, dat Joël van Veen tegen zijn zwangere vriendin Marinde van Lennep zei: ‘Ik zou het wel leuk vinden als ons kindje mijn achternaam zou krijgen.’ En zij daarop antwoordde: ‘Ik zou het wel leuk vinden als ons kindje míjn achternaam zou krijgen.’

Had dat gesprek een jaar eerder plaatsgevonden, dan had het stel er mogelijk nog een robbertje om moeten vechten. Maar dankzij de nieuwe Wet introductie gecombineerde geslachtsnamen, die in januari van kracht werd, werden zij dit najaar zonder enige discussie ouders van Ben van Veen van Lennep.

Daarmee behoren ze tot de tienduizend ouders die hun kindje dit jaar hun beider achternamen hebben meegegeven. Nog eens 21 duizend deden dat met terugwerkende kracht − tot 31 december kan dat voor kinderen die geboren zijn na 2016. Afgezet tegen het totale aantal kinderen dat dit jaar ter wereld kwam, betekent dit dat 6 procent van de kersverse ouders gebruikmaakte van deze nieuwe mogelijkheid.

Dat lijkt een tegenvaller. Tijdens de enquête over de nieuwe namenwet gaf een kwart van de 25- tot 45-jarigen nog aan te willen gaan voor de dubbele achternaam. Toch kan het volgens naamkundige Jeroen Balkenende van het Centrum voor familiegeschiedenis nauwelijks een verrassing heten: ‘In Nederland is het al eeuwenlang de gewoonte dat de vader – voorheen gezien als het gezinshoofd – de naamgeving bepaalt.’

Kijk alleen al naar de manier waarop onze achternamen zijn opgebouwd: naast de namen die refereren aan geboorteplaatsen (Van Leusden, Van Eindhoven) of uiterlijke kenmerken (Korthals, de Lange), zijn het de beroepen (Timmerman, Rademaker) of namen van de vaders (Jansen betekent ‘Janszoon’) die bepaalden hoe familienamen in 1811 werden ingeschreven bij de burgerlijke stand. ‘Zo’n hardnekkige traditie verander je niet zomaar.’

Strijdig met gelijkheid

Opeenvolgende kabinetten voelden ook geen behoefte dat te doen. Al aan het begin van dit millennium werd Nederland op de vingers getikt door het VN-vrouwenverdragcomité omdat de manier waarop vaders bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap automatisch hun naam doorgeven in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Maar in 2019 stelde toenmalig minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) nog dat er ‘belangrijkere zaken waren’ dan het moderniseren van het naamrecht.

Ondertussen werd ons land van links en rechts ingehaald door Frankrijk, Italië en België, die al wel de dubbele achternaam introduceerden. Portugees- en Spaanstalige ouders geven traditioneel al veel langer hun beide achternamen door. Pas na een petitie en een D66-motie ging kabinet-Rutte III overstag: stellen die dat willen, kunnen sinds dit jaar een tweede achternaam toevoegen.

Daarmee is volgens Linde Bryk, advocaat en hoofd strategische rechtszaken bij vrouwenrechtenorganisatie Bureau Clara Wichmann, een eerste stap gezet om het namenrecht gelijkwaardiger te maken. Maar ze constateert ook: ‘Het is niet genoeg. Want het doorgeven van moeders naam is een optie geworden, maar nog altijd niet de standaard.’

Bovendien moeten beide ouders daarvoor naar het gemeentehuis, om toestemming te verlenen. In het geval van Van Lennep en Van Veen betekende het dat ze drie dagen na haar bevalling, ergens tussen twee borstvoedingen in, naar het stadsloket moesten sjezen om een handtekening te zetten. Maar Bureau Clara Wichmann ontving ook tientallen meldingen van vrouwen wier partner simpelweg geen toestemming gaf.

Problemen aan de grens

Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Tatiana Lodder. Toen zij in 2019 van haar zoontje beviel, was het nog geen optie om hem een dubbele achternaam mee te geven. Omdat zij en de vader geregistreerd partner waren, kreeg hun kindje automatisch zijn naam. ‘Dat vond ik toen niet zo’n probleem’, zegt Lodder. ‘Totdat we uit elkaar gingen.’

Bij de douane moest Lodder de daaropvolgende vakantie naar Engeland omstandig uitleggen wat de relatie tot haar eigen kind met die andere achternaam op de achterbank was. Dus toen het dit jaar mogelijk werd om met terugwerkende kracht haar eigen achternaam toe te voegen, bracht ze dit direct ter sprake. ‘Maar mijn ex wil het niet’, zegt ze. ‘Terwijl hij er niets aan verliest: mijn naam komt niet in plaats van de zijne, maar ernaast.’

Om de goede verstandhouding niet op het spel te zetten, besloot Lodder niet naar de rechter te stappen. Veertien vrouwen deden dat het afgelopen jaar wél, tot nog toe zonder succes. Eén daarvan wordt gesteund door Bureau Clara Wichmann. Dit onderstreept volgens Bryk dat er meer nodig is om de rechtspositie van moeders te verstevigen: ‘Maak van de dubbele achternaam de standaard.’

Dat zou nog weleens tot een forse toename van het aantal achternamen in Balkenendes databank kunnen leiden. Nu al telt die met meer dan 300 duizend achternamen, drie keer zoveel als in 1947 (vooralsnog is de langste daarin Van den Heuvel tot Beichlingen, gezegd Bartolotti Rijnders). Om te voorkomen dat het onoverzichtelijk wordt, heeft het kabinet al wel een grens gesteld: baby’s die nu een gecombineerde achternaam krijgen, mogen daar maar één van aan hun kinderen doorgeven.

Voor Van Lennep en Van Veen was het niet zozeer een feministische daad om hun zoontje een dubbele achternaam te geven. ‘Het ging me er meer om dat het een kindje van ons beiden is en we hem dus ook iets van ons beiden meegeven’, zegt Van Lennep. ‘Daarnaast vind ik het ook gewoon een mooie naam en ben ik blij dat er op deze manier een nieuwe generatie binnen mijn familie komt want ik ben enig kind.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next