Home

Chris Huizinga

Beau Snellink legt zondagmiddag aan het begin van zijn 10 kilometer in een vol Thialf beide handen op zijn rug. Pas ruim twaalf minuten later beweegt hij zijn armen weer: om te juichen voor zijn eerste Nederlandse allroundtitel.

Snellink is geen uitzondering. Op de 5 en 10 kilometer van het NK allround rijden bijna alle mannen constant met twee armen op de rug. Op de rechte stukken is dat al heel lang normaal. Maar in de bochten zwaaiden schaatsers traditioneel met één arm om beter in balans te blijven. Tot dit seizoen.

Oud-schaatser Erben Wennemars noemt het zaterdag in de NOS-uitzending "de grootste revolutie in de sport sinds de klapschaats". Dat nieuwe materiaal werd aan het einde van de vorige eeuw geïntroduceerd in het schaatsen en zorgde voor secondes aan tijdwinst.

De klapschaats was een Nederlandse uitvinding en ook nu is een Nederlander verantwoordelijk voor de nieuwste rage. "Ik ben het wel met Wennemars eens dat dit de grootste innovatie is sinds de klapschaats", zegt Huizinga met een grote glimlach. "En ja, ik heb ervoor gezorgd. Maar niet bewust. Ik had nooit verwacht dat iedereen mij zou gaan nadoen."

Compleet nieuw is bochten schaatsen met twee armen op de rug niet. Volgens de overlevering deed Jaap Eden het ook, toen hij in 1893 als eerste Nederlander wereldkampioen allround werd. "Blijkbaar wisten ze toen ook al dat het sneller is", grapt Huizinga.

De 27-jarige Groninger van Team Essent probeerde de techniek twee jaar geleden voor het eerst, bij toeval. Een 5 kilometer bij de Gruno Bokaal in Groningen liep voor geen meter en daarom gooide hij als laatste redmiddel beide armen op de rug in de bocht. Het werkte; zijn rondetijden gingen naar beneden.

Het was het begin van een van de opvallendste carrièrewendingen in de recente schaatshistorie. Met twee handen op de rug veranderde Huizinga in anderhalf jaar van een subtopper tot een van de snelste schaatsers op de lange afstanden. Op de 5 kilometer ging zijn persoonlijk record van 6.21,45 naar 6.06,72. Op de 10 kilometer haalde hij meer dan veertig seconden van zijn toptijd af (van 13.20,31 naar 12.39,87).

Die razendsnelle progressie viel op in de schaatswereld, ook al heeft Huizinga nog nooit een internationale medaille gewonnen. "Afgelopen zomer zag ik bij een trainingskamp in Inzell dat alle internationale ploegen er ook mee bezig zijn", vertelt de stayer. "Dat was heel grappig."

"Normaal wordt de techniek van winnaars als Sven Kramer gekopieerd. Ik heb geen wereldtitels, maar toch kijken ze nu allemaal maar mij. Dat is een groot compliment. Al die schaatsers denken: die Huizinga heeft in anderhalf jaar zo veel stappen gezet. Dat moet wel iets te maken hebben die twee handen op de rug in de bocht. En dat heeft het ook."

De theorie is relatief simpel. Een schaatser met twee handen op de rug is aerodynamisch in het voordeel ten opzichte van een concurrent met één zwaaiende arm. "Ik ga nu als een soort kogel door de bocht", zegt Snellink, een ploeggenoot van Huizinga. "Het is geen geheim dat het sneller is."

Het roept de vraag op waarom schaatsers niet al veel langer deze methode gebruiken. "Omdat het een grote, fundamentele verandering in je techniek is", stelt coach Martin ten Hove van Team IKO-X2O Badkamers. "Je houding in de bocht wordt anders en je hebt tijd nodig om daaraan te wennen."

Volgens Jac Orie is de armen-op-de-rugtechniek bovendien niet geschikt voor elke schaatser. "Sommige rijders krijgen last met hun balans, omdat je zwaartepunt in de bocht anders komt te liggen", zegt de coach van Huizinga. "Of het goed voor je uitpakt, hangt er vanaf hoe je gebouwd bent, hoe je schaatst en waar je balans zit."

Desondanks is bijna elke schaatser, in Nederland en ver daarbuiten, op z'n minst aan het trainen op het rijden van bochten met twee armen op de rug op de lange afstanden. "En de Canadees Laurent Dubreuil wil het zelfs proberen op de 1.000 meter", vertelt Orie. "Zo werkt het: als één schaatser ergens hard mee rijdt, dan gaat iedereen het doen."

Het voordeel voor trendsetter Huizinga wordt daardoor al kleiner. Bij het NK allround eindigt hij als tweede in het klassement. Achter Snellink, die met twee handen op de rug bijna tien seconden van zijn persoonlijk record op de 10 kilometer afhaalt. "Maar we moeten Chris allemaal bedanken", zegt Ten Hove. "Dit is een grote revolutie en hij heeft het op de kaart gezet."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next