Home

December is hét hoogseizoen voor de oesterputten van Yerseke

Steeds meer jongeren weten de oester te waarderen. Toch was 2024 door de grote productie van Franse kwekers geen topjaar voor familiebedrijf Sinke in Yerseke. ‘Zo gaat dat als je met de natuur werkt.’

is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.

Bij ‘De Hel van ’63’ denken veel Nederlanders aan een tamelijk koude editie van de Elfstedentocht. Maar in het Zeeuwse Yerseke roept de term een ander drama in herinnering. Toen na die extreme winter het ijs uit de Oosterschelde was verdwenen, waren de oesters dood.

Vier jaar zou het duren voordat op de zandbanken van Zuid-Beveland weer schelpdieren van eetbare omvang zouden groeien. Gezien de vergevorderde plannen om de Oosterschelde met een dijk af te sluiten, besloten oesterkwekers er de brui aan te geven. Een van hen was Kees Sinke. Hij incasseerde de compensatie van de overheid en begon met het telen van champignons.

Toch staat Kees Sinke junior (41) dik zestig jaar later kistjes met oesters te vullen in de kleine houten loods waar zijn grootvader destijds het licht uitdeed. Met zijn vader Jos (71) is Kees verantwoordelijk voor de handel in familiebedrijf Sinke & Zn. Oom Adri (65) en compagnon Luuk Sinke (43, geen familie) doen de kweek. Vanaf hun blauwe kotter YE 147 gooien ze jaarlijks de lege mossel- en oesterschelpen uit, waar het oesterzaad uit de zee zich op kan hechten. Na zo’n vier jaar worden de volgroeide schelpen opgevist en in grote rode kratten in de ‘oesterput’ gezet.

Oesterbaron

De karakteristieke oesterputten van Yerseke, in de 19de eeuw aangelegd door de toenmalige ‘oesterbaronnen’, zijn feitelijk bassins tussen de zeedijk en een aangelegde dijk daarbuiten. Via een afsluitbare tunnel stroomt bij vloed vers zeewater in de putten waardoor de oesters steeds voldoende voedsel en zuurstof krijgen. Dankzij dit systeem kunnen de kwekers volgens eigen planning, los van eb en vloed, exact de juiste hoeveelheid verse oesters uit het water halen.

December is het hoogseizoen voor de oesterhandel. In heel Europa worden voorafgaand aan kerstdiners en naast oliebol en champagne miljoenen schelpen leeggeslurpt. Bij Sinke wordt ongeveer een derde van de omzet in december geboekt. De drukte is in de week voor kerst begonnen. Met hulp van zo’n tien seizoensarbeiders zijn de oesters uit de putten gehaald, in houten kistjes gestopt en op transport gezet. Een groot deel is richting Italië gegaan, het land waar de Sinkes al jaren een groot deel van hun afzet hebben.

De Onderneming

In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Fa. C. Sinke & Zn. uit Yerseke, opgericht in 1982, met 4 werknemers (plus seizoensarbeiders) en, afhankelijk van het jaar, een omzet van ‘tussen de 1 en 2 miljoen oester’.

‘De Oosterschelde ging niet dicht’, is het korte antwoord van Jos op de vraag waarom hij in 1981 met zijn broer de oesterkweek weer oppakte. ‘Dankzij de milieubeweging kwamen de Deltawerken in plaats van een dijk en bleef de zee dus de Oosterschelde in stromen.’ Grootvader Kees vond het prachtig dat zijn zoons weer in de oesters gingen, vertelt Jos. ‘Zo’n donkere champignonkelder is toch wat anders dan werken op zee, in de natuur.’

Loting

Bij een door de overheid georganiseerde loting voor herintredende oesterkwekers, wisten de broers Sinke 60 hectare kweekpercelen te bemachtigen. In de Oosterschelde, op nog geen halfuur varen van Yerseke, hebben ze sindsdien 45 hectare en in het wat noordelijker gelegen Grevelingenmeer nog eens 15.

Sindsdien zijn er veel goede jaren geweest, maar ook slechte. Een recente meevaller is dat de oester populair is onder jongeren. In steeds meer hippe restaurants staan ze op de kaart. Toch was 2024 matig. Frankrijk, waar jaarlijks zo’n 1,5 miljard oesters worden gekweekt (versus 30 miljoen in Nederland), had een grote productie. Daardoor zijn de prijzen laag. Kees: ‘Maar als je werkt in de natuur moet je je opbrengst over vijf of tien jaar bekijken. Dan gaat het nog altijd goed.’

Van de onvoorspelbaarheid van de natuur hebben de mannen heel wat voorbeelden. De opkomst van de Japanse oester bijvoorbeeld, beter bekend als creuse. Van die snel groeiende soort, met zijn karakteristieke grillige schelp, werden in 1963 jonge exemplaren uitgezet om zo de laatste kwekers nog enige omzet te geven. ‘Het idee was dat ze zich hier niet zouden voortplanten’, zegt Kees. ‘Dat bleek dus niet te kloppen.’ Overal langs de Nederlandse kusten verdreef de exoot de karakteristieke ‘platte’ Zeeuwse oester.

Roofslak

De laatste jaren vinden de Sinkes gek genoeg weer meer platte oesters op hun percelen. Daar zijn ze blij mee. Jos: ‘In een platte worden zeewater en oester meer één geheel dan bij de creuse.’ Waar dat herstel vandaan komt en hoe het kan dat de platte vooral in de diepere gronden wordt gevonden? ‘Dat is dus de natuur.’

De opkomst van de ‘oesterboorder’ was een andere verrassing. De slakkensoort, eveneens een exoot, maakt met zuur een gaatje in jonge oesterschelpen. Op sommige banken viel tien jaar geleden soms wel driekwart van de oesters ten prooi aan de roofslak met zijn bikkelharde huisje. ‘Ons geluk was dat de oesterboorder in De Grevelingen minder schade aanrichtte’, zeg Kees. ‘Dus hebben we toen ook nog redelijke jaren gehad.’

De laatste drie jaar kampt het Grevelingenmeer weer met verminderde opbrengst. Het water bevat te weinig zuurstof, waardoor daar al drie jaar nog amper oesterzaad wil ‘vallen’. Ook hier worden verklaringen - stijging van de watertemperatuur? stikstof? - door vader en zoon met een minzaam lachje van de hand gewezen. De Sinkes geloven niet dat je als mens precies kunt weten hoe de natuur werkt. Het irriteert hen dat ‘mensen in Den Haag’ vaak denken dat ze de natuur begrijpen.

In de nok van de krappe kantine, vol met doorgezakte stoelen en enkele lege bierkratten, hangt een petje met Make America Great Again. Niet dat ze echt fans van Trump zijn, zegt Jos. ‘Maar als iemand iets vindt, vinden wij het leuk om daar een beetje tegenin te gaan.’ Een leverancier heeft naast het rode hoofddeksel nog een souvenir geleverd: een bedrukte deksel van een oesterkistje. ‘Make Sinke Great Again’, staat erop. Kees Sinke moet er hard om lachen. Grootse toekomstplannen heeft hij niet. ‘Gewoon doorgaan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next