Hoe later precies wordt teruggekeken op 2024 - behalve als een jaar van grimmig oorlogsgeweld op verschillende continenten - weten we natuurlijk niet, maar de val van Assad in Syrië is een van de meest memorabele momenten van dit jaar. Dat hij een ongelofelijk bloedbad onder de Syriërs had aangericht was bekend, maar de sporen ervan die nu openbaar worden, tarten elke beschrijving.
Verrassend is zijn vlucht naar Moskou (tien jaar na die van de Oekraïense Viktor Janoekovitsj) niet, als je ziet hoe autocraten aan hun einde komen. Vooral sinds de terechtstelling in Roemenië van Nicolae en Elena Ceaușescu met de kerst in 1989, kiezen sterke mannen die de grond onder zich vandaan voelen trekken, vaak voor wat in Asterix-strips ‘een oude Romeinse strategie’ heet: het hazenpad.
Over de auteur
Arnout Brouwers is journalist en columnist voor de Volkskrant, met als specialisatie veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Assad zag natuurlijk, toen in 2011 de Syrische opstand ontvlamde, wat er gebeurde met de Libische leider Kadhafi. Hij zal er een notitie van hebben gemaakt: eindig niet in een rioolbuis. Daarvóór was de put van de verwilderde Saddam Hoessein al een blijvertje op het netvlies.
Verhalen over graafmachines die in Syrië de lijken dichter op elkaar moesten persen zodat er meer in een greppel pasten, duiden op massamoord. Mij deden ze denken aan reportages uit Rusland over overblijfselen van Stalins Grote Terreur. Maar ook aan de ‘rode lijn’ die president Obama, zonder betekenisvolle gevolgen, trok in Syrië.
Obama was, vóór Trump, de eerste president van een Amerikaanse terugtrekking na de post-9/11-oorlogen van George W. Bush. Een begrijpelijke reflex, dus fantaseren over hoe een Amerikaanse interventie die honderdduizend doden had voorkomen, is niet reëel. En trouwens: het begrip ‘humanitaire interventie’ was toen al begraven.
Het was een vooral westerse uitvinding geweest om op volkenrechtelijk-legale wijze militair te kunnen ingrijpen in landen (kernmachten met vetorecht in de VN uitgesloten) waar de mensenrechten op grote schaal werden geschonden. Maar in Libië, en niet alleen daar, pakte de Europese interventie heel anders uit, waardoor politici snel waren genezen van dit idee.
Sindsdien is het met al die westerse pretenties klaar en leven we in een wereld waar de natiestaat glorieert als nooit tevoren en waar je zonder repercussies complete bevolkingsgroepen kunt opsluiten in ‘heropvoedingskampen’ of je buren terroriseren. De ‘Responsibility to Protect’, unaniem aangenomen in VN-context, is door veel lidstaten geïnterpreteerd als ‘Possibility to Attack’.
Volken moeten dus weer hun eigen dictators afzetten, net als vroeger. Dat zoiets lang kan duren zien we in Belarus, waar een dictator zich komende maand voor de zoveelste keer in dertig jaar vrolijk laat herverkiezen en waar duizenden Belarussen na hun vreedzame verzet tegen de oneerlijke verkiezingen in 2020, eindigden in het strafkamp.
Maar soms lukt het dus wel. Niet alleen in Syrië trouwens, ook in Bangladesh hadden genoeg mensen dit jaar genoeg van hun leider. In beide landen is de toekomst onbestemd, maar ondertussen wordt wel bevestigd dat niemand ervan houdt bestolen, uitgebuit of uitgemoord te worden. Dat zie je terug in alle culturen.
Toch een lichtpuntje. Voeg daarbij de opbeurende gedachte dat autocraten het ook niet makkelijk hebben (hun favoriete middel, dwang, is niet alleen wreed en geestdodend, maar ook bot en ondoelmatig) en je bent bijna klaar voor het nieuwe jaar. Zie bijvoorbeeld hoe de Iraanse theocraten in de touwen hangen, hoe de junta in Myanmar aan zijn eigen zwaard dreigt te worden geregen, hoe Poetins hobby-oorlog ook zijn land vernielt en hoe taai Georgiërs en Venezolanen hechten aan hun vrijheid.
Toch kopen Oekraïeners weinig of niets voor Ruslands economische problemen zolang Poetin stevig in het zadel zit en vasthoudt aan zijn doelen. Iraniërs en talloze andere volken weten er alles van. ‘In dictatoriaal geleide landen loopt een dun lijntje tussen stabiliteit en chaos’, zegt Marcel Dirsus, auteur van How Tyrants Fall.
Helaas hebben dictaturen geen etiket met een uiterste houdbaarheidsdatum. Druk van buiten helpt, zegt de Venezolaanse oppositie, wijzend naar Syrië. Autocraten vallen vroeg of laat. Soms gaat er een generatie overheen. Of twee. Je kunt er nooit op rekenen wanneer precies en wat daarna komt is vaak ook ongewis, maar geen reden om ons dit lichtpuntje te laten afpakken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant