Een asielzoekerscentrum is meestal in het nieuws als er verzet tegen is. Die protesten geven een vertekend beeld. De meeste azc’s functioneren prima. Zoals een van de grootste en oudste opvangcentra, nabij het Brabantse Gilze. ‘Het lokale draagvlak voor dit azc is groot’, zegt de burgemeester.
zijn de nieuwe en voormalige regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant
In een van de veertig gebouwen van asielzoekerscentrum Prinsenbosch zit een vrijwilliger met een oliebol tussen duim en wijsvinger aan het hoofd van een lange tafel waaraan ook azc-bewoners zitten. ‘Ik vertel ze hoe Oud en Nieuw hier straks gaat: oliebollen en vuurwerk’, zegt hij. Oliebollen prima, reageert locatiemanager Deborah van der Meere. ‘Maar vuurwerk, dat doen we hier niet, hoor.’
Rust regeert op deze opvanglocatie in de Brabantse bossen op enkele kilometers van het dichtstbijzijnde dorp Gilze. En vuurwerk afsteken is sowieso een slecht idee voor de 1.200 vluchtelingen die hier zijn neergestreken. ‘Veel bewoners hebben zóveel meegemaakt, ook vreselijke dingen’, zegt Van der Meere. ‘Hier hebben ze de rust en ruimte om bij te komen.’
Azc Gilze is sinds 1993 gevestigd op een uitgestrekt voormalig defensieterrein van tientallen hectaren bos. Het is zelfs nog ouder dan opvangorganisatie COA zelf, dat in 1994 is opgericht. Het azc is het op twee na grootste van Nederland, na Ter Apel (2.000 opvangplekken) en Budel (1.500). Maar terwijl Ter Apel en Budel regelmatig in het nieuws zijn vanwege (vermeende) overlast, horen we bijna nooit iets van Gilze. Hoe kan dat?
‘Het draagvlak voor dit azc is groot onder de bevolking en in de gemeenteraad, die voornamelijk uit lokale partijen bestaat’, vertelt burgemeester Derk Alssema (CDA) bij een rondleiding op het terrein. ‘Dat komt doordat het azc werkgelegenheid oplevert en ook door de vaste afspraken die we hebben gemaakt. Technisch zouden er meer dan 1.200 bedden kunnen worden geplaatst, maar dat willen we niet. En elke zes à acht weken zitten we om tafel met de buurtschappen uit de omgeving – dat zijn hele korte gesprekken, want het gaat hier erg goed.’
Het verzet in andere plaatsen tegen vooral extra noodopvang is soms zo heftig en bevooroordeeld dat het begrip azc een flink negatieve connotatie heeft gekregen. Feit is echter dat in de luwte van het nieuws verreweg de meeste azc’s zonder incidenten functioneren.
In Gilze doet het enorme, hekloze terrein eerder denken aan een lommerrijk vakantiepark dan aan een opvangcentrum. Met in plaats van een subtropisch zwemparadijs een basisschool met honderd leerlingen, een sporthal, bibliotheek en sinds april zelfs het eerste Cruyff Court op een azc.
In de Tweede Wereldoorlog is het complex ter grootte van veertig voetbalvelden gebouwd door het Duitse leger als een kazerne voor het personeel van de nabijgelegen vliegbasis Gilze-Rijen. Om geallieerde vliegers te misleiden waren de barakken (met zelfs een kegelbaan) vermomd als een boerendorp, van lukraak geplaatste boerderijen met karakteristieke Oud-Hollandse raamluiken en – ogenschijnlijk – houten schuren. De maskerade verhulde dikke muren van gewapend beton. ‘Bunkers met een puntdak’, is de typering van burgemeester Alssema.
In 1953 werden er slachtoffers van de Watersnoodramp opgevangen, en in 1993 verliet het Nederlandse leger Kamp Prinsenbosch om plaats te maken voor asielzoekers. Het COA werd later zelfs eigenaar van het rijksmonument – bijzonder want het garandeert een verblijf zonder einddatum. In 2019 begon een grootscheepse renovatie.
Alleen in het begin was er echt verzet tegen de opvanglocatie. ‘De vlag ging bepaald niet uit bij de Gilzenaren’, zegt burgemeester Alssema, die toen zelf 7 jaar oud was. Maar toen het opvangcentrum er eenmaal was, luwden de protesten. Natuurlijk zijn er de afgelopen jaren ook incidenten geweest in en rond het azc, erkent de bestuurder, maar gebeuren die niet overal?
‘Wij beschouwen het azc als het vijfde dorp in onze gemeente, met in totaal ruim 27 duizend inwoners, naast Rijen, Gilze, Molenschot en Hulten’, onderstreept Alssema. ‘En net als in elk dorp gebeuren er wel eens vervelende dingen.’
In 2020 bezocht een lesbische asielzoekster vanuit Friesland haar vriendin in Gilze en werd tijdens een ruzie overgoten met kokend water. Begin vorig jaar veroorzaakte een groep ‘kansarme asielaanvragers’, zoals het COA hen omschrijft, behoorlijke overlast in en rond het azc. ‘Ze maakten zich in omliggende dorpen en gemeenten schuldig aan diefstal en andere criminele activiteiten’, vertelt Alssema. In hun verblijven werden drugs, messen, gestolen telefoons en een met prikkeldraad omwikkelde knuppel gevonden.
Volgens Alssema was de groep overlastgevers in het azc groter dan normaal, omdat andere gemeenten in die tijd eisen gingen stellen aan het beschikbaar stellen van extra opvangplekken, zoals ‘alleen gezinnen, geen alleenreizende mannen’. Daardoor werden reguliere azc’s zoals Gilze extra belast met deze groep, ook wel ‘veiligelanders’ genoemd.
De overlastgevers werden samen in een gebouw geplaatst, met extra beveiliging en het verst weg van de ingang. Ook stuurde Alssema een brief naar de staatssecretaris waarin hij het voorkeursbeleid van andere gemeenten aan de kaak stelde. ‘Valse loyaliteit’, noemt hij dat. Daarna kromp de groep met overlastgevers en keerde volgens hem de rust weer terug in het azc.
Dat de inwoners van Gilze en Rijen na hun aanvankelijke verzet weinig problemen meer hebben met het asielzoekersdorp in hun achtertuin, bleek vijf jaar geleden. Geert Wilders kwam toen hoogstpersoonlijk bezwaar maken tegen de 40 miljoen euro kostende verbouwing. ‘Knettergek’ en ‘asielwaanzin’, foeterde hij.
Wilders’ retoriek kreeg weinig bijval van de inwoners die op de informatieavond waren. Want voor hen is het azc na drie decennia min of meer een vanzelfsprekendheid geworden. Dat kan dus ook, zelfs in een gemeente waar de PVV vorig jaar bij de nationale verkiezingen als grootste uit de bus kwam.
De renovatie van het azc was geen sinecure, want om elke wooneenheid een eigen voordeur te geven, moesten doorgangen in het dikke Duitse gewapend beton worden gehakt. Ook kwamen er keukens in de bewonersgebouwen, in plaats van de gemeenschappelijke keuken, waarvoor zich dagelijks volgens locatiemanager Van der Meere ‘Eftelingrijen’ vormden. ‘Van slaap- naar woonvertrek’, is het credo van de dure verbouwing die nu zijn voltooiing nadert.
Er is ook veel interactie tussen het azc en de andere dorpen, onderstreept de locatiemanager. Zo werkt een groep inwoners als vrijwilliger op het azc. Andersom werken zo’n vijftig asielzoekers betaald of als vrijwilliger in Gilze en Rijen. ‘Dat gaat ver uit boven het niveau van hand- en spandiensten’, zegt Van der Meere, ‘en is goed voor een gevoel van eigenwaarde.’
Wat niet goed gaat, ligt buiten de invloedssfeer van de opvanglocatie en de burgemeester. Volgens Alssema loopt het overal in de asielzoekersketen spaak: ‘De instroom is onvoorspelbaar groot door de vele conflicten in de wereld. De doorstroom stuit op personeelstekorten bij COA en IND, en op een tekort aan plekken. En de uitstroom stokt door een tekort aan woningen voor statushouders.’
Op het azc in Gilze wonen honderd statushouders. Die zouden formeel binnen drie maanden een huis moeten krijgen. ‘Maar twee jaar wachten is geen uitzondering’, zegt Van der Meere.
Al met al is de burgemeester van Gilze en Rijen gaandeweg van gedachten veranderd over de Spreidingswet, die gemeenten dwingt om bepaalde aantallen asielzoekers op te nemen. ‘Ik dacht voorheen: laat dat aan de gemeenten zelf over, net zoals die op een natuurlijke manier onderwijs en zorg spreiden. Maar ik zie dat gemeenten lang niet allemaal hun verantwoordelijkheid nemen. Daarom ben ik nu voor de Spreidingswet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant