Nee, er is geen tekort aan grote gebeurtenissen in de wereld, maar houd eens op met van alles een rampscenario te maken. Dat is de boodschap van Piet Post – wiens ingezonden brieven vaak in de Volkskrant worden gepubliceerd – óók tegen deze krant.
Er stonden die dag in november weer een paar alarmistische koppen in de krant. Eentje in het bijzonder stoorde een lezer in Arnhem: ‘Veiligheid op het oude continent bungelt aan een dun draadje’. Piet Post, wiskundeleraar, was gaan wandelen. Twintig kilometer door het groene, glooiende landschap, tien heen en tien terug.
Zulke solitaire meters in de natuur relativeren vanzelf, merkte hij: de winst van Trump, de Oekraïners die steeds meer terrein moesten prijsgeven aan de Russen. Natuurlijk was het erg, vreselijk zelfs, maar er gingen toch ook dingen goed? Kijk om je heen. Bungelde de veiligheid hier werkelijk aan een dun draadje?
En, zoals dat gaat tijdens het doorstappen: alles begon te stromen, de ingevingen kwamen vanzelf. Soms stopte hij even om ze op te schrijven in de notitie-app van zijn telefoon. Eenmaal thuis tikte hij de brief op en stuurde hem naar brieven@volkskrant.nl.
Tientallen keren stonden zijn briefjes de afgelopen jaren in de krant, ondertekend met: Piet Post, Arnhem. Ook die dag was het raak: ‘Brief van de dag’. De Volkskrant verliest zich telkens opnieuw in defaitisme, schreef hij. ‘Elke grote gebeurtenis wordt opgeblazen tot een apocalyptisch drama. (...) Maar kijk een jaar later, en meestal blijkt dat er weinig van deze rampscenario’s is uitgekomen.’
Een week eerder, daags na de winst van Trump, haalde hij al met een soortgelijke boodschap de krant. ‘Onheilsprofeten roepen dat het einde nabij is, dat zelfs checks-and-balances dreigen te verdwijnen. Maar laten we even ademhalen. Democratie betekent dat de meerderheid beslist, ook als dat niet jouw voorkeur is. (...) De wereld vergaat niet. Wat telt, is hoe wij ermee omgaan.’
De briefjes zetten mij, een verslaggever die ook weleens in deze krant waarschuwt voor de anti-democratische kant die het opgaat, aan het denken. Hoe terecht die waarschuwingen ook waren, ik kon niet anders dan vaststellen dat de mensen er niet erg vatbaar voor zijn. In Nederland niet, waar Wilders in weerwil van alle doemvoorspellingen de grootste werd. En in de VS ook al niet.
Al voor de winst van Trump constateerde ik in de krant dat mensen niet graag stemmen op iemand die zich vooral opwerpt als de laatste barrière op weg naar een dictatuur. Ik vroeg me af: wat moeten we toch met de grote waarschuwende woorden die aan inflatie onderhevig zijn? Die vraag kun je aan experts voorleggen, maar waarom eigenlijk niet aan Piet Post, Arnhem? Wellicht valt er nog wat te leren van zijn mens- en wereldbeeld.
En zo kan het gebeuren dat ik op de laatste vrijdag van november in de woonkamer sta van Piet Post, in een behaaglijke buitenwijk van Arnhem, alwaar hij me zijn zelfgebouwde miniatuur-priemgetallentrap laat zien. Kijk, zegt hij, elke trede is een nummer en bij elk priemgetal maakt de trap een bocht naar links. Hij volgt met zijn vinger de wenteltrap van wel twee meter hoog.
Vervolgens laat hij me in de keuken een papieren meetlint zien met nog 29 centimeter erop. ‘Dat zijn de weken tot mijn pensioen’, zegt Piet Post (66). ‘Elke week knip ik er een centimeter af.’
Hij werkt sinds twaalf jaar op een ‘heel leuke’ middelbare school in Dedemsvaart, een plaats voorbij Zwolle waarnaar hij elke dag twee keer 90 kilometer in de auto aflegt. ‘Geen probleem, hoor’, zegt hij op een laconieke, opgewekte toon die gedurende het gesprek steeds terugkeert en wel als vintage Piet Post kan worden omschreven.
‘In de auto heen luister ik een dik uur naar Radio 1’, zegt hij. ‘Nou, dan ben ik al helemaal bij. ’s Middags lees ik nog de Volkskrant en De Gelderlander. Als ik met pensioen ben, ga ik ook een abonnement op De Telegraaf nemen, ik wil me zo breed mogelijk informeren. Op mijn telefoon heb ik nog de apps van de BBC, VRT, ZDF, Al Jazeera en een aantal Amerikaanse nieuwsmedia. Ik wil het allemaal weten.’
Onder leerlingen geniet hij een zekere cultstatus; er was zelfs een Instagramaccount geheel gewijd aan memes over meneer Post. Hij laat er eentje zien op z’n telefoon: een plaatje van een leerling die de opening van een tuba over zijn hoofd krijgt. ‘Meneer Post zijn mening over het nieuws’, staat erboven, de leerling met de tuba over het hoofd stelt de klas voor. ‘Die is leuk, hè.’
Als Piet Post me zijn levensverhaal vertelt, krijg ik het idee dat ik hier het archetype Nederlandse babyboomer voor me heb zoals je die alleen in de onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau tegenkomt. Het is een verhaal van sociale mobiliteit, voorspoed, zuinigheid, bescheidenheid en tevredenheid.
Zijn ouders komen uit zeer eenvoudige omstandigheden in Friesland. ‘Heb je Het Pauperparadijs gelezen? Nou, zoiets dus.’ Zijn vader werd conducteur, moeder bleef thuis en was zeer goed in zuinig zijn. ‘Ze gaf elke stuiver drie keer uit. En dat is ook in mij gaan zitten.’ Hij kijkt even rond in zijn keuken, waar al zeker dertig jaar niets is vernieuwd. ‘Ik zeg al jaren dat ik dit ga aanpakken, maar ik doe het toch niet.’
Meermaals zegt hij dat hij een gelukkige, liefdevolle jeugd heeft gehad. En ja, het ging steeds beter met Nederland en met Piet Post ook. Hij studeerde econometrie, ging aan de slag als leraar wiskunde en economie en kreeg een gezin met drie kinderen, die ook weer allemaal gingen studeren.
Als ik hem voorleg dat deze combinatie van omstandigheden mogelijk van invloed is geweest op zijn levenshouding, knikt hij. ‘Dat zou goed kunnen. Maar de jongelui van nu hebben het tij ook mee, hè. Ze moeten het niet te zwaar inzien.’
Hij tekent twee grafiekjes. ‘Kijk, laten we zeggen dat ik 30 procent in welvaart ben gestegen in mijn leven. En dat mijn jonge collega’s van nu misschien 10 procent gaan stijgen. Dan zou je kunnen zeggen: zij hebben het relatief slechter.’ Hij wijst naar het startpunt. ‘Maar zij beginnen ook op een hoger niveau dan ik.’
Bent u altijd zo optimistisch geweest?
‘Er is één moment dat ik me nog goed kan herinneren waarop ik besefte: ik ben optimistischer geworden. Ik was een jaar of zes geleden met mijn dochter naar Scheveningen gegaan. Er woedde die dag een crisis, ik weet niet eens meer wat het was, kun je nagaan. We liepen daar op de boulevard. Het was een schitterende dag. Iedereen lag op het strand, mensen waren ijsjes aan het eten, kinderen renden achter elkaar aan. Het grootste probleem was een ruzie tussen twee jongetjes over een schepje. Ik liep op blote voeten door de branding. Ik zei die dag tegen haar: van Schiermonnikoog tot Cadzand heb je duizenden stranden, daar zitten vandaag misschien wel miljoenen mensen te genieten. Waar is die crisis?’
U stond in 2022 met een briefje in de krant over het woord ‘crisis’. ‘Vrijdag 19 augustus trakteerde de voorpagina ons zelfs vijf keer op dat woord’, schreef u. ‘Dit zijn geen crises, dit zijn situaties, problemen of kwesties waarvoor een oplossing gevonden dient te worden.’
‘De mensheid is zeer innovatief, dus voor al deze problemen of kwesties vinden we vroeg of laat een oplossing. Mijn dochter heeft in Delft gestudeerd. Al die jongelui zijn daar bezig met problemen oplossen, het is zeer indrukwekkend. Hollands glorie in het kwadraat. Er is zoveel energie om de problemen aan te pakken.’
Hij begint een reeks problemen op te sommen die opgelost zijn. ‘De ozonlaag! Daar zit ook geen gat meer in. Zelfs de toeslagenaffaire is gesignaleerd en wordt nu, hoewel erg traag, opgelost. Dat is juist een teken dat de rechtsstaat functioneert: media en politiek hebben hun werk gedaan.’
Vervolgens somt hij de notering van Nederland in allerlei internationale ranglijsten op. ‘Welvaart: nummer zeven. Geluk: nummertje zes. Gezondheid: twee. Vrijheid: drie. Innovatie: drie. We staan overal in de top 10, dat is Nederland.’
Toen de VVD in de peilingen eind vorig jaar weer de grootste partij leek te worden, vroegen lezers zich in de krant af: hoe kan dat, na alles? U had een simpel antwoord. ‘De grote meerderheid van Nederland is zeer tevreden en wil niet te veel verandering.’ Geldt dat ook voor u?
‘Dat zou je kunnen zeggen, ja. Ik heb een leuk verhaal voor je. Toen ik 18 was, was ik op een bijeenkomst hier in Arnhem waar ook Hans Wiegel was. Met een vriendje zei ik stoer: hé Hans, doe ons ook een biertje. Nou, even later kwam hij met twee biertjes aanzetten.’ Met een lach: ‘Toen heb ik natuurlijk VVD gestemd.’
En zo bleef hij dat doen, een leven lang. Nadat hij op zijn kamer in het ouderlijk huis een VVD-poster in het raam had gehangen, hing zijn zusje een PSP-poster in haar raam. Hij beschouwt zichzelf als een liberaal. ‘Vrijheid is een groot goed. Loop niet aan mijn kop te zeiken wat ik moet doen. Je moet mensen zo veel mogelijk in hun waarde laten. Wat heb jij mooi paars haar! Wat heb jij een leuke djellaba aan. Laat ze lekker.’
Hij zit aan de ‘linkse’ of ‘redelijke’ kant van de VVD, zegt hij. ‘De afgelopen keer stemde ik op Eric van der Burg. Een goede man.’ Dilan Yeşilgöz noemt hij ‘te polariserend’.
Haar geluid is wel dominant binnen de VVD. Waarom blijft u dan toch bij die partij?
‘Als ik de Stemwijzer invul, kom ik er nog steeds bij uit. Dat is toch het belangrijkste? Of je het eens bent met de plannen.’
Vindt u het vreemd dat telkens de vraag wordt gesteld waarom de VVD nog populair is?
‘Ach, zo werkt dat. Ik was een tijdje terug naar De Streamers, een concert in de Gelredome met allemaal bekende Nederlandse artiesten, van Guus Meeuwis tot Kraantje Pappie. Het stadion zat vol. Volgens mij geeft het publiek daar een goed beeld van gemiddeld Nederland. Ze liepen daar allemaal blij rond. Het gaat goed met ze. Ze hebben een fijn huis, een gezin, een mooie auto en kunnen twee keer per jaar op vakantie. Ze stemmen VVD, want dan hebben ze de grootste kans dat alles zo doorgaat.’
Is dat niet onverschillig? In een democratie houd je toch ook rekening met de mensen die het minder hebben?
‘Ja, dat snap ik wel, dat klopt ook. Volgens de laatste cijfers leeft 3,1 procent van Nederland onder de armoedegrens. Laten we daar gaandeweg 2 procent van maken. En nog weer later 1 procent. Die 3 procent moet je wel in perspectief zien: met bijna 97 procent gaat het dus relatief goed. Maar in de media en de politiek bestaat de neiging om te focussen op waar het misgaat, de incidenten, de uitzonderingen. De afgelopen tijd ging het weer telkens over Marokkanen en een integratieprobleem. Omdat een handjevol jongens in Amsterdam Maccabi-supporters in elkaar heeft geslagen. Dat is idioot. Welk integratieprobleem?’
Een deel van de lezers vindt dat het nieuwe kabinet een kans moet krijgen en vindt dat wij te kritisch zijn, sommigen noemen dat zelfs als reden hun abonnement op te zeggen. Vindt u dat ook?
‘Nou ja, over een jaar is het kabinet weg. Ik zou zeggen: laat ze eventjes pruttelen. Frank Kalshoven zei dat laatst goed in zijn column: het kabinet heeft nog niets gedaan gekregen, maar zo’n verantwoordelijkheidsvakantie pakt op de korte termijn goed uit voor de economie.’
In een van uw recente briefjes schreef u: ‘Democratie is geen fragiele illusie. Wat we nodig hebben is realisme en vertrouwen in onze systemen, geen doemdenken.’ Maar wat nou als er voor onze ogen checks-and-balances worden afgebroken?
‘Ja, het is belangrijk om dat te duiden. Blijf dat alsjeblieft doen. Steek de kop niet in het zand. Maar pas wel op met al te grote conclusies. Houd het feitelijk. Het gaat om een gezonde balans tussen waakzaamheid en vertrouwen in veerkracht.’
Wat kan de krant anders doen om dat evenwicht beter te bewaren?
‘Vooral oppassen met te sterke woorden in de koppen. Een tsunami die op ons afkomt, bungelt aan een zijden draadje, aan de rand van de afgrond, de Navo wankelt – al dat soort overdreven formuleringen. Houd ermee op. Dat kweekt alleen maar paniek. Of het stompt mensen na een tijdje af.
‘Ik zat te denken. Bij films heb je tegenwoordig een intimiteitscoach. Op school heb je een anti-pestcoördinator. Bij kranten zou je een anti-polarisatiecoach moeten hebben. Die kijkt naar de verhalen, maar vooral ook naar de presentatie en de koppen, en stelt zich de vraag: is het wel genuanceerd genoeg? Is het niet te hijgerig?’
De overgang van democratie naar autocratie gaat niet zomaar, dat gaat geleidelijk. Daarom signaleren we elke keer als er een grens wordt overschreden.
‘Met mijn zwager had ik hier ook een discussie over. Hij zegt: Trump kan zich nu als dictator gaan gedragen, omdat hij de Senaat, het Congres en de hoogste rechters mee heeft. Ik zeg: eerst zien, dan geloven. Hij: maar dan ben je te laat. Tja, ik denk toch dat het niet zo’n vaart zal lopen.
‘Ik heb het ook even nagezocht over die Senaat. Trump heeft niet de hele Senaat, hij heeft 53 Republikeinse senatoren, die niet allemaal keiharde Trump-loyalisten zijn. Die van Alaska en Maine zijn in elk geval al kritisch op hem.’
Waarom is het electoraat zo weinig vatbaar voor de boodschap: stem op mij anders wordt het hier een dictatuur?
‘Kennelijk is die dreiging van het instorten van de democratie niet tastbaar voor ze. Of ze geloven het gewoon niet. Ze zijn murw van al dat doemdenken. Denk ook aan die meme met die tuba en de mening die opgedrongen wordt. Mensen denken: pfff, nu weet ik het wel.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant