Home

Wie verbolgen is over Gaza weet zich in Nederland weinig politiek gerepresenteerd

Veel Nederlanders, al dan niet met migratieachtergrond, zien het lot van Palestijnen als hét morele vraagstuk van deze tijd. Maar hun luidkeelse protest vindt geen weerklank in de media en de politiek, met een gapende kloof en groeiende frustratie als gevolg.

is verslaggever van de Volkskrant.

Een veelbetekenende uitwisseling leek het niet. Althans, zo was het niet bedoeld. Halverwege een item over wie volgend jaar voor Nederland naar het Songfestival moet gaan, wierp talkshowpresentator Humberto Tan een blik opzij.

‘Is dat eigenlijk iets voor jullie?’, vroeg hij opgetogen aan de leden van de Jeugd van Tegenwoordig die in het publiek zaten te wachten tot ze aan tafel mochten.

Zo gaat dat vaak in talkshows. Even wat lucht in het gesprek, afwisseling. De mensen die plots worden aangesproken, weten wat ze te doen staat. Opzitten, meepraten, gezellig.

Maar dat gebeurde niet. Pepijn Lanen bleef stuurs voor zich uitkijken. ‘Nooit’, zei hij. ‘Free Palestina.’

En als Israël niet mee zou doen, probeerde Tan nog, ‘gewoon, het evenement op zich?’

Kaarsrechte, onverbiddelijke ruggen. ‘De grootste sponsor is ook een Israëlisch bedrijf, toch?’, zei Willie Wartaal, refererend aan het beautymerk Moroccan Oil.

Botsende werelden

Basta, zeiden de opgetrokken schouders van Lanen. Dit was voor de artiesten volstrekt vanzelfsprekend. Meer toelichting wensten, nee, hóéfden ze niet te geven. Tan, doorgaans de soepelheid zelve, schakelde snel over naar de gasten aan tafel.

Het ongemakkelijke fragment uit de talkshow Humberto van eind oktober duurt nog geen minuut. En toch bleef het hangen. Hier werd een boodschap verwoord die je dit jaar niet vaak op televisie zag, zeker niet zo onomwonden.

Cestmocro, een account met 1,1 miljoen volgers, plaatste het fragment op Instagram. Daar werd het meer dan een miljoen keer bekeken, veel meer dan de kijkcijfers van de gemiddelde talkshow. ‘Wat goed dat ze dat op livetelevisie zeggen’, is de reactie met de meeste likes.

Twee werelden botsten op elkaar. Die van de traditionele media, waar men op kousenvoeten het midden probeert te bewandelen tussen wat pro-Israël en pro-Palestina is gaan heten. Het leed van de Gazanen is heel erg, klinkt het dan – bij het ene medium wat plichtmatiger dan bij het andere. Én Israël heeft het recht zich te verdedigen en alles te doen om de gijzelaars te bevrijden.

Online domineert een ander sentiment. Op Instagram is er grote ontzetting over wat Israël aanricht. De beelden van de oorlog komen vrijwel ongefilterd binnen. Gewonde Palestijnen, dode Palestijnen, puin zover het oog reikt.

Machteloosheid

Voor Nederlandse twintigers en dertigers, al dan niet met een migratieachtergrond, is Cestmocro een belangrijke nieuwsbron. Dagelijks toont het account beelden van de oorlog. ‘Ook vandaag weer tientallen doden in Gaza door Israël’, staat er dan. Hoezo laat de wereld/het Westen/Nederland dit gebeuren, klinkt het steevast in de reacties.

Wat geeft het, zou je kunnen denken. Ieder z’n medium, ieder z’n uitlaatklep. Maar de stem die op sociale media klinkt, is die van machteloosheid. Vooral vanwege het gebrek aan politieke actie of nou ja, überhaupt serieuze politieke aandacht.

‘Iedereen moet zich houden aan het internationaal oorlogsrecht’, zei premier Dick Schoof onlangs nog tijdens zijn wekelijkse persconferentie. ‘En naar het oordeel van de Nederlandse regering is die lijn nog niet overschreden.’ Geert Wilders toog naar Israël en schudde premier Benjamin Netanyahu de hand, een Nederlands vlaggetje prominent op de salontafel voor hen.

Bij de oppositie profileren vooral Partij voor de Dieren en Denk zich nadrukkelijk op het onderwerp; nichepartijen die weinig media-aandacht krijgen. Een progressieve middenpartij als D66 is nagenoeg onzichtbaar op dit dossier.

Te laat

Voor GroenLinks-PvdA blijft het een worsteling. Kamerlid Kati Piri is stevig in debatten en diende moties in waarin wordt opgeroepen het geweld in Gaza te beëindigen. Toch zijn veel progressieve mensen teleurgesteld in de fusiepartij.

Dat bleek onlangs weer, toen GroenLinks-PvdA zich achter de actie Niet in mijn naam schaarde van Oxfam Novib. De actiefoto die Frans Timmermans op Instagram plaatste oogstte veel kritiek, nota bene uit de hoek van de Palestina-sympathisanten.

Zijn uitlatingen uit de periode vlak na de aanslag van Hamas op 7 oktober worden Timmermans nagedragen. Was dit niet de man die hamerde op Israëls recht op zelfverdediging, zonder al te veel mitsen en maren? Die sprak over ‘de cultuur van het leven’ (het Westen) versus ‘de cultuur van de dood’ (Hamas)? Hoe keek hij daar nu naar, ruim 45 duizend doden verder? Leuk zo’n actie, was de teneur, maar toch echt too little, too late.

Vertrouwen

Er gaapt een kloof tussen de hevige gevoelens die veel Nederlanders hebben bij het geweld in Gaza en de politieke vertegenwoordiging van dat geluid. Vooral voor veel progressieve twintigers en dertigers en mensen met een migratieachtergrond voelt het lot van de Palestijnen als hét morele vraagstuk van deze tijd. De alarmerende rapporten van mensenrechtenorganisaties en internationaalrechtelijke waarschuwingen bevestigen dat gevoel, terwijl de macht maar niet in beweging komt.

Wat doet het met het vertrouwen in de politiek als een onderwerp als dit er zo karig van afkomt, kun je je afvragen. Waar is het ventiel?

‘Veelzeggend wel’, zegt de Nijmeegse hoogleraar sociologie Niels Spierings, die in 2023 samen met anderen het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) leidde dat na elke Tweede Kamerverkiezing wordt gehouden. Uit het onderzoek van vorig jaar bleek al dat Nederlanders Israël duidelijk minder steunen dan je op basis van de verkiezingsuitslag wellicht zou vermoeden. ‘Voor die uitkomst was toen eigenlijk opvallend weinig aandacht in de media’, zegt hij terugblikkend.

Recenter onderzoek van Ipsos uit oktober toonde aan dat bijna de helft van de Nederlanders wil dat het kabinet een kritischere houding aanneemt jegens Israël. In december begon Oxfam Novib met de actie Niet in mijn naam, waarbij meer dan 250 duizend mensen opriepen tot een koerswijziging.

Opvallend is het verschil in generaties. Uit het NKO-onderzoek bleek dat leeftijd en steun voor Israël nauw met elkaar samenhangen: hoe ouder mensen zijn, hoe meer ze achter het land staan. Vooral als je kijkt naar de extremen (mensen die ‘zeer eens’ of ‘zeer oneens’ invullen) wordt het beeld duidelijk: van de kiezers tot 45 jaar is 30 procent het ‘zeer oneens’ met steun, tegenover slechts 15 procent bij de generaties daarboven.

‘Judeonationalisme’

Volgens hoogleraar Spierings strookt de publieke opinie niet met wat in de talkshows te zien is. ‘Daar is het harde geluid vanuit rechts-populistische hoek dominant, het pro-Israëlgeluid dat hand in hand gaat met het anti-moslimgeluid.’

‘Judeonationalisme’ is de term die de Nederlandse Oxford-politicoloog Sanne van Oosten daarvoor bedacht heeft. Een vorm van beschavingsretoriek waarbij zorgen over antisemitisme worden gebruikt als stok om moslims of ideologische tegenstanders mee te slaan. En ja, benadrukt ze, het is een zorgwekkende ontwikkeling dat antisemitisme toeneemt. ‘Maar je ziet ook dat het sinds de oorlog in Gaza wordt misbruikt om het pro-Palestinageluid in diskrediet te brengen en moslims aan te pakken.’

De Partij voor de Dieren plaatste tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen op X een foto van stukken watermeloen, het symbool voor solidariteit met de Palestijnen. In de Tweede Kamer noemde Dilan Yesilgöz die foto een steunbetuiging aan de terroristen van Hamas en een antisemitisch hondenfluitje. De VVD-leider zei in de aanloop naar de herdenking van 7 oktober ook dat de sit-ins op stations antisemitisch zouden zijn.

Scheurtjes

En toen werd het 7 november, de nacht waarin relschoppers in Amsterdam de Israëlische supporters van Maccabi Tel Aviv aanvielen. ‘Laten we op Jodenjacht gaan’, klonk het in een appgroep. ‘Allemaal vergassen’, schreef iemand anders. Er was, kortom, sprake van antisemitisme. Dat werd vermengd met hooliganisme én woede over het lot van de Palestijnen. ‘Een giftige cocktail’, aldus de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema.

Begon de fietsband scheurtjes te vertonen, kon je je afvragen. Werd de druk te groot door gevoelens van machteloosheid en krenking die veel jongeren hebben door de situatie in Gaza? Gekrenktheid die toenam doordat de harde kern van de Israëlische club in de stad xenofobe, beledigende liederen zong. En dat media en politiek daar aanvankelijk nauwelijks acht op sloegen of op reageerden.

Het was geen excuus voor het geweld, natuurlijk. Maar kon het ook niet een deel van de verklaring zijn?

Die vraag werd door het kabinet niet gesteld. Bewindspersonen gebruikten de gebeurtenissen juist om het zogenoemde ‘integratiedebat’ uit de vitrinekast te halen en met een staalspons op te wrijven. Staatssecretaris Jurgen Nobel (VVD) van Integratie sprak daags na de gebeurtenissen in De Telegraaf van ‘een groot integratieprobleem’; de premier herhaalde die woorden op een persconferentie.

Coalitiepartijen deden vergaande voorstellen. Geert Wilders wilde de paspoorten intrekken van daders met een dubbele nationaliteit, Schoof vond dat idee zeker het onderzoeken waard. Caroline van der Plas wilde kijken of Cestmocro verboden kon worden, een account dat volgens de BBB-leider ‘overloopt van antisemitisme’. Haar geliefde medium X, dat overloopt van allerhande haat, liet ze buiten beschouwing.

Dubbele moraal

De aangenomen motie van het VVD-Kamerlid Bente Becker, waarin ze opriep de culturele en religieuze normen van mensen met een migratieachtergrond te registreren, leidde tot ophef. Want waarom niet ook kijken hoe het gesteld is met de homoacceptatie in de Bijbelgordel?

Er was nog een andere motie waarover minder te doen was, maar die nog beter een dubbele moraal liet zien. Of twee moties, om precies te zijn. Na de Maccabi-nacht riepen de fractievoorzitters van de coalitiepartijen het kabinet op om zich ‘maximaal in te blijven zetten voor de veiligheid en bescherming’ van de Joodse gemeenschap. De hele Tweede Kamer stemde vóór. Een week later diende Denk-Kamerlid Ismail el Abassi een motie in met precies dezelfde tekst, maar dan over de moslimgemeenschap. PVV, VVD en BBB stemden tegen.

‘De oorlog in Gaza an sich is al zo groot en afschuwelijk dat velen erdoor geraakt zijn’, zegt de Nijmeegse hoogleraar Spierings. ‘Maar voor moslims en mensen met een migratieachtergrond is het ook onderdeel van een groter verhaal, van weggezet worden als groep.’

‘Het gevoel is dat er met twee maten wordt gemeten door politiek en media’, staat in het Informatiebeeld spanningen, radicalisering en extremisme dat de gemeente Amsterdam in het najaar publiceerde. Vooral op jongeren heeft de oorlog impact, ook vanwege de beelden die ze zien op sociale media. ‘Dit komt samen met gevoelens van frustratie en zich niet thuis voelen in de samenleving.’

‘Het masker is afgegaan’, zegt rapper, podcast- en programmamaker Yousef Gnaoui, beter bekend als Sef. ‘Mensen van kleur voelen dit natuurlijk al langer, maar het gaat hard nu, zonder enige gêne.’

Aan de kant gezet

In zijn podcasts en muziek is hij geëngageerd, zijn teksten gaan over nationalisme en kapitalisme. Ik zou voor veel kunnen sterven, maar niet voor een vlag werd vorig jaar door 3voor12 verkozen tot beste Nederlandse album van het jaar.

‘Het gaat in dit land al lang over Henk en Ingrid’, zegt hij. ‘Dat zij niet gehoord worden en boos zijn. En terecht ook, door jaren van rechts beleid zijn ze compleet aan de kant gezet. Maar we doen precies hetzelfde met de niet-witte Henk en Ingrid. Er is zoveel voorwaardelijkheid ingebouwd.’

Hij voelt zich niet aangesproken als het over integratie gaat, zegt de Marokkaans-Nederlandse Gnaoui. ‘Ik ben beter geïntegreerd dan de gemiddelde racist.’ Hij begrijpt wel dat jongeren zich afkeren. ‘Je bent een Nederlander als je een olympische medaille wint, maar als je een verkeersovertreding begaat, word je al als anders gezien. Waarom zou je willen integreren in zo’n samenleving?’

Semantische discussie

Bij Gaza ziet hij dezelfde dubbele moraal. ‘Hier gaat het veel over semantische kwesties, over het gebruik van leuzen en woorden. Discussies die er niet echt toe doen. Is zo’n leus belangrijker dan bombardementen, dan Palestijnen die afgesloten worden van eerste levensbehoeften?’

De vraag is hoe de oorlog in Gaza, en de manier waarop de politiek en media ermee omgaan, verder zal doorwerken in de Nederlandse samenleving. Spierings en Van Oosten zien meer electorale potentie voor Denk. Moslims die nu nog niet of op andere partijen stemmen, kunnen vallen voor het duidelijke geluid van die partij.

‘Ik merk dat andere politieke partijen, GroenLinks-PvdA bijvoorbeeld, voorzichtig zijn’, zegt Van Oosten. ‘Ze zijn bang voor het antisemitisme-verwijt, bang voor kritiek. Maar een backlash op X is iets anders dan een backlash bij de verkiezingen. Kiezers willen weten waar de verschillen tussen partijen zitten. Door de kritiek aan te gaan, is er electoraal ook veel te winnen.’

‘Wat bereikt mensen?’, zegt Spierings. ‘GroenLinks-PvdA probeert in deze kwestie een genuanceerd verhaal te laten horen, ook om de verschillende achterbannen te bedienen. Maar haalt die boodschap de media?’

Dat een politieke partij als Denk of een account als Cestmocro wel een duidelijk geluid brengt, leidt niet per se tot meer politiek vertrouwen, schetst de socioloog. ‘Het zijn namelijk protestgeluiden, tégen de politiek.’

Radicalisering

Vooral jongeren zijn extremer in hun opvattingen over de situatie in Gaza, blijkt uit het informatiebeeld van de gemeente Amsterdam. Ouders maken zich zorgen over de emotionele betrokkenheid van hun kinderen bij het onderwerp. Bij meldingen die binnenkwamen bij het Steunpunt Radicalisering speelde de oorlog een duidelijke rol.

‘Over twintig jaar zullen we ons kapotschamen’, zegt Gnaoui. ‘Maar dan zijn de lijken geteld en is er een hele nieuwe generatie met pijn, zowel daar als hier.’ Voor hem zijn de risico’s voor gemarginaliseerde jongeren zonneklaar. ‘Als je al het gevoel hebt een tweederangsburger te zijn, is het niet moeilijk om te radicaliseren.’

In zijn eigen omgeving, die van progressieve millennials, merkt hij dat velen zich afkeren van politieke partijen. ‘Ik ben geëngageerd en vind het toch heel lastig om op het op te brengen om te gaan stemmen. Mensen zoeken naar alternatieven. Die denken: als de politiek het niet doet, dan moeten wij maar voor elkaar zorgen.

‘Op Instagram zie ik veel inzamelingsacties voor Gaza langskomen. Het is hartverwarmend dat mensen dat doen, maar ook erg dat het zo ver moet komen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next