Volgend jaar wordt het grootste oorlogsarchief van Nederland doorzoekbaar voor nabestaanden van collaborateurs en slachtoffers. Maar historicus Ewoud Kieft waarschuwt: dat archief is ‘verraderlijk’. Lang niet altijd zullen familieleden er de waarheid in ontdekken.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over gezondheid.
Een boer uit Boekelo was na de oorlog aangeklaagd omdat hij Joodse onderduikers zou hebben verraden die zich verscholen in het kippenhok van zijn schoonvader. De veldwachter legde een belastende verklaring af, maar de boer kwam met een ander verhaal: zijn schoonvader was bang voor problemen en daarom had hij de veldwachter om advies gevraagd. De onderduikers vonden onderdak bij de klompenmaker verderop, waar ze vier maanden later bij een huiszoeking werden opgepakt.
Het tribunaal sprak de boer in 1946 vrij, maar was dat terecht? Volgens de klompenmaker, die na de ontdekking van de onderduikers zwaar was gestraft, had de huiszoeking plaatsgevonden na een klacht van de boer.
Het is een van honderden zaken uit het collaboratie-archief die historicus Ewoud Kieft het afgelopen jaar doornam. In dat zogeheten CABR-archief zitten dossiers van 425 duizend verdachte en bestrafte Nederlanders; binnenkort wordt het eerste deel digitaal doorzoekbaar voor nabestaanden van collaborateurs en slachtoffers. Zij hopen op uitsluitsel over hun familie, maar bevatten de dossiers wel altijd de waarheid?
Kieft gaf daar deze maand een lezing over en schreef een longread voor de site van het Niod. ‘Het is nodig om een realistisch beeld te geven van het archief’, zegt hij. ‘Veel vragen zullen onbeantwoord blijven.’
U spreekt van een ‘verraderlijk archief’, waarom?
‘In de weken na de bevrijding zijn honderdduizenden mensen opgepakt die werden verdacht van collaboratie. Al die beschuldigingen moesten worden uitgezocht, maar daar was te weinig tijd en mankracht voor. Je ziet de chaotische omstandigheden bijna aan het archief af: verklaringen van verdachten die niet te verifiëren waren, misleidende getuigenissen, bedoeld om iemand te belasten of juist vrij te pleiten, valse beschuldigingen. Slechts 15 procent van alle aanklachten is uiteindelijk door een rechter afgehandeld.’
Wat is er met de andere verdachten gebeurd?
‘Van de 425 duizend zaken is ruim 50 procent geseponeerd, dus niet in behandeling genomen. Zo’n 120 duizend verdachten zijn voorwaardelijk of onvoorwaardelijk buiten vervolging gesteld. Zij kregen een standaard sanctie van het Openbaar Ministerie, ontzegging van het kiesrecht bijvoorbeeld of beslaglegging op hun vermogen. Bij relatief lichte vergrijpen werden verdachten na een tijdje naar huis gestuurd omdat het idee was dat ze hun straf wel hadden uitgezeten. Die groep is weliswaar bestraft, maar zonder rechtsgang. Hun zaak is nooit goed uitgezocht.’
Waarom zijn er maar zo weinig zaken voor de rechter gekomen?
‘In het najaar van 1945 zaten 150 tot 180 duizend verdachten vast in interneringskampen, in afwachting van een rechtszaak waarvan niet duidelijk was of die wel zou komen, zonder dat was getoetst of hun detentie wel deugde. Toen er steeds meer signalen kwamen over misstanden in de kampen, greep de Tweede Kamer in. Het bleek gewoon niet mogelijk om al die verdachten op korte termijn te berechten. Vervroegde vrijlating was de enige oplossing, er kwam een wet om dat mogelijk te maken. Vanaf maart 1946 zijn heel veel verdachten vrijgelaten.’
Is de schuldvraag duidelijk in de zaken die wel voor de rechter zijn gekomen?
‘Als je geluk hebt, zit er een vonnis bij waarin alles op een rij wordt gezet. Soms zegt een lidmaatschapskaart van de Waffen SS ook genoeg. Maar toch ligt ook in die afgeronde zaken misleiding op de loer. Een sensationeel voorbeeld is de absurde bekentenis van een jonge SS’er over zijn wreedheden als bewaker in concentratiekampen, dertig pagina’s dicht bedrukte vellen papier.
Totdat de inspecteurs de kampplattegrond die hij had getekend, voorlegden aan teruggekeerde gevangenen. Er bleek niks van te kloppen, die jongen zat vast tussen doorgewinterde SS’ers en was doorgedraaid door het aanhoren van hun verhalen.
Dat zijn bekentenis niet klopt, zit ergens verderop in het dossier verstopt, daarvoor moet je alles grondig lezen. Wie dat niet doet, wordt op het verkeerde been gezet.’
Kunnen nabestaanden van slachtoffers in de dossiers ontdekken wie hun familie heeft verraden?
‘Van verraad is vaak geen hard bewijs, dat maakt het heel lastig om aan te tonen. Het draait om verklaringen van getuigen en daar kan een verdachte weer een heel ander motief tegenover zetten. Er waren na de oorlog ook verdachten die beweerden dat ze met een NSB’er hadden aangepapt of lid van de NSB waren geworden om verzetswerk te maskeren. Dat klopte soms echt, maar ook dat was lastig te bewijzen.’
Wat valt er met zekerheid wél in het archief terug te vinden?
‘Naast al die onafgeronde zaken zijn er tienduizenden dossiers die wel duidelijkheid geven over de schuld van de verdachten. Verder bevatten de dossiers veel details over het dagelijks leven tijdens de bezetting. Hoe hebben mensen het in die oorlogsjaren gered? Hoe onbaatzuchtig waren ze? Onderzoekers kunnen er veel informatie uit halen. Veel zaken laten zien dat dingen niet zozeer mis gingen door opzet of verkeerde overtuigingen maar door passiviteit, door een gebrek aan goedheid.’
Kieft vertelt dat de media de naoorlogse rechtszaken nauwgezet volgden, waardoor in het land langzamerhand een iets genuanceerder beeld ontstond over foute Nederlanders. Het waren niet alleen maar schurken, her en der speelden verzachtende omstandigheden een rol.
Zo stond bij het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag een man terecht voor het doorspelen van geheime informatie. Maar hij had slechts staan praten met een oud-collega zonder dat hij wist dat die voor de nazi’s werkte. De man was zo ontdaan over de gevolgen van zijn handelen dat hij stond te huilen in de beklaagdenbank. Ook de aanwezige Volkskrant-redacteur was onder de indruk. Slot van het artikel: ‘Buiten druipt de regen zonder ophouden, mieserig en naar.’
Kieft: ‘Die woorden symboliseren het gevoel van moedeloosheid die dit soort kleine, treurige zaken opwekten bij de toeschouwers. Ze hadden liever meteen de grote oorlogsmisdadigers berecht willen zien worden. Maar die kwamen pas later aan de beurt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant