Meestal trekt de gotische Dom alle aandacht, maar Keulen heeft ook nog twaalf romaanse kerken. Soms ingeklemd tussen moderne gebouwen en brede autowegen zijn dit een voor een middeleeuwse schatkamers.
is schrijver, tv-redacteur en journalist. Voor Volkskrant Magazine maakt ze een reisrubriek.
Vanaf de Deutzer Brücke gezien ligt Keulen er helder bij. De zon schijnt zilver in de Rijn. De gotische Dom bepaalt de skyline. Zoals vanouds. Maar links van de Dom schittert nog een andere kerktoren, de vijfpuntige toren van de Groß St. Martin. Die stond er al toen de Domkerk nog een bouwplaats was. Meestal trekt de Dom alle aandacht naar zich toe, maar Keulen heeft ook nog de Groß St. Martin en elf andere romaanse kerken. Allemaal middeleeuwse schatkamers.
Op de Heumarkt wordt geschaatst. Het baantje is onderdeel van Heinzels Wintermärchen, een van de kerstmarkten, waar het naar advocaat en suikeramandelen ruikt. Een Herrgottschnitzer kerft een griezelige kabouter uit hout. Verderop bereidt kostuumwinkel Deiters zich voor op carnaval, dat andere winterfeest. De Donald-Perücke hoort bij de trendy carnavalsoutfits. Op het Domplein omhelst een meisje, ze kan nog maar net lopen, het wollige been van een ijsbeer, een levend standbeeld. ‘Nicht anfassen Kleine’, zegt haar vader, maar het meisje wil niet weg.
De Keulse Dom is gewijd aan drie Bijbelfiguren met een winterse feestdag: 6 januari, Driekoningen. In de kerk staat de fonkelende reliekschrijn van de drie koningen, die volgens het Bijbelverhaal een ster zagen die hen rechtstreeks naar het kindeke Jezus leidde. Volgens de legende waren de beenderen van de drie met de roodbaardige keizer Frederik Barbarossa in 1164 naar Keulen gekomen. Een geweldige buit. Zoals kunsthistoricus Sis van Rossem zaliger al zei: ‘Je mag nooit onderschatten hoe belangrijk relieken waren in de middeleeuwen.’
Aan de overblijfselen van heiligen, een link tussen hemel en aarde, werden wonderbaarlijke en helende krachten toegeschreven. De driekoningenschat had een nieuw huis nodig om duizenden pelgrims te ontvangen: de Dom van Keulen. En zo werd Keulen dé pelgrimsstad van het noorden; goed voor ziel en beurs.
Het poortje waar het gebeente van de drie koningen in 1164 de stad werd binnengebracht, bestaat nog steeds: bij de St. Maria im Kapitol, een van Keulens romaanse kerken, die er toen al ruim honderd jaar stond.
Ook vóór de komst van de driekoningenschat was Keulen al een belangrijke en bouwlustige kerkstad, Sancta Colonia. Een stad met iets uitzonderlijks: twaalf in romaanse stijl gebouwde kerken, net als de twaalf apostelen, die in een perfecte constellatie ten opzichte van elkaar lagen. Twaalf kerken, tussen 900 en 1250 gebouwd, met dikke muren, ronde zijschepen en spitse torens. Ze staan er allemaal nog.
Hoewel dat eigenlijk niet waar is: Keulen werd in de oorlog zo hevig gebombardeerd dat geen van de romaanse kerken ongeschonden bleef. Na de oorlog zijn ze allemaal weer opgebouwd, om nog iets van die oude geschiedenis te bewaren. Dat heeft iets tragisch, zoals heel Keulen iets tragisch heeft. Een stad die duidelijk is opgebouwd in de jaren vijftig en zestig, en zo veel geschiedenis heeft verloren. Ook de romaanse kerken zijn vaak ingeklemd, zelfs weggemoffeld, tussen moderne gebouwen en brede autowegen.
Dat maakt ze ook geheimzinnig. Vaak moet je zoeken naar een zware kerkdeur, waarachter een doodstille wereld schuilgaat vol verhalen over Bijbelfiguren, heiligen, martelaren. Elke kerk voelt als een verborgen schatkamer. Het is moeilijk kiezen tussen de twaalf, maar de St. Maria im Kapitol is bijzonder, met die zijschepen in klaverbladvorm. Bij de deur staan, verrassend, twee grappige beelden van leeuwen. Middeleeuwse bouwers hadden vast nog nooit een leeuw gezien.
Binnen is veel te zien: schilderijen, mozaïeken, sculpturen, de grafplaat van de Heilige Ida, walvisbotten, misschien als verwijzing naar Jonas en de walvis, en een ‘gaffelkruis’, Jezus aan een crucifix in vorkvorm, bedoeld als bescherming tegen de pest. Het leven kende veel gevaar en lijden in de middeleeuwen.
Voor een stenen Madonna uit 1180, die baby Jezus tegen haar wang koestert, liggen altijd een paar appels. Die verwijzen naar het verhaal van de vrome jongen Hermann, die hier dagelijks een gesprekje met Maria aanknoopte, in het Kölsch. Toen Hermännchen op een dag een frisse appel aan Maria gaf, kroop ze voor één keer uit haar stenen omhulsel om de appel aan Jezus te geven en met Hermann te praten. Een wonder.
Vandaag staat er een man met krukken voor de Apfelmadonna. Hij is te dun gekleed. ‘Ik kom hier elke donderdag. Voor mijn mam. Maar vandaag voor mezelf.’ Nee, hij tikt met een kruk op de grond, ‘nä, niet voor dit. De Hillije Maria begrijpt wel waarom.’
De St. Gereon is prachtig met zijn tienkantige Dom. Maar de sobere St. Georg ook, met de (later aangebrachte) glas-in-loodramen van de Nederlandse kunstenaar Johan Thorn Prikker. Of de Groß St. Martin, waar meerdere beelden staan van Meister Tilman, een bekende beeldhouwer uit de 15de eeuw, die superexpliciete beelden van Jezus maakte, met knokige knieën en overal bloed.
De St. Ursula is de spectaculairste kerk. Vanwege de Goldene Kammer, met de botten van de elfduizend maagden van de Heilige Ursula. En dan zijn we weer terug bij de middeleeuwers en hun botten. Het verhaal gaat zo: koningsdochter Ursula wilde, als het echt moest, wel trouwen met de heidense prins die voor haar was bestemd, als hij zich tot het christendom zou bekeren en zij bij wijze van vrijgezellenfeestje met elfduizend maagden een bedevaart naar Rome mocht maken.
Zo geschiedde. Maar ze werden in Keulen al overvallen door een bende Hunnen en allemaal vermoord, inclusief Ursula. En nu zijn, volgens de legende, de beenderen van de elfduizend meisjes tentoongesteld in een luguber mozaïek in de Gouden Kamer van de St. Ursula. Een kunstwerk van menselijke ribben en middenhandsbeentjes, curieus en fascinerend. Vóór de driekoningenschat was dit de belangrijkste bedevaartsplaats van Keulen.
Geen wonder dat zowel de koningen als Ursula’s maagden zijn opgenomen in het wapen van de stad. Middeleeuws Keulen is nog niet verloren.
St. Andreas, met glas-in-loodramen van kunstenaar Markus Lüpertz.
St. Aposteln, kerk in klaverbladvorm, met moderne schilderingen van Hermann Gottfried.
St. Cäcilien, inmiddels onderdeel van Museum Schnütgen voor middeleeuwse kunst.
St. Georg, Sint-Joriskerk die sinds de oorlog zonder toren is.
St. Gereon, gewijd aan martelaar Sint-Gereon, met prachtige lichtinval.
St. Kunibert, vlak aan de Rijn, met een heilzame bron tegen onvruchtbaarheid.
St. Mara im Kapitol, met houtsnijwerkdeur uit 1065.
St. Maria in Lyskirchen, een roze kerk met bewaard gebleven 13de-eeuwse plafondschilderingen.
Groß St. Martin, naast de Fischmarkt, gebouwd op een Romeins magazijn.
St. Pantaleon, oudste romaanse kerk met een barokorgel.
St. Severin, gewijd aan stadspatroon Sint-Severinus, met 12de-eeuws vloermozaïek.
St. Ursula, Die Knochenkirche, met tevens een schilderijenreeks over martelaar Ursula.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant