Home

Fan, tegen wil en dank: met zijn onvoorspelbaarheid weet wielrenner Mathieu van der Poel harten te stelen

Sportverslaggever Rob Gollin neemt zich aan het begin van zijn carrière voor professionele afstand te houden tot sporters, en vooral geen fan te worden. Tevergeefs: wielrenner Mathieu van der Poel weet Gollin te charmeren. Tot zover zijn rol als koele observator.

is sportverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over wielrennen.

Verbazing

Daar gaat-ie!

Hoeveel keer heb ik die kreet afgelopen jaren met enig volume geslaakt bij alweer zo’n vroege aanval van wielrenner Mathieu van der Poel? Hij kromt de rug, maakt zich met een serie van driftige pedaalslagen los van de concurrenten, om ze snuivend en briesend tot figuranten te degraderen. Tot ziens bij de finish.

De solo is de afgelopen seizoenen een geducht wapen gebleken, in klassiekers, kampioenschappen en grote ronden. Van der Poel is niet de enige die de kunst beheerst. Tadej Pogacar doet intussen bijna niet anders. Remco Evenepoel is een oeuvre aan het opbouwen.

Het is een tactiek die in eerste instantie vooral verbazing oproept. Wat een lef. Ga er maar aan staan. Je gooit alle kaarten op tafel. Dit is wat ik in huis heb. Je durft het op te nemen tegen een in theorie overweldigende meerderheid. Als je alsnog wordt achterhaald, is de kans levensgroot dat je rol is uitgespeeld omdat de bodem van de tank in zicht is.

Bekentenis: vooral als Van der Poel aanzette, schoot ook bij mij telkens de hartslag omhoog, tot gevaarlijke frequenties zelfs. Nu al? Waarom? Kalm toch, Mathieu! Het is nog ver! Maar hij heeft nu eenmaal een voorkeur voor het avontuur in plaats van koersen op zekerheid, al gaat het er de laatste jaren wat minder onstuimig aan toe – iets behoudender rijden leverde ook successen op. Maar hij kickt er nog altijd op dat de renners achter hem aan het spartelen zijn. Alleen al het gevoel superieur te zijn geeft hem vleugels.

Transitie

De afgelopen acht jaar kon ik voor de Volkskrant zijn transitie meemaken van veldrijder pur sang, vooral in de drab van Vlaanderen, tot vedette in het mondiale wegwielrennen, met de alleingang als zijn meest bespeelde instrument. De eerste ontmoeting, begin 2017, was in de camper bij de cross in Hoogerheide, waarin moeder Corinne de pasta aan het koken was, waarover Mathieu en zijn oudere broer David vervolgens een tube tomatenketchup uitknepen.

Van der Poel heerst in het veldrijden

Na drie eerdere overwinningen deze week won Mathieu van der Poel ook vrijdag in het Vlaamse Loenhout.

Mathieu van der Poel reed vrijdag zijn vierde wedstrijd veldrijden in een week. In Zonhoven afgelopen zondag, Mol afgelopen maandag en Gavere afgelopen donderdag won hij, en ook vrijdag in Loenhout ­zegevierde Van der Poel.

De Nederlander overheerste praktisch van begin tot eind. Alleen de Belg Laurens Sweeck kon lang volgen.

De wedstrijd markeerde ook de terugkeer van Wout van Aert in het veldrijpeloton. De Vlaming reed voor het eerst een crosswedstrijd sinds hij tijdens de Ronde van Spanje afgelopen najaar ernstig gebleseerd was geraakt.

Van Aert leek aanvankelijk Van der Poel te kunnen volgen, maar moest snel zijn meerdere erkennen en zakte weg. De Belg finishte ten slotte als vierde.

Ter illustratie van de andere tijden: als ambassadeur van het automerk maakt Van der Poel bij het verre van poenerige veldrijden geregeld zijn opwachting in een Lamborghini. Meestal in een SUV, de Urus, met kenteken 1-MVDP-1. Vorig jaar verscheen hij in Antwerpen in een goudkleurige Huracán Sterrato, ‘een vervangwagen’, zei hij, alsof hij wat uit te leggen had.

Afgelopen donderdag in Gavere was het een oranje Revuelto. Vader Adrie zat een keer in de Urus naast hem, lichtelijk opgelaten. Die straalde vooral uit: voor mij hoeft het niet per se, maar Mathieu vindt het nu eenmaal prachtig. In Spanje, waar hij een huis heeft, staat hij tussen de trainingen door geregeld op de golfbaan.

Zijn manier van koersen leidde er snel toe dat het vaste voornemen om na mijn entree in de sportjournalistiek van geen enkele atleet supporter te zullen worden, helaas niet houdbaar bleek. Want Van der Poel vloog er hartveroverend gewoon maar in. Het plezier spatte ervan af. Lak aan de conventies. Even testen hoe de benen zijn en dan maar zien hoe de concurrentie ervoor staat.

Soms lag de motivatie elders. Zo ging hij er in de Tirreno-Adriatico van 2021 met nog 51 kilometer te gaan vandoor, omdat hij het koud kreeg.

De nagestreefde distantie was al eerder gesneuveld. Natuurlijk had hij in het veld al indruk gemaakt, met zijn aanvalslust, bravoure, beheersing van de fiets en zijn schitterende tweestrijd met Wout van Aert, al sinds hun jeugd rivalen. Maar ook op de weg ontbolsterde het talent razendsnel. Kantelpunt was het NK in 2018, met de finish op vertrouwd terrein, Hoogerheide.

Weer was hij vroeg in de aanval gegaan, ondanks de aanwezigheid van twee machtsblokken, toen Lotto-Jumbo en Sunweb. Hij werd tot twee keer toe teruggepakt, maar in de finale op de Scheldeweg won hij vervolgens de sprint. Op volle snelheid gaf hij Ramon Sinkeldam nog een duwtje. Pardon, mag ik even langs, binnendoor?

De zege was voor zijn ploeg de reden toch maar echt werk te gaan maken van zijn omscholing en de opbouw van een entourage voor het racen op de weg. Tot mijn grote schrik ontsnapte me, pal aan de finish, een juichkreet – niet op volle sterkte, maar wel degelijk hoorbaar. Licht beschaamd keek ik om mij heen. Tot zover mijn gehoopte rol als louter koele observator.

Bewondering

Daar gaat-ie!

Van der Poel maakt het zijn volgers niet makkelijk. Na uitzinnige euforie kan de grootste deceptie zich zomaar aandienen. Er is geen renner met zo’n grillig cv. Als hij wint, is het bijna altijd spectaculair. Toen hij een kleine anderhalf jaar geleden in zijn eentje op weg was naar de winst op het WK in Glasgow, schoof hij in een bocht onderuit en nam mij, 700 kilometer zuidwestwaarts, en passant mee; ik gleed thuis in wanhoop van de bank.

Het zweet keert nog terug in mijn handen bij de gedachte aan de met banddikte gewonnen sprint met Van Aert in de Ronde van Vlaanderen van 2020. Met de armen om elkaars schouders reden ze uit, nog lang ongewis van de uitslag.

Wat een mafkees

De verbazing maakte dan ook al snel plaats voor bewondering. Herinner zeker de Amstel Gold Race van 2019, waarin hij terugkeerde uit geslagen positie. Hij lag uitgestrekt op het asfalt, de armen gespreid. Wij mochten er niet bij. Alleen de audiovisuele media waren aan het duwen en trekken in de rijen om hem heen. De collega’s van het geschreven woord zagen niets.

Wie moesten we dan aanspreken om na te gaan wat er was gebeurd? Bauke Mollema dan maar, die na Van der Poel als beste Nederlander twaalfde was geworden? Gelukkig stond Adrie ook op afstand ingetogen te stralen. Zijn beklijvende, liefkozende uitspraak: ‘Wat een mafkees!’

Als het niet lukt, is Van der Poel net zo spraakmakend, zeker op kampioenschappen. Neem de hongerklop in kansrijke positie op het WK in Yorkshire, 2019; met bleek gezicht en holle ogen reed hij met wapperend regenjack nog wel de rit uit, terwijl verslaggevers zich al hadden opgesteld bij het hotel waar de selectie verbleef, in de veronderstelling dat hij voortijdig zou opgeven. ‘Eerst even wat eten’, zei hij, toen hij uiteindelijk na het voltooien van de race aankwam. Hij stortte zich op twee borden patat.

De volgende wedstrijden waarin resultaten uitbleven, waren net zo memorabel. Tijdens het mountainbiken op de Olympische Spelen in Tokio dacht hij over een plank langs een rotspartij af te dalen. Die bleek er niet meer te liggen, met een halsbrekende duikeling als gevolg. Toen hij nog enkele keren de finish passeerde, was de verbijstering zelfs onder de vegen van stof op zijn gezicht af te scheppen. Wat is me nu weer overkomen?

Achter het hek waren we net zo ontzet. Ook op het WK van 2022 in Wollongong, Australië, was het optreden kortstondig. Hij had ’s nachts uren vastgezeten op het politiebureau, nadat hij twee meisjes had belaagd die zijn nachtrust in een hotel hadden verstoord. Het was weer eens wat anders.

Er is meestal wel wat. Achteloos tikt hij met het voorwiel een steen of een gevallen bidon van het asfalt. In Hulst, tijdens een veldrit, spuwt hij naar toeschouwers die hem uitschelden en hem bekers bier (of is het urine?) toewerpen. Hij rijdt op het WK veldrijden in Luxemburg, waar hij met afstand de sterkste is, vier keer lek; zijn tranenvloed is niet te stelpen.

Een jaar eerder raakt hij op het WK in Heusden-Zolder met zijn schoen beklemd in het voorwiel van uitgerekend Van Aert. Tot mijn eigen irritatie betrapte ik me erop dat ik bij elke wedstrijd vooral op Van der Poel lette. Zit hij midden in het gedrang? Wacht hij nog? Rijdt hij nou alweer achterin? Wat is er aan de hand? Koersen waarin hij ontbrak, vond ik minder boeiend. Alsof de anderen er niet meer toe deden. Het was onzinnig, onprofessioneel en onvermijdelijk.

Gewenning

Daar gaat-ie!

Na die Tirreno-Adriatico van 2021 bladerde ik door de archieven om zijn meest spraakmakende solo’s op te diepen. De eerste dateerde uit 2003, hij won toen als 8-jarig jochie op een iets te grote mountainbike een dikke bandenrace. De laatste foto dateerde van oktober 2020, in de BinckBank Tour, toen hij op de Vesten in Geraardsbergen een jagende groep vier seconden voor bleef, de etappe won en de eindzege veiligstelde.

Er volgden in de jaren erna nog grotere successen: etappezeges in de Tour de France (2021) en de Giro d’Italia (2022), weer de Ronde van Vlaanderen (2022), Milaan-San Remo (2023), Parijs-Roubaix (2023), het WK van 2023. In het voorjaar van 2024 profileerde hij zich nog het meest als solist, mogelijk zette de regenboogtrui hem aan tot nog grotere dadendrang. In de E3 reed hij 40 kilometer alleen, in de Ronde van Vlaanderen 45 kilometer, in Parijs-Roubaix 61.

Een ongebruikelijke gewaarwording in de perszaal: bij mij bleek de gebruikelijke opwinding te luwen. Mijn hartslag bleef zowaar redelijk stabiel. De reden moest zijn dat ik er behoorlijk van overtuigd was dat hij het wel ging redden. Hij had het al zo vaak vertoond.

Een paar blikken op de naar adem happende achtervolgers volstonden. De renners die het hem moeilijk konden maken, Pogacar en Van Aert, deden niet mee, met als enige uitzondering de E3, waarin de Belg op achterstand raakte toen hij op de Paterberg onderuit ging.

In de Ronde was de aanval niet eens gepland, hij wist als een van de weinigen fietsend de spekgladde Koppenberg te nemen. Op weg naar Roubaix ergerde hij zich aan het gebrek aan samenwerking in de kopgroep, vertelde hij na de wedstrijd. Dan kon hij net zo goed in zijn eentje naar de finish. Het moet gezegd: de demarrage was indrukwekkend. Hij hing zelfs op de kasseien gevaarlijk schuin in de bochten. Maar zijn aanvalsdrift bleek zowaar te wennen.

Zijn strategie was ook de reden waarom ik in de vele nagelbijtende duels die hij met Van Aert uitvocht, zowel in het veld als op de weg, altijd vurig hoopte dat Van der Poel zou winnen. Waar hij zo op het oog op louter instinct koerste, reed de Belg veel berekender, vrijwel altijd in de reactie. Dit was vaak het beeld: Van der Poel zet wedstrijden in de fik, waarna Van Aert probeert de boel te blussen.

Wout van Aert

Het verschil in amusementswaarde doet niets af aan de kwaliteiten van de geweldenaar uit Herentals. Hij is veelzijdiger dan Van der Poel: beter in het hooggebergte, sneller in een massasprint.

Hij heeft een ijzersterke tijdrit in de benen. Voor zijn ploeg is hij door een onbaatzuchtige opstelling van onschatbare waarde als steun en toeverlaat voor de kopman van dienst. Hij is charismatisch en doet rake uitspraken.

Toen de Belgische pers ageerde tegen de verplaatsing van de balken op het WK veldrijden in 2023 in Hoogerheide, waar Adrie van der Poel als parcoursbouwer verantwoordelijk voor was, maakte Van Aert in één zin een einde aan verdachtmakingen dat vooral zoon Mathieu ervan kon profiteren. Die balken lagen er prima, zelfs beter dan voorheen. Discussie gesloten.

Maar hij slaagt er mede door tegenslag – valpartijen, ziekte – maar niet in de koersen die hij het meest liefheeft te winnen. Intussen kijk ik ernaar uit dat het hem komend voorjaar wel een keer lukt in de Ronde of Roubaix. Ziedaar de reikwijdte van gewenning.

Verzadiging

Daar gaat-ie!

Er was één renner die Van der Poel als de eenzaat in de slotfase het afgelopen seizoen in de schaduw zette. Pogacar begon ermee in de Strade Bianche, met nog maar liefst 81 kilometer te gaan, zette de ingeslagen weg voort in de Giro d’Italia en er stond ook geen maat op hem in de Tour de France. Het daverende slot was een volgens hemzelf ‘domme’ aanval op het WK in Zürich op niet minder dan 100 kilometer van de eindstreep.

In de Ronde van Lombardije deed hij het nog eens dunnetjes over: hij vertrok op de plek die in alle voorspellingen was genoemd als het moment waarop hij zou toeslaan, en bouwde zijn voorsprong op de eerste achtervolger, olympisch kampioen Evenepoel, uit tot ruim drie minuten, gemeten op de aankomst in Como.

In de reacties viel op dat de bewondering het steeds moeilijker kreeg. De spanning is weg, de strijd ontbreekt. Pogacar blijkt in staat de koers nagenoeg altijd, op alle denkbare fronten, tot het gewenste einde te brengen. Dat lukt Van der Poel niet. Zeker zijn optredens in de Tour zijn, op die zes dagen in het geel in 2021 na, flets te noemen; hij vraagt zichzelf soms ook af wat hij er eigenlijk te zoeken heeft.

Groeiende argwaan

Het regime van de Sloveen krijgt nu vaak het predicaat saai, liefhebbers voelen zich bij zoveel overmacht snel verzadigd, zo niet verveeld. De argwaan groeit. Hoe kan Pogacar zoveel beter zijn dan de rest? Zeker in Como was hem nauwelijks aan te zien dat hij zojuist het hele peloton had gedeclasseerd, een douche leek niet eens nodig.

Maar de munitie blijft vrijwel altijd beperkt tot het wijzen op het dopingverleden van UAE Team Emirates-manager Mauro Gianetti, die als renner in 1998 experimenteerde met een alternatief voor epo en in het ziekenhuis belandde.

Van der Poel houdt zelf de buitenwereld op gepaste afstand. Grote interviews zijn schaars. Sportgala’s laat hij meestal aan zich voorbij gaan. Laat hem maar fietsen. Op een decembermiddag in 2019 sprak ik hem in de ouderlijke woning van Adrie in Kapellen, België, voor een verhaal over de precieze toedracht van zijn wonderbaarlijke terugkeer in de finale van de Amstel Gold Race.

Toen ik door de vragen heen was, bood hij gedienstig mijn jas aan. Keurig opgevoed, dacht ik. Ik stond nog maar kort buiten het hek, of hij schoot alweer in zijn regenboogtrui op de fiets de weg op. De goede manieren bleken ook, of misschien wel vooral, in dienst van een geplande training te zijn.

Snel verdween hij uit het zicht, het bos in, zoals hij zo vaak voor zijn tegenstanders uit het zicht verdween. Vanaf vandaag is hij voor mij nu ook beroepshalve uit beeld. Maar ik sluit niet uit dat ik ergens in een koers toch nog als betalende bezoeker of toeschouwer achter een hek of lint zal opduiken en dit keer ongegeneerd een aanmoedigende kreet zal slaken, zij het zeker niet hard.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next