Consumenten in Nederland en de rest van de Europese Unie raken eindelijk verlost van de snoerenknoedel die het bezit van elektronische apparaten met zich mee brengt. Op elk oplaadbaar apparaat moet met ingang van vandaag een USB-C-kabel passen.
De verplichting aan fabrikanten om hun toestellen uit te rusten met een USB-C-aansluiting werd twee jaar geleden beklonken na een eensgezind optreden van de Europese Commissie, het Europese Parlement en de lidstaten. Zij willen de consument geld besparen en ook het elektronisch afval terugdringen. Veel elektronica belandt vanwege gedateerde technologie op de vuilnisbelt.
Voor notebooks en grotere laptops heeft de Europese Unie fabrikanten eerder al meer tijd gegeven om over te stappen op USB-C. Voor die apparaten gaat de verplichting pas over twee jaar in, op 28 december 2026.
Aan de wet die USB-C verplicht stelt, ging tien jaar duwen en trekken vooraf. De makers van mobiele telefoons, headsets, camera’s, muizen, toetsenborden en ander elektronisch materiaal voelden er niets voor om zich vast te leggen op een uniforme aansluiting.
Vooral Apple stribbelde hard tegen. Dat introduceerde in 2012 zijn eigen Lightning-oplaadtechnologie. Daarmee dwong het Amerikaanse bedrijf consumenten om nieuwe kabels of adapters te kopen steeds als Apple nieuwe apparaten introduceerde of nieuwe versies uitbracht van muizen, toetsenborden en andere randapparatuur waarin de standaard-usb-aansluiting werd vervangen door Lightning.
Ook verdiende Apple elk kwartaal enkele tientallen miljoenen dollars met licenties aan fabrikanten die hun eigen Lightning-snoertjes of -adapters op de markt wilden brengen, becijferde financieel persbureau Bloomberg in 2023.
Met het leveren van geschikte adapters en kabels bij elke nieuwe iPhone of iPad was het concern in 2020 al opgehouden, onder het mom dat de meeste consumenten die toch al in huis hadden van toestellen die ze eerder hadden gekocht. Dat bespaarde Apple jaarlijks 6,5 miljard dollar, bleek volgens berekeningen in 2022.
Het zal een tijdje duren voor alle bestaande elektronica met afwijkende aansluitingen door consumenten is afgedankt. Begin deze maand meldde onderzoeksbureau Telecompaper dat steeds meer consumenten zich tevreden stellen met tweedehands smartphones. Die maken nu al 16 procent uit van het mobieltjesbezit. Van alle iPhones waarmee in Nederland nog wordt gebeld is zelfs 24 procent een occassion.
Verder gaat sommige elektronica gewoon lang mee. Daardoor blijft de consument nog wel even zitten met een spaghettiknoop van afwijkende kabels en snoeren. Vooral de verscheidenheid aan USB-snoeren is enorm.
De Universal Serial Bus werd in 1996 ontwikkeld door een groep van ICT-leveranciers als IBM, Intel, Compaq en Microsoft. Zij streefden een uniforme aansluiting voor randapparatuur als printers, muizen en toetsenborden.
Het ideaal van past-altijd-overal ging evenwel verloren toen er steeds meer nieuwe uitvoeringen verschenen van USB, die nodig waren omdat nieuwe technologie om snellere of meer geavanceerde aansluitingen vroeg. Op dit moment zijn er veertien verschillende USB-uitvoeringen, variërend van micro-B tot USB-C, en aanpalende technologieën als Thunderbolt en FireWire.
Als het gaat om kabels waarmee de consumenten televisies of monitoren aansluit op een pc of spelcomputer bestaat er nog altijd een baaierd aan afwijkende aansluitingen. Het meest gebruikt is HDMI, maar er zijn ook alternatieven in de vorm van DisplayPort, VGA, DVI, S-Video en WiDi.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant