Een hek van vier meter hoog, daar komt geen wolf overheen, was tot vorig jaar de consensus. Maar toen legde een wildcamera vast hoe wolven over zo’n hek, dat rond de Hoge Veluwe staat, weten te klimmen. Ze kunnen trouwens ook onderlangs; zie het filmpje van een wolf die zich als in een stripverhaal door een dassenpijp wurmt. Het verklaart wel waarom het aantal moeflons en hun jongen in dat nationale park met de helft is geslonken sinds de eerste wolf zich in 2018 op de Veluwe vestigde.
Toch kan een goed wolfwerend hek zelfs veel lager zijn dan vier meter, zegt BIJ12, de organisatie die voor de provincies alles bijhoudt en regelt wat met wolven te maken heeft. Mits je zo’n hek maar voorziet van schrikdraad. „Ecologische effectiviteit: hoog”, aldus de Preventiekit van BIJ12. Wel duur. Voor een schapen- of ponywei is het nog wel te doen, maar de Hoge Veluwe zou veertig kilometer raster nodig hebben.
Tot nu toe heeft de overheid de aanleg van wolfwerende hekken met 5 miljoen euro gesubsidieerd. Maar nog steeds loopt er een bloedspoor door Nederlandse weiden. Dit jaar waren er tot begin december ruim 800 aanvallen op dieren – voor het overgrote deel schapen – tegenover 399 in het hele vorig jaar. Ook is er een toename van incidenten waarbij mensen zich door wolven bedreigd voelden. Het heeft de gemoederen verder verhit.
Eén oorzaak: er zijn meer wolven, nu rond de 120 in zo’n elf roedels, de meeste op en rond de Veluwe, en sommige wolven zwerven rond. Een wolf is een opportunist. Als hij een schaap kan pakken, gaat hij geen moeite doen voor grote dieren met hoorns die hard kunnen rennen.
Andere oorzaak: boeren klagen veel maar doen te weinig; in september was de helft van de beschikbare subsidie nog ongebruikt, bleek uit NOS-onderzoek. Sommige boeren geloven niet dat hekken werken, ze zeggen dat het aanvragen van subsidie te ingewikkeld is, of ze doen niets „omdat zij vinden dat de wolf zou moeten worden afgeschoten en verdwijnen”, aldus de omroep.
De laatste groep kreeg begin deze maand internationale steun; in Europa hebben meer landen moeite met wolvenaanvallen op vee. In het verdrag over de bescherming van wilde dieren werd de status van de wolf verlaagd van ‘strikt beschermd’ naar ‘beschermd’. De regels om hem te mogen afschieten worden op termijn – als Europese en landelijke wetgeving zijn aangepast – soepeler.
Toch betekent dat niet per definitie dat het makkelijker wordt om een wolf af te schieten. Want wanneer is een wolf een probleemwolf? Schapenboeren en de provincies steggelen over een definitie; de een zijn ‘probleemwolf’ is de ander zijn ‘natuurlijk gedrag’ waartegen je kunt beschermen, als je maar wilt. En omdat de wolf een beschermde diersoort blijft, zullen we een manier moeten vinden met hem samen te leven.
In 1896, toen in Limburg officieel de laatste wolf werd gedood, was Nederland dun bevolkt en ruig terrein was er te over. Nu zijn er vier keer zoveel inwoners en een veelvoud aan landbouwdieren, en moet ook de laatste ruigte zich nuttig maken voor recreatie. De wolf die oprukt vanuit het oosten – een laat gevolg van de val van het IJzeren Gordijn – is nu, afhankelijk van je standpunt, een invasieve exoot of een gelukkige hereniging.
Spannend, „met zo’n geducht wild dier erbij” is het pas échte natuur, schreef veldbioloog Tijs Goldschmidt in 2015 in NRC Handelsblad, na de eerste meldingen. „Tegelijkertijd wordt vrij breed de mening gedeeld dat het zich dan wel aan de regels moet houden.” Maar zo’n ingeburgerde wolf – Canis vinex, noemde Goldschmidt hem alvast – is een utopie.
Tegelijkertijd: die schapen staan er niet voor de sier. Ook niet voor hun wol trouwens, 95 procent van de wol gaat wegens „niet rendabel” naar de verbrandingsoven. Nederlandse schapen worden gehouden voor hun melk, als natuurlijke grasmaaier en voor het overgrote deel voor hun vlees. In de eerste negen maanden van 2024 zijn volgens het CBS ruim 400.000 schapen en lammeren geslacht. Volgens BIJ12 heeft de wolf dit jaar tot en met begin december 2.450 schapen gedood. De resterende 99,4 procent hebben wij dus zelf gedood.
Ja, de wolf berooft ons – vooral van de zekerheid dat het land helemaal van ons is. Maar dat minieme en door de overheid verzekerde bedrijfsrisico is nog verder terug te brengen met een goed wolvenhek. En misschien een klein beetje inschikken. Hij is er en gaat niet meer weg.
Source: NRC