Na een droogte van 26 jaar wist McLaren weer eens de constructeurstitel in de Formule 1 te veroveren. Lando Norris kon er geen dubbelfeest van maken door de coureurstitel op te eisen, maar de constructeurstitel is voor de teams uiteindelijk de belangrijkste titel omdat dit meer geld en prestige oplevert. Het succes van McLaren valt op meerdere manieren te verklaren, maar CEO Zak Brown wijst vooral naar het management en zijn stijl van leiding geven.
"Ik denk dat ik er goed in ben om de beste mensen in hun rol te krijgen en ze heel hard te pushen, ze constant feedback te geven, maar ze wel hun werk te laten doen", trapt Brown in een exclusief interview met Motorsport.com af. "Het gaat erom het beste uit hen te halen en het tempo van de organisatie te verhogen. Het is een passie om constructief kritisch te zijn op onszelf. Mijn leiderschapsteam, dat ongeveer tien man sterk is, is geweldig en we dagen elkaar uit. We zijn immens loyaal naar elkaar toe, maar we zijn het [wel eens] met elkaar oneens en het is heel constructief om te weten dat veel mensen zich tegen mij verzetten."
Dat iedereen binnen McLaren door die mentaliteit zo open is, heeft volgens Brown ook geleid tot de weg naar voren van het team. "Mijn leiderschapsteam voelt zich op zijn gemak om te zeggen: 'Zak, ik denk dat je het hier bij het verkeerde eind hebt'. Ik kan terugduwen en zij zullen weer terugduwen, maar op een heel constructieve manier", aldus de Amerikaan. "Mijn mentaliteit is dat ik hier ben om het team te steunen. Ik werk voor het team, zij werken niet voor mij. Met Andrea [Stella, teambaas] gaat het ook zo: 'Wat heb je van mij nodig? Wat kan ik doen? Wat heb je nodig? Heb je hulp nodig met de coureurs? Wil je een bepaalde coureur vastleggen? Kan ik op commercieel vlak helpen?' Ik zie het dus zo: ik ben hier om te steunen. Ik ben de manager, dus ik ben niet de quarterback. Andrea is de quarterback; iedereen in het managementteam is een quarterback. Ik ben de manager, ik help bij het bepalen van de tactiek en ik help, maar ik gooi de bal niet."
Brown vermoedt ook dat het helpt dat hij zich er van bewust is wat zijn sterke en minder sterke punten zijn. Nu Formule 1-teams zo ingewikkeld zijn, zou het voor het topmanagement maar al te gemakkelijk zijn om betrokken te raken bij zaken waar ze weinig vanaf weten. "Het is net zoals op de pitmuur: ik bemoei me er niet mee", stelt Brown. "Andrea en ik praten met elkaar, ik stel vragen en deel mijn gedachten. Maar ondanks dat ik al mijn hele leven een racer ben, ben ik de minst geschikte persoon op die pitmuur om de tactiek te bepalen."
"Sommige andere teambazen komen op mij over alsof zij dingen willen doen die ze niet zouden moeten doen", voegt Brown, zonder namen te noemen, toe. "Een van de beste dingen die Tom Stallard [Piastri's race-engineer] tegen me zei was: 'Weet je wat ik zo leuk vind aan jou op de pitmuur? Dat je nooit iets zegt!' Het zou makkelijk zijn om voor de camera's te doen alsof ik degene ben die de strategie voor de race bepaald heeft. Maar dat ziet er niet goed uit voor je eigen raceteam - en dan heb ik het nog niet eens over wat de mensen op de tribune denken. Ik ga Tom of Will [Joseph, Norris' race-engineer] niet vertellen hoe zij een race moeten runnen. Ik ben daar niet geschikt voor. En ik denk dat dat respect afdwingt."
Source: Motorsport