Home

Minister Faber teruggefloten door rechters: 4 vragen over de bombarie rond de bed-bad-broodopvang

In Amsterdam, Rotterdam en Utrecht hebben rechters besloten dat de bed-bad-broodregeling ook na 1 januari moet worden doorgezet. Wat gaf de doorslag? ‘Wij menen dat de minister zelf verweer moet voeren.’

is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over identiteit, polarisatie en extremisme.

1. Wat hebben de rechters precies besloten?

In vijf gemeenten – Eindhoven, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Groningen – spande advocaat Pim Fischer namens circa driehonderd ongedocumenteerden rechtszaken aan. De vreemdelingen zonder verblijfsvergunning verzochten de rechter om minister Faber te dwingen de opvanglocaties open te houden. Faber had in september aangekondigd dat ze de financiering voor de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (lvv), de officiële naam van de bed-bad-broodvoorzieningen, zou stopzetten vanaf 1 januari.

In Amsterdam, Rotterdam en Utrecht hebben de rechters besloten dat de opvang ook na 1 januari doorgezet moet worden zolang de bezwaarprocedure loopt. In Eindhoven oordeelde de rechter dat de illegale migranten zich geen acute zorgen hoeven te maken over het stopzetten van de kabinetsbijdrage. Eindhoven had namelijk aangekondigd de lvv met eigen middelen door te zetten. De rechter zei wel dat de verzoekers een nieuw kort geding konden starten mocht er iets aan hun situatie veranderen, bijvoorbeeld als Eindhoven geen geld meer heeft voor de opvang. De procedure in Groningen dient begin 2025.

De zittingen waren tot dusver zeer uitzonderlijk. Ambtenaren van de gemeente moesten het beleid van Faber verdedigen terwijl zij het daar niet per se mee eens zijn. In Utrecht droop ‘het ongemak’ ervan af, bleek uit een verslag in de Volkskrant. In Eindhoven kwamen de ambtenaren niet opdagen op de zitting. ‘Wij zijn het niet eens met het besluit van de minister om de rijksbijdrage aan de lvv te stoppen en begrijpen dat deelnemers bezwaar hebben gemaakt tegen de beëindiging’, reageerde een woordvoerder van wethouder Samir Toub in het Eindhovens Dagblad. ‘Wij menen dat de minister zelf verweer moet voeren.’

2. Wat gaf de doorslag voor de rechters?

De rechters stelden dat bed, bad en brood de ‘absolute ondergrens’ is voor opvang van ongedocumenteerden, zoals blijkt uit internationale verdragen. Het gaat om een groep van enkele honderden mensen van wie een flink deel kampt met grote psychische of fysieke problemen. Deze groep kwetsbare vreemdelingen dreigde op straat te belanden als Faber de geldkraan had dichtgedraaid.

Volgens Faber zouden de vreemdelingen terechtkunnen in de zogeheten Vrijheidsbeperkende Locatie (vbl) in Ter Apel. Het is echter de vraag of zij daar worden toegelaten, omdat die locatie vaak vol is en geen mogelijkheid heeft om complexe zorg aan te bieden. Bovendien moeten de vreemdelingen uitzicht hebben op terugkeer om te worden toegelaten. Dat hebben ze vaak niet, bijvoorbeeld omdat het herkomstland niet wil meewerken aan terugkeer. Volgens de rechter is het te onduidelijk waar ze terechtkomen als de opvang sluit.

De rechter oordeelde dat het belang van de ongedocumenteerde vreemdelingen zwaarder weegt dan dat van minister Faber, die vooral een financieel belang heeft; ze wil bezuinigen op de opvang. Er is volgens de rechter ‘niet gebleken waarin het financiële belang van de minister exact is gelegen’. Aan de opvang in de vbl en de daklozenopvang zijn ook kosten verbonden en de minister heeft niet onderbouwd dat deze kosten minder zijn dan die van de lvv’s, die in totaal 24 miljoen euro per jaar kosten.

3. Wat is de voorgeschiedenis van de lvv’s?

De lvv’s zijn ontstaan na een jarenlange politieke strijd over wat toen nog de bed-bad-broodregeling heette. In 2015 viel het kabinet bijna over de kwestie. De VVD was voor het afschaffen van de opvang, coalitiepartner PvdA was tegen. De vrees was groot dat het aantal daklozen flink zou toenemen. Uiteindelijk werd besloten dat Amsterdam, Groningen, Utrecht, Eindhoven en Rotterdam opvang mochten bieden, op voorwaarde dat de ongedocumenteerden meewerkten aan terugkeer, of een andere ‘structurele oplossing’.

4. Wat gaat er na 1 januari gebeuren?

De minister moet ervoor zorgdragen dat verzoekers gebruik kunnen blijven maken van 24-uurs basisopvangvoorzieningen ‘tot vier weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar’. Minister Faber heeft in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat ze de uitspraken zal ‘bestuderen en uiteraard naleven’. Het lijkt erop dat de opvangvoorzieningen in ieder geval voorlopig gered zijn. Amsterdam, Groningen, Eindhoven en Utrecht hadden vooraf al aangekondigd dat zij de opvang hoe dan ook zouden doorzetten, maar in soberder vorm.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next