Home

Voor een stevige democratie kan Syrië beter in de leer bij Turkije dan bij landen van de Arabische Lente

Syrië is, veertien jaar na het begin van de Arabische Lente, het zevende Arabische land waar een volksopstand resulteert in het vertrek van een dictator. Tunesië, Egypte, Libië, Jemen, Algerije en Soedan gingen vooraf. Welke lessen zijn te trekken?

deed voor de Volkskrant verslag van de opstanden in Egypte, Libië en Tunesië. De afgelopen weken was hij in Syrië.

Tunesië: aanvankelijk een succes

Tunesië, waar de bevolking in december 2010 als eerste de straat op ging, gold lang als het enige succesverhaal van de Arabische Lente. Het land kreeg een voorbeeldige, seculiere grondwet. De democratie schoot wortel, vooral dankzij een krachtig maatschappelijk middenveld, het product van vijftig jaar investeren in onderwijs.

De vakcentrale UGTT, de werkgeversorganisatie Utica, de Orde van Advocaten, de mensenrechtenliga LTDH (samen ‘het Kwartet’), vrouwengroepen en ngo’s mobiliseerden hun achterban, telkens wanneer de democratische overgang spaak dreigde te lopen. Het leger bleef buiten de politiek. Het Kwartet kreeg in 2015 de Nobelprijs voor de Vrede.

Uiteindelijk vloog de transitie toch uit de bocht. De in 2019 gekozen president Kais Saied trok steeds meer macht naar zich toe, het parlement werd ontbonden en als vanouds verdwijnen dissidenten weer achter tralies. Hoe heeft dit kunnen gebeuren, en hoe heeft het Kwartet dit kunnen láten gebeuren? Die vraag is nog niet bevredigend beantwoord.

Egypte: leger grijpt macht

Ook in Egypte leek een levendige civil society te bestaan, maar die bleek te zwak om tegenwicht te bieden aan de reactionaire giganten: de zakenelite, de Moslimbroederschap en bovenal het leger.

Toen de Volkskrant in mei 2011 in Caïro het hoofdkantoor van de jongerenbeweging 6 April bezocht, de aanjager van de revolutie, bleek dat geen zinderende control room te zijn, maar een uitgewoonde studentenflat waarvan na vijf keer bellen de deur werd geopend door een net uit zijn kater ontwaakte jongeman in een T-shirt met de afbeelding van een gebalde vuist.

In het links-liberale kamp vierden politiek analfabetisme en egotripperij hoogtij. Zo lag het veld open voor de Moslimbroeders. Die waren echter zozeer door de hun toegevallen macht verblind, dat het leger ze gemakkelijk opzij kon zetten. Zo bezweek de Egyptische omwenteling onder de ballast van het verleden. Het ancien régime had te veel belang bij de status quo.

Libië: twee regeringen

De Libische dictator Moammar Kadhafi liet een natie zonder staat achter. Hij bepaalde alles, zwaaiend met zijn Groene Boek. Wat aan overheid bestond was, afgezien van de oliesector, te zwak om zonder zijn aanwijzingen te functioneren. Zijn leger verkruimelde toen het eenmaal met Navo-steun door de opstandelingen was verslagen.

Libië moest bij nul beginnen. Die maagdelijkheid (geen ballast als in Egypte) had wellicht iets goeds kunnen opleveren als het westen het land niet spoedig weer aan zijn lot had overgelaten. Nu bepaalden vijandige milities de koers van post-revolutionair Libië. Het land heeft al geruime tijd twéé regeringen.

Jemen, Algerije, Soedan: ethnische twisten en generaals

De etnische twisten in het straatarme Jemen – toch al geen fijne voedingsbodem voor democratie – werden verder aangewakkerd door de militaire bemoeienis van Saoedi-Arabië, de Emiraten, Iran en de VS. De oorlog duurt op een lager pitje voort.

In Algerije en Soedan bleken in 2019 de generaals uiteindelijk niet bereid toe te geven aan de roep om verandering. Beide landen volgden het voorbeeld van Egypte.

Dus hoe, al met al, past Syrië in dit rijtje?

Risico op strijdende milities

Duidelijk is om te beginnen dat er geen sprake is van strijdkrachten die de macht naar zich toe kunnen trekken. Het Syrische leger, gedemoraliseerd en onderbetaald, loste begin december in het niets op.

Ook van een sterke civil society is geen sprake. Dictator Bashar al-Assad stond dat eenvoudig niet toe. Wel hebben Syriërs in de diaspora zich georganiseerd, maar hun activiteiten kunnen zij niet eenvoudig overplanten naar het vaderland, al was het maar omdat velen nog niet kunnen terugkeren naar de verwoeste dorpen en stadswijken. Bovendien is het maar de vraag hoeveel ruimte zij krijgen van de rebellenregering.

Een reëel risico is dat van elkaar bestrijdende milities, zoals bekend uit Libië. Hayat Tahrir al-Sham (HTS) lijkt de grote steden onder controle te hebben, maar in diverse provincies opereren Arabische milities waarvan de gehoorzaamheid aan de nieuwe machthebbers nog getest moet worden. Dat geldt ook voor de Koerdische ‘Autonome Regio’ in het noordoosten – de grootste politieke uitdaging voor het HTS-bewind.

Politieke islam versus democratie

Een groot vraagteken is de rol van de islam. HTS, een afsplitsing van Al Qaida, doet zich gematigd voor, maar het zelfverklaarde ideaal is nog altijd een islamitische staat.

In gesprekken die de Volkskrant onlangs had in HTS-bolwerk Idlib viel om de haverklap de term ‘sharia’. In de eerder genoemde Arabische landen kreeg de politieke islam geen voet aan de grond, afgezien misschien van Libië, maar in Syrië kan dat anders uitpakken. De vraag naar de relatie tussen politieke islam en democratie ligt dan levensgroot op tafel.

Buitenlandse invloed

Ten slotte het buitenland. Veel meer dan in de andere landen zullen externe spelers invloed hebben op de transitie: buurland Turkije allereerst, de VS, Europa, de Golfstaten, Israël, Iran, de VN. Ook dat maakt de toekomst onvoorspelbaar. Maar Syrië ligt zozeer in puin, dat er miljarden nodig zijn voor wederopbouw. De donoren zullen eisen stellen.

Een andere mogelijk positieve factor is Turkije. Dat wil, net als de Golfstaten, geen radicaal islamitisch buurland. Het kan proberen zijn democratisch model naar Syrië te exporteren.

Wie president Erdogan beschouwt als een halve dictator klinkt het wellicht vreemd in de oren, maar Turkije kent wel degelijk een krachtige oppositie. Die behaalde dit jaar zelfs nog een klinkende overwinning in de lokale verkiezingen. Met zo’n systeem zou Syrië beter af zijn dan welk voormalig Lente-land ook.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next