Home

‘Ik mis bij mensen soms de bereidheid offers te brengen’

Als je keihard werkt, kan Nederland ‘een paradijs’ zijn, meent de Poolse Violetta Riedel. Namens Den Haag gaat zij op straat het gesprek aan met Bulgaren, Oekraïners, Polen en andere arbeidsmigranten. Een ‘normaal leven’ moet ook voor hen mogelijk zijn, vindt ze.

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

Buitenspelen, paardrijden, kattenkwaad uithalen, hooien, groenten en fruit uit de moestuin halen – de idyllische beschrijving van haar Poolse jeugd in een dorpje nabij de Tsjechische grens roept de vraag op waarom ze ooit is weggegaan. Die heeft de 49-jarige Violetta Riedel zichzelf nooit gesteld – van jongs af was vertrekken voor haar vanzelfsprekend: ‘Als jong meisje wist ik zeker dat ik niet in ons dorp wilde blijven. Ik wilde meer kleur in mijn leven.’

Haar jeugd speelt zich af in de jaren tachtig, wanneer Polen communistisch is en het leven ‘grijs’, met ‘dezelfde schoenen voor iedereen’ en basisproducten als vlees en suiker op rantsoen. Het gezin waartoe ze behoort (moeder schooljuf, vader chauffeur) heeft in het dorp ‘status’, maar Violetta kijkt met afgunst naar haar Duitse neefjes en nichtjes die op bezoek komen: ‘Ik vond bananen lekker. Zij konden er thuis zo veel eten als ze wilden. Wij kregen er maar vier, eentje voor ieder gezinslid.’

Bovendien lonkt de vrijheid: ‘In ons dorp was de sociale controle groot. We moesten iedere dag naar de kerk. Toen ik in de puberteit kwam, kreeg ik daar steeds meer moeite mee.’ Via satelliettelevisie, met onder meer Nederlandse zenders (‘we moesten altijd lachen om die rare keelklanken’), ziet ze een ander leven dat tot de verbeelding van haar generatie spreekt. Wat ook helpt, is dat het pad al geëffend is: ‘Iedereen kende wel mensen die in Duitsland werkten.’

Haar afscheid van Polen komt op 24-jarige leeftijd, na een studie sociologie en sociaal werk: ‘Mijn ouders wilden per se dat ik eerst zou afstuderen. Omdat ik financieel afhankelijk van ze was, heb ik dat gedaan.’ Leipzig vormt haar eerste stop. Om werk te krijgen, schrijft ze uitzendbureaus aan. Tot haar verrassing volgt een positieve reactie uit Nederland: ‘Met alleen maar een rugzak ben ik op de trein naar Utrecht gestapt.’

Ze begint in een matrassenfabriek in Kesteren, binnen een half jaar heeft ze zich opgewerkt tot ‘coördinator’ voor Poolse arbeidsmigranten bij een uitzendbureau: ‘Met een auto van de zaak, gratis huisvesting en 2.500 gulden per maand.’

Een kwart eeuw later werkt ze in Den Haag op straat. Namens de gemeente geeft ze voorlichting aan nieuwe generaties arbeidsmigranten, veelal afkomstig uit Bulgarije, Oekraïne en Polen. De stad telt er ruim vijftigduizend, een op de tien inwoners. Een toenemend aantal leeft op straat.

In het aanpakken van de problemen experimenteert de gemeente met straatvoorlichters als Riedel. Ze probeert migranten te helpen hun leven op orde te krijgen of te laten inzien dat hun toekomst niet in dit land ligt. Zelf woont ze in een koophuis in het Rotterdamse Spangen, met haar man en twee zonen: ‘Ik ben het voorbeeld dat een normaal leven mogelijk is. Maar dan moet je wel keihard willen werken.’

Ziet u verschil tussen uw eerste tijd als arbeidsmigrant en nu?

‘Toen ik in 1999 in Ede kwam wonen, voelde ik dat ik welkom was. In Duitsland, waar al veel Polen werkten, was dat anders. Maar de Nederlanders vonden het nog bijzonder, dat vond ik erg fijn. Na twee maanden wist ik: ik wil hier nooit meer weg. Dat kwam door Ede, met zijn mooie binnenstad, maar ook door dat gevoel welkom te zijn.

‘De mensen die nu naar Nederland komen, hebben dat niet meer. Ze zijn nu met zoveel (een op de tien werkenden, red.). Toen kon je gemakkelijk een huis krijgen, dat was nog helemaal niet duur. Nadat ik voor een uitzendbureau coördinator was geworden, woonde ik zelfs gratis in een oud klooster. Dat zat vol met andere Polen – het uitzendbureau regelde voor mij een kamer, zodat ik 24/7 toezicht op ze kon houden.

‘Huisvesting is nu wel een groot probleem, je ziet veel misstanden. Dan vraagt een huurbaas 2.000 euro voor een woning, waardoor er tien man gaan wonen. Dat leidt dan tot problemen met de buren vanwege overlast.’

Zijn er ook voordelen om in deze tijd arbeidsmigrant te zijn, ten opzichte van 1999?

‘Wat wij toen veel minder hadden, was informatie. Het internet bestond toen nog maar net. Nu kun je van alles online vinden. Over je rechten als arbeidsmigrant bijvoorbeeld, maar ook over allerlei voorzieningen die er toen niet waren, zoals banenmarkten of workshops over in Nederland leven en werken.

‘Je hebt nu ook een heel netwerk aan ondersteunende organisaties, laagdrempelige voorlichting op straat, zoals we dat in Den Haag doen, en zelfs kinderopvang wanneer moeders bezig zijn de Nederlandse taal te leren. Ik was destijds op mezelf aangewezen om de taal te leren, met video’s van films en dan woordjes opschrijven. Ik heb geen talenknobbel, maar heb wel doorgezet.

‘Nu mis ik soms die bereidheid offers te brengen. Dat is nodig om hier iets op te bouwen, je moet soms hard voor jezelf zijn. Als je hier langer wilt blijven, moet je Nederlands of Engels kunnen. ‘Geen tijd’ of ‘te oud’ zijn geen excuses. Ik heb een tijdje drie jobs gedaan, en leerde daarnaast nog de taal. In de matrassenfabriek werkte ik zes dagen per week twaalf uur per dag, en was ik nog beter af dan meisjes die in de kippenfabriek bij min vijf werkten. Ik begreep niet hoe zij dat volhielden. Toch gingen ze door en leerden ze ook nog de taal. Dat moet je bereid zijn te doen.’

Is de mentaliteit veranderd?

‘Je hebt altijd goede en slechte arbeidsmigranten, net als goede en slechte uitzendbureaus. Heb je de verantwoordelijkheid voor een gezin, dan zeg je niet: ‘Ik ga vandaag maar eens niet naar mijn werk’. Die mentaliteit is wel veranderd, ja. Bij Polen zie ik een verschil na 2004 (toetreding tot de EU, red.). Toen kon opeens iedereen hierheen komen, dus kreeg je ook Polen die kwamen blowen, vakantie vieren. Of je kreeg Bulgaren die het in eigen land niet konden maken en met een malafide uitzendbureau in zee gingen om 10 duizend euro kindertoeslag met zo’n bureau te delen.

‘Ik vind ook dat het veel te gemakkelijk is een uitzendbureau te beginnen: vandaag naar de Kamer van Koophandel, morgen aan de slag, zonder toets. Als het aan mij ligt, zouden er niet meer dan drie uitzendbureaus zijn, met de juiste tarieven en de juiste salarissen. Dan heb je geen misstanden meer.’

Wat motiveert u dit werk te doen?

‘Ik wil mensen duidelijk maken dat het paradijs in Nederland ook voor hen mogelijk is. Jij kunt hier je eigen paradijs opbouwen, vertel ik ze, daarvan ben ik zelf het voorbeeld. Dat ik er al 25 jaar geleden mee ben begonnen, maakt niet uit. Er was toen shit, nu is die er ook. Een mens heeft altijd problemen, grote of kleine, in welke tijd je ook leeft. Waar het om gaat is: wil je je kansen benutten? Want die zijn er óók altijd. Zoals die taallessen van de overheid. Of zoals het opvanghotel, waar mensen naartoe kunnen die geen werk én geen huis hebben. Daar kunnen ze twee weken bekijken wat hun mogelijkheden zijn. Zijn die er niet, dan krijgen ze gratis een enkele reis naar hun land.’

Wat bedoelt u met ‘een paradijs’?

‘Dat is voor iedereen verschillend. Voor de een is dat na zijn werk voor de televisie chillen. Zelf hou ik van kunst maken. Ik ga ook graag naar musea. Wat ik met paradijs bedoel, is dat je hier een normaal leven kunt leiden. Met normaal bedoel ik dat je de rust voelt een keertje naar de bioscoop te gaan, of een keertje met vakantie. Normaal is dat je kunt leven, dus niet hoeft te overleven. Nederland is een van de rijkste landen ter wereld. Hier moet iedereen toch een leven kunnen leiden dat in balans is, waarin je kunt kiezen wat je leuk vindt en waarin je zonder angst beslissingen kunt nemen.’

Op straat komt u mensen tegen die dat niet kunnen. Wat kunt u voor ze betekenen?

‘Ik kan ze helpen in contact te komen met het opvanghotel, of met professionals. Alles waar ze recht op hebben, staat wel online, maar die informatie vinden deze mensen meestal niet, net zoals ze ook geen flyers lezen. Dus gewoon op straat in gesprek gaan is de beste manier om ze te bereiken.

‘Soms zijn hun problemen te groot. Ik had laatst te maken met een jong Pools stel dat sliep in hun auto bij Schiphol. Zonder douche dus. Hij had werk, zij niet. Ze was getraumatiseerd, omdat ze door haar ex was mishandeld. Zij had naar het opvanghotel gekund, maar het hotel is niet voor mensen met werk, zoals hij. Maar zij kon niet zonder hem, ze was bang de boel kort en klein te slaan als ze alleen zou moeten gaan. Dus bleven ze in die auto bij Schiphol slapen. Uiteindelijk kwam er wel een oplossing, maar hun situatie greep me echt aan.’

Hoe gaat u daarmee om?

‘Ik praat over wat me overkomt, met vriendinnen en collega’s. Wanneer je met de mensen op straat bent, moet je professioneel blijven. Maar als ze weg zijn, kan ik mijn hart uitstorten. Dan komen de emoties naar buiten, dat helpt. Ik probeer mezelf ook te beschermen met mijn creativiteit, ik ben ook designer en fotograaf. Als sociaal werker moet je een muur om jezelf heen bouwen. Je kunt niet al die ellende van mensen naar huis meenemen, je moet ook je eigen leven leiden.’

Krijgt u ook met negatieve reacties te maken?

‘Er zijn soms mensen op straat die zeggen: je moet die buitenlanders helemaal niet helpen. Dan zeg ik: maar u wilt wel dat uw vlees en groenten in de supermarkt liggen, dat uw pakketje van Bol op tijd aankomt en dat uw post wordt bezorgd. Nederlanders beseffen vaak niet dat ze al lang niet meer zonder arbeidsmigranten kunnen.

‘Er wordt al twintig jaar gepraat over minder arbeidsmigranten, maar er verandert niks. Dat komt doordat het systeem ze gewoon te hard nodig heeft. Vorig jaar was er drie dagen een staking bij een Albert Heijn-distributiecentrum in Geldermalsen. Die leidde tot lege schappen, daar heb ik nog foto’s van gemaakt. Van mij hadden ze langer mogen staken. Zodat mensen het door krijgen, hoe afhankelijk ze van arbeidsmigranten zijn.

‘Soms krijg ik te horen: onze eigen mensen moeten eerst werk krijgen. Nou, zeg ik dan, ga dan eerst eens de mensen aanpakken die in de bijstand zitten en daarnaast zwart werken. Laat die zich maar eens dagelijks bij de gemeente melden voor vrijwilligerswerk. In de zorg komen we handen tekort. Helpen met eten geven, een praatje maken, dat soort dingen, dat heb ik zelf ook gedaan in de coronatijd.’

Wat is uw hoop?

‘Wat ik aan de coronatijd goed vond, was dat alles langzamer ging. Mensen hadden meer tijd. Het hoefde even allemaal niet zo snel. Waarom willen we steeds meer? Kijk eens wat voor ellende dat creëert, altijd maar weer procenten erbij. Wie verdient daaraan? Niet wij, niet de uitzendkrachten. Mensen zouden andere mensen minder misbruiken, als we terug kunnen naar een simpel leven.’

Boekentip: Denk groot en word rijk, Napoleon Hill

Rijkdom draait niet om geld, maar om het vinden van geluk en voldoening, is de boodschap. Dit boek heeft me diep geraakt. Hill legt overtuigend uit waarom je voor mislukkingen niet bang moet zijn, je kunt juist van ze leren, en waarom je je dromen en doelen nooit moet opgeven.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next