is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
De grote supermarktketens slaan elkaar in de decembermaand met de televisiecommercials om de oren. Acterende BN’ers doen goede zaken, net als de eigenaren van de licenties van grote kersthits.
Alleen de Spar ontbreekt in de reclameblokken. En dat terwijl het zich met 13.900 filialen wereldwijd en 14,7 miljoen klanten een van de allergrootste levensmiddelenzaken mag noemen. Er zijn vestigingen in zoveel landen dat zelfs het hoofdkantoor aan het Rokin in Amsterdam het overzicht kwijt is. Deze week berichtte deze krant dat niemand daar enig idee had dat de jonge filialen in Iran werden gebruikt voor het omzeilen van de handelssancties.
De Spar is het laatste overblijfsel van het vrijwillig filiaalbedrijf waar in de jaren vijftig, zestig en zeventig de meeste Nederlanders nog hun boodschappen deden. ViVo (Vrijwillige Inkoop- en Verkoop Organisatie), VéGé (VErkoop GEmeenschap), A&O (Actief en Ondernemen), Centra (later C1000), 4=6, Kroon en de Spar (Door Eendrachtig Samenwerken Profiteren Allen Regelmatig) vormden de ruggengraat van kruideniersland Nederland.
De winkels van deze ketens waren zelfstandig, maar deden samen de inkoop en een deel van de marketing. Ieder had zijn eigen klantenbindertjes: ViVo had de sprookjesclub en de Prins Valiant-albums, Spar de strips van Marten Toonder en Kroon de goudkronen.
Maar hun belangrijkste voordeel – en soms ook nadeel – was dat de hele buurt de tachtig uur per week zwoegende eigenaar kende die met inzet van het hele gezin het hoofd boven water moest zien te houden. En die eigenaar kende op zijn beurt al zijn klanten. Die noeste werker wist welke jongetjes uit de buurt af en toe een pakje kauwgum gapten en kende de huisvrouwen die moeite hadden de eindjes aan elkaar te knopen.
Het vrijwillig filiaalbedrijf ontstond in de jaren dertig en veertig toen de kleine neringdoenden zich gingen bundelen. Het instituut ging in de jaren tachtig en negentig ten onder aan gebrek aan kapitaal en onvoldoende schaalgrootte. De meeste werden vervolgens opgeslokt door de huidige supermarktgiganten Albert Heijn, Jumbo en Plus. Wie nog baas in eigen huis wilde blijven, werd gedegradeerd tot franchisenemer – een in de lokale gemeenschap nogal onzichtbaar figuur die in een keurslijf was gedwongen.
Alleen de Spar overleefde. De keten – in 1932 opgericht door Adriaan van Well uit het onbeduidende Zegwaart – wist de de tand des tijds te doorstaan. In Nederland met vierhonderd gemakswinkels, campingwinkels en universiteitswinkels. In het buitenland is Spar veel groter. In Italië, Spanje en Oostenrijk zijn er meer dan duizend winkels en in Groot-Brittannië zelfs tweeënhalfduizend.
Spar bleef de vleugels uitslaan. Democratie en mensenrechten deden er weinig toe. Want Rusland, Oekraïne, Kazachstan, Saoedi-Arabië en Qatar kregen ook Spars.
En ook in Iran mochten onder het oer-Nederlandse merk winkels worden geopend, zij het dat die via een Oostenrijkse licentienemer gebeurde. Dat breekt het bedrijf nu op. Eerder kwam de Spar al in Rusland in opspraak en nu blijken hoge Iraniërs de winkels in Iran te misbruiken.
Hopelijk raakt de Spar als merk ook niet te veel bezoedeld. Want ook bij het laatste bastion van de aloude kruideniers kennen ze hun pappenheimers niet meer.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant