Home

illegaal vuurwerk

Een hond kruipt jankend weg bij een harde vuurwerkknal en paarden slaan op hol bij lichtflitsen. Maar waarom lijken wij mensen - of in ieder geval een deel van ons - op 31 december nergens bang voor en lopen we al knallend rond met potentiële wapens?

Een knal rond 31 december? Ons brein koppelt dat aan iets warms, feestelijks en gezelligs. Aan iets positiefs dus. Mogelijk denk je dan aan de Oudejaarsnacht van vroeger: het samenzijn met je familie en vrienden, de oliebollen en het opblijven.

Ons lichaam schrikt wel, maar die positieve associatie zorgt ervoor dat we niet doodsbang zijn voor knallen, legt psycholoog Jacob Jolij uit. De knal krijgt voor veel mensen meteen een mooie betekenis.

Als we schrikken, ervaart ons lichaam opwinding. Die basale opwinding - arousal - is neutraal, vertelt Sebastiaan Mathôt: die is nog niet positief of negatief. Vervolgens geven we er betekenis aan vanuit onze sociale omgeving, onze cultuur en onze ervaringen. "Dat gaat in een fractie van een seconde: we schatten meteen in wat die opwinding betekent."

Mathôt is experimenteel psycholoog aan de Rijksuniversiteit Groningen. "Die schriksensatie in je maag kan een hele prettige nervositeit worden. Denk maar aan dat je iemand op wie je een oogje hebt ineens op straat tegenkomt."

Niet iedereen is dol op harde knallen of bereid misschien een oog of hand te verliezen om maar vuurwerk te kunnen afsteken. Meestal zijn het jongens in de tienerleeftijd die deze risico's voor lief nemen en de hardste knallen maken.

Jolij: "Zij zijn extra gevoelig voor sociale status en groepsdruk. Daar is niets mis mee, maar het maakt ze bereid om grotere risico's te nemen om zo een hogere sociale status te bereiken."

Want wie is er het coolst op 31 december: een jongen van zestien die een doosje cobra's uit Duitsland haalt en het riool opblaast met z'n vrienden? Of iemand die een mooie, verantwoorde siervuurwerkshow neerzet?

Op 31 december neigen vooral mannen naar die eerste groep, vermoeden de psychologen. Deze nacht biedt mogelijkheden die er de rest van het jaar niet zijn, Oudejaarsnacht is een perfecte uitlaatklep: "De hardste knal maken, de grootste vuurpijl afsteken: er is die specifieke nacht ruimte voor het klassieke stoer doen, waarbij we bereid zijn veel risico te nemen", legt Jolij uit.

In die vuurwerkperiode komt het machismo naar boven, zegt ook Mathôt: knallend met een pak strijkers rondlopen met je vrienden en in de nacht samen iets verbodens en stoers doen. "Dat zorgt voor opwinding en bonding, en dat is leuk. Een beetje alsof je een groep soldaten bent die iets gevaarlijks aan het doen is. Volslagen onnodig, maar toch spannend."

Siervuurwerk vinden we best mooi of misschien écht heel mooi, maar het geeft niet die sensatie van keihard knallen op straat met je vrienden, zeggen beide psychologen.

En de vrouwen? Van nature zijn vrouwen iets angstiger en ze zullen een harde knal sneller als bedreigend ervaren, zeggen de psychologen. Mathôt: "Het is een relatief klein verschil tussen mannen en vrouwen dat door alle sociaal-culturele laagjes in onze samenleving enorm is uitvergroot. Dat gaat elkaar voeden." Daardoor zul je niet snel een groep vrouwen samen knalvuurwerk zien afsteken, al zullen ze er misschien best van houden.

Zijn we eigenlijk dom bezig als we bewust zoveel risico nemen met vuurwerk? Nee, niet als je het vanuit ons brein bekijkt, zegt Mathôt.

"We hebben deze traditie al heel lang en zijn ermee grootgebracht. Pas sinds corona wordt de traditie in twijfel getrokken. Dat had te maken met het landelijke verbod, dat overigens niet eens voortkwam vanuit zorg over vuurwerkslachtoffers. We wéten dat het gevaarlijk is, maar toch blijft dat gevaar abstract."

Je kent de cijfers en ziet op het nieuws de brancards met slachtoffers binnenrollen, maar het echte gevaar kennen de meesten van ons niet. "Tenzij je zelf ooit verminkt bent geraakt door vuurwerk. Of als de knallen je doen denken aan een oorlogssituatie die je hebt meegemaakt. Reken maar dat je dan bang bent."

Die groep bevindt zich in de psychopathologische hoek: ze hebben misschien PTSS, hebben een angststoornis of zijn getraumatiseerd. Dat zijn de tieners die lol maken met hun vuurpijltjes meestal niet, zegt Mathôt.

De vuurwerktraditie beëindigen met een landelijk verbod zal voor een deel echt moeilijk zijn, denken beide psychologen. Daar is overigens geen sprake van.

Vuurwerk verbieden schuurt een beetje tegen de discussie over Zwarte Piet aan. Mathôt: "Mensen zijn niet flexibel. Als er iets wordt afgepakt, kunnen we agressief reageren. We zijn superconservatief en houden niet van verandering."

Jolij: "We zijn ermee grootgebracht, we hebben mooie herinneringen aan dit feest met alles wat daarbij hoort. Haal je één aspect weg - het vuurwerk dus - dan vinden we dat niet leuk. Ons brein denkt dat we het nodig hebben. We moeten knallen om het feest compleet te maken."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next