Ik weet niet hoe het met u zit, maar dat u zojuist de eerste volledig Sylvia Wittemanloze Volkskrant in ruim twintig jaar tijd heeft opengeslagen, stemt mij in ieder geval erg droevig. Tot ze het afgelopen dinsdag uitmaakte met de woorden ‘tot ziens’, was ik namelijk een van die vele abonnees die jarenlang een eenrichtingsverkering onderhield met Witteman.
Zij kende mij niet, maar toch plaatste ik haar drie keer per week pal naast mij aan de ontbijttafel om vanuit die positie wat lucht in een verder topzware krant te blazen. Dan maakte ze bijvoorbeeld een grapje over neukende schildpadden (die overigens een afgrijselijk geluid maken als ze klaarkomen), of ze vertelde over een gesprek dat ze had opgevangen op de Albert Cuypmarkt, waarna mijn dag gelijk een stuk vrolijker was dan daarvoor.
Door mijn werkzaamheden op deze plek behoor ik sinds kort tot diegenen die enigszins weten hoe knap het is dat Witteman bijna twintig jaar lang drie keer per week een column wist te produceren die zowel geestig als voortreffelijk geschreven was, waar de mensenkennis en intelligentie altijd vanaf droop en die bovendien volstond met myriaden taalvondsten. Dat vergt niet alleen talent en een magistraal oog voor detail, maar ook heel veel zelftucht, doorzettingsvermogen en discipline.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Daarnaast bezit Witteman, en dit maakt haar wat mij betreft echt uniek, het vermogen vrijwel alles betrekkelijk te zien, wat zeker anno 2024 een groot goed is. Ik weet bijvoorbeeld niet hoe het u verging met Kerst, maar zelf heb ik twee dagen lang aan tafels gezeten met mensen waarvan het gros er diametraal andere standpunten op na houdt. Ik zat tussen PVV- en NSC-kiezers, maar ook tegenover GroenLinks- en SP-liefhebbers. Vooraf was dat een recept voor bittere ellende, achteraf bleek het vooral heel erg gezellig.
In Nederland hebben we, zo vermoed ik, echt niet zo veel ruzie met elkaar als die blonde broodschreeuwer ons wil doen geloven. Wat we vooral in overvloed hebben, zijn politici die, zoals Haro Kraak het vorige week verwoordde in het Volkskrant-commentaar, geen blusdekens en emmertjes water hanteren, maar flessen spiritus. ‘Van vrijwel elke kwestie – Oekraïne, Gaza, migratie, klimaat – wordt een cultuurstrijd gemaakt waarbij de inzet vooral het afzetten tegen anderen is.’
Daarnaast hebben we te maken met een chronisch overschot van zwartkijkers die in krantenkolommen als deze dergelijke vijandbeelden in de samenleving nog wat verder opkloppen, met als gevolg dat we daadwerkelijk beginnen te geloven dat ons volk enkel bestaat uit wappies, wokies, antisemitische straatterroristen en fascisten.
Wie helaas vele malen zeldzamer zijn in het publieke debat, maar des te waardevoller, zijn columnisten die geboren worden met het jaloersmakende voorrecht van het optimisme – columnisten zoals Witteman. Iemand die zelfs wanneer ze chagrijnig is tot vrolijkheid stemt, al was het maar omdat ze net zo prachtig kan vloeken als kapitein Haddock in zijn hoogtijdagen.
Lang verhaal kort: wij Volkskrant-lezers zijn ruim twintig jaar lang getuige geweest van zeer groot schrijverschap. Daarom is het volledig geoorloofd vanaf volgende week jaloers te zijn op abonnees van Het Parool, die ik desalniettemin veel plezier wens met hun nieuwe ontbijtgenoot.
De boekenredactie van deze krant heeft eind vorig jaar het uitdelen van sterren afgeschaft, maar in de geest van de meester zelf heb ik vandaag schijt aan dergelijke regeltjes en geef het ruim twintig jaar durende vakmanschap van Sylvia Witteman bij de Volkskrant, mede namens u, vijf sterren. Plus een staande ovatie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant