Voor het einde van dit jaar moeten lokale afdelingen van PvdA en GroenLinks besluiten of zij in 2026 samen meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Juist in linkse bolwerken blijkt dat niet vanzelfsprekend.
In het café van het Domela Nieuwenhuis Museum in Heerenveen kleurt het donkerrode fluweel stemmig bij de kerstboom. Het S.D.A.P.-vaandel stamt uit 1902, het oprichtingsjaar van de plaatselijke afdeling van de politieke partij. Op wat loslatend stiksel na is het relikwie in puike staat.
De Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (S.D.A.P.) kwam voort uit de – door de voormalige predikant Nieuwenhuis opgerichte – Sociaal-Democratische Bond, en ging in 1946 op in de PvdA. ‘Partijen en instituties zijn nooit een doel op zich’, zegt Frans Bouwers (76). Toch heeft de plaatselijke PvdA-afdeling waarvan hij voorzitter is onlangs – tegen de landelijke trend in – besloten niet samen met GroenLinks één lijst te vormen voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2026.
‘Ik ben bang dat als we te snel de fusie met GroenLinks inrollen, we onze kiezers aan de rand van de samenleving verliezen’, zegt Bouwers. Neem de inspraakavonden die hij de afgelopen tijd bijwoonde over de asielzoekerscentra die in de wijken Noordoost en Skoatterwâld moeten komen. ‘Je moet iets met de vele zorgen die ik daar hoorde.’
De sociaaldemocratische traditie is groot in Heerenveen. Amsterdammer Ferdinand Domela Nieuwenhuis werd, via het districtenstelsel van destijds, door Friese arbeiders in 1888 als eerste socialist in de Tweede Kamer gekozen. ‘Ús Ferlosser’ (‘Onze Verlosser’) pronkt op een plakkaat in het kleine museum. De PvdA is sinds 1946 de grootste partij in de gemeenteraad.
Maar: vorig jaar bij de Tweede Kamerverkiezingen kreeg de PVV in Heerenveen de meeste stemmen. Bouwers: ‘Als we als PvdA aan die verkiezingen hadden meegedaan, was de uitslag hier wel anders geweest. Ik denk dat er een partij nodig is voor afgehaakten.’
Bouwers is bijna veertig jaar PvdA-lid; hij was fractievoorzitter en twaalf jaar wethouder. Ooit was hij lid van de Politieke Partij Radicalen. Toen die met de PSP, de CPN en de EVP GroenLinks vormde, haakte hij af vanwege de banden van de CPN met de Sovjet- Unie. Daarna vond de oudste zoon uit een gereformeerd Drents arbeidersgezin met zestien kinderen zijn politieke thuis bij de PvdA.
In Heerenveen zitten PvdA (7 zetels) en GroenLinks (3 zetels) samen in het gemeentebestuur. De verstandhouding is prima, zegt Bouwers. ‘Al denken zij bij de bouw van een parkeergarage weleens: moet dat nou?’
GroenLinks, zegt Bouwers, wordt door kiezers vooral met ‘groen’ geassocieerd. ‘Veel mensen in onze achterban vinden dat wel belangrijk, maar geen absolute prioriteit. Dat blijft de strijd om het bestaan.’
Na discussies binnen de afdeling en een notitie van het bestuur volgde het besluit: nu nog niet samen, vond ook GroenLinks. Bouwers: ‘Je moet een herkenbare politieke organisatie houden in Heerenveen.’
Hoe is het tijden waarin rechts de toon aangeeft, gesteld met de linkse samenwerking? Landelijk is men er wel uit, nadat GroenLinks en PvdA in 2023 hadden besloten na de Eerste Kamerverkiezingen één fractie te vormen. In een ledenreferendum stemde 91,8 procent van de GroenLinks-leden en 87,9 procent van de PvdA-leden voor gezamenlijke deelname aan de Tweede Kamerverkiezingen.
Samen haalden de partijen meer zetels (25) dan vier jaar eerder los van elkaar (9 om 8). Al werd het verbond niet de grootste, en ging de groei ten koste van andere linkse partijen. Een jaar later is de blik gericht op de volgende afspraak: de gemeenteraadsverkiezingen in 2026. Of lokale afdelingen daaraan meedoen met een gezamenlijke lijst moeten ze van hun partijbesturen voor het einde van dit jaar besluiten, om genoeg tijd te hebben voor de voorbereidingen.
‘Sterft gij oude vormen en gedachten’, citeerde partijleider Frans Timmermans eind vorige maand tijdens de ledenraad in Zwolle De Internationale. ‘GroenLinks en PvdA geloven dat we sterker zijn met elkaar’, klinkt het eendrachtig op de gezamenlijke website. In 2026 moet dat leiden tot een keuze voor een fusie, een nieuwe partij of een ‘blijvende alliantie’.
Ritsen lijkt de enige optie op de linkerbaan. Er klinkt wel een tegengeluid, bijvoorbeeld van PvdA-coryfeeën van weleer, onder aanvoering van Ad Melkert. ‘Ideologie, strategie en bovenal inzicht in de kiezersbeweging ontbreken totaal’, stelden zij in de Volkskrant. De partijen verschillen fundamenteel op cruciale thema’s (migratie, klimaat, Midden-Oosten), stellen zij. ‘En tegenover de extreemrechtse opmars in Nederland en Europa ligt het antwoord niet in verder naar links, maar in versterking van het politieke midden.’
De kritiek lijkt te verstommen door politieke noodzaak. Vanuit Den Haag bezien, is samenwerking urgent. PvdA en GroenLinks waren gemarginaliseerde fracties. Een vuist maken tegen ‘rechts’ werd zonder vereende krachten onmogelijk geacht. Zo bezien is de linkse samenwerking eerder een verstandshuwelijk dan romantische liefde.
Wat is het perspectief buiten het centrum van de macht? Afgelopen periode besloten lokale afdelingen van PvdA en de GroenLinks zelf hoe ze de komende gemeenteraadsverkiezingen ingaan. In 80 procent van de gevallen kiezen ze volgens PvdA-partijvoorzitter Esther-Mirjam Sent voor één gezamenlijke kandidatenlijst. Een voorzichtige schatting, aldus de woordvoerder van het PvdA-partijbestuur. ‘Het is voor ons de bevestiging dat verreweg de meeste lokale afdelingen en leden achter toenadering staan.’
Van Amersfoort tot Zutphen, en van Rotterdam tot Noordenveld: de meeste afdelingen willen ‘samen vooruit’, zoals de landelijke partijbesturen het project noemen. De argumenten zijn overal ongeveer dezelfde: PvdA en GroenLinks hebben ongeveer dezelfde idealen, stemmen vaak hetzelfde en hebben dezelfde opponent: rechts.
In Doetinchem stemden de leden van beide partijen vorige week gelijktijdig in verschillende zaaltjes van hetzelfde filmhuis in ruime meerderheid voor een gezamenlijke lijst. ‘We geloven er echt in dat we elkaar kunnen versterken. Dat is nodig ook, met de politieke wind die er nu waait’, zegt de plaatselijk PvdA-secretaris Sandra Dijk-Schoppers.
‘Over veel onderwerpen denken we hier ongeveer hetzelfde. Als je landelijk samengaat, is het logisch dat lokaal ook te doen’, vult GroenLinks-voorzitter in Doetinchem Marcella Heerenveen aan. ‘Samen kunnen we meer voor elkaar krijgen, misschien zelfs de grootste partij worden.’
Tientallen gemeenten zijn evenwel (nog) niet zover. Soms vanwege politieke burenruzietjes zoals een overgestapt fractielid, soms is de discussie fundamenteler. In Groningen, voorheen een rood bolwerk, heeft GroenLinks (nu 9 zetels) de PvdA (6 zetels) het afgelopen decennium overvleugeld. Vanwege de landelijke flirt zetten lokale afdelingen ‘verkenningscommissies’ aan het werk. Eind oktober stuurden ze elkaar hun conceptadvies. ‘We hebben bijna gelijktijdig op ‘verzenden’ gedrukt’, zegt GroenLinks-afdelingsvoorzitter Arjan Helmantel.
De conclusie van beide documenten, waarin de verschillen in standpunten, cultuur en politieke stijl worden afgetast: de partijen daten, maar verkering zit er nog niet in. De leden van beide afdelingen stemden eind november in met die lijn. ‘Sommigen vinden dat het sneller mag gaan, maar dit houdt iedereen binnenboord’, zegt PvdA-bestuurslid en commissievoorzitter Margriet Geertsema.
Zij ziet ook wel verschillen. Haar club is van oudsher een pragmatische bestuurspartij, bereid om compromissen te sluiten. GroenLinks is idealistischer en stelt het systeem ter discussie.
Voor de meeste leden is dat fijnproeverij, weet Geertsema. ‘Zij kijken meer naar landelijke of zelfs internationale ontwikkelingen. Maar bezie je het op lokaal niveau, dan gaat het in Groningen wel prima met twee grote linkse partijen samen in het college.’ Rechtse dreiging is er bovendien niet. ‘Als er landelijk geen samenwerking was, zouden wij daar geen enkele reden toe hebben.’
Geertsema ziet ook risico’s aan nauwere samenwerking. Zelfs binnen de PvdA is er weinig heimwee naar de tijd waarin de PvdA uitstraalde: We rule this city. ‘Nu hebben we allebei een eigen profiel en speerpunten. Samen 15 zetels? Je moet je afvragen of dat gezond is.’
De twee partijen gaan de komende tijd werken aan een gezamenlijk manifest. ‘Voor Groningen is dat een grote stap’, zegt GroenLinks-voorzitter Helmantel. ‘We trokken samen op als er een college moest worden gevormd . Daarna hadden we de luxe verschillen uit te venten: op links viel wat te kiezen.’
Al zijn die inhoudelijke verschillen beperkt, bleek uit analyses van verkiezingsprogramma’s en stemgedrag. Helmantel ziet meer eigenheid in politieke stijl. ‘Zie het als een relatie. Je moet het goede moment kiezen om te gaan samenwonen. Niet te laat, maar ook niet overhaast.’
Toch had Hans Harbers graag gezien dat de leden zich daarover hadden mogen uitspreken. Maar tijdens de algemene ledenvergaderingen van beider partijen werd het voorstel voor ‘radicale samenwerking’ niet in stemming gebracht. ‘Het was allemaal keurig voorgekookt.’
Harbers is een man die nog ‘Pee van de Aa’ zegt en samen met GroenLinkser Wim Boerkamp initiatiefnemer is van RoodGroen, dat ijvert voor samenwerking tussen GroenLinks en PvdA. Voor hen is de noodzaak duidelijk. ‘Samenwerking is broodnodig tegen rechtse dominantie. Mijn zoon woont in Rotterdam. Daar weten PvdA en GroenLinks dat ze elkaar nodig hebben om op te boksen tegen Leefbaar.’
Inhoudelijke verschillen ziet hij wel, maar vindt hij overbrugbaar. ‘In Groningen noemen ze onenigheid over het systeem voor het betalen voor huisvuil als voorbeeld. Daar kom je toch wel uit, als je de stad al jaren samen bestuurt?’
Zie het als narcisme van kleine verschillen. Hoe dichter op de politieke praktijk, bovendien, hoe meer nadruk op onderscheid. Voor kiezers is dat geen issue, zegt Harbers. ‘Voor hen zijn we al één partij. Straks zijn de partijen landelijk gefuseerd, maar voeren ze uitgerekend in Groningen nog een eigen campagne. Dat geeft toch een gek gezicht?’
Het is volgens Harbers ‘gewoon een kwestie van even wennen’. ‘Natuurlijk hechten mensen aan hun cluppie. Maar op de langere termijn is dit geneuzel. Rood kan niet zonder groen, en groen kan niet zonder rood.’
Het lijkt paradoxaal: juist in gemeenten waar links dominant is, verloopt de toenadering moeizaam. Ook in Amsterdam, Leiden en Nijmegen gaan GroenLinks (de grootste) en de PvdA niet over tot één lijst. De electorale noodzaak ontbreekt, klinkt het. En met name GroenLinks is bang aan eigenheid in te boeten.
In Haarlem en Eindhoven was er vanuit de actieve politici aanvankelijk ook weinig animo om te versmelten, maar drongen leden eind november in meerderheid toch aan op een gezamenlijke lijst, al was in Eindhoven het draagvlak in GroenLinks-kamp klein (53 procent).
In Utrecht is de situatie ogenschijnlijk vergelijkbaar met Groningen: een progressieve studentenstad waar GroenLinks de grootste partij is (9 versus 4 zetels) en waar een rechts ‘gevaar’ ontbreekt. ‘Puur voor de situatie in Utrecht is niet direct logisch om samen te gaan’, erkent GroenLinks-fractievoorzitter Julia Kleinrensink. ‘Het is meer dat we de landelijke lijn volgen dan andersom’, zegt PvdA-ambtgenoot Rick van der Zweth.
In een onlineraadpleging waren leden echter enthousiaster: bij GroenLinks stemde 74 procent voor een gezamenlijke lijst, bij de PvdA zelfs 84 procent. PvdA’er Van der Zweth snapt zijn achterban wel en vindt het een goede stap: ‘Op lokaal niveau zijn we het op zó veel thema’s eens. Over onderwijs, armoedebeleid, zorg, financiën kan ik GroenLinksers bij wijze van spreken zo ons programma laten schrijven.’
GroenLinkser Kleinrensink wil niet zeggen wat ze zelf gestemd heeft. ‘Ik vond het fijn dat er een duidelijke uitslag was. Daar gaan wij nu een succes van maken.’
Binnen haar fractie ligt samenwerking gevoeliger. Zo is het voor Pepijn Zwanenberg, al raadslid sinds 2006, reden om te stoppen. ‘Ik had met liefde heel mijn leven raadslid willen blijven, maar ik ga niet op een lijst staan waar ik de idealen niet van steun. Ik heb nog nooit op de PvdA gestemd’, zegt hij. Een week na het telefoongesprek besluit Zwanenberg zijn GroenLinks-lidmaatschap op te zeggen en zijn raadswerk tijdelijk neer te leggen.
‘Utrecht was altijd een GroenLinks-bolwerk’, zegt Zwanenberg. ‘Dat stempel kan nu de prullenbak in.’
Dat de leden in Utrecht toch vóór stemden, komt volgens hem ook vanwege de vorm: een online-referendum. ‘In Nijmegen en Groningen werd een algemene ledenvergadering georganiseerd. Daar komen actieve leden op af die zich bezighouden met de lokale situatie. Maar het bestuur wilde geen alv. In een referendum stemmen leden die zich bezighouden met de landelijke ontwikkelingen.’
‘Het vormen van een links blok speelt hier helemaal niet, wij zijn sterker als afzonderlijke partijen’, stelt Zwanenberg. ‘Een brede volkspartij worden gaat met GroenLinks erbij bovendien niet lukken. Wij zijn namelijk helemaal geen brede volkspartij.’
In Heerenveen wil PvdA-voorzitter Frans Bouwers vooral de tijd zijn werk laten doen. Als geregistreerd mediator weet hij: je moet zaken niet overhaasten, en bovenal allebei de partijen het gevoel geven dat ze gewonnen hebben. Eerst gaat een commissie werken aan een gezamenlijk verkiezingsprogramma. Verdere integratie is een zaak voor later. ‘Ik schat in dat het hier ook gaat gebeuren. Maar je moet de tijdgeest aanvoelen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant