Al in dertien steden staan dit jaar tijdens de laatste weken van december glazen kassen, om stil te staan bij verlies. Zo ook in Hoogeveen. ‘We hoeven rouw niet weg te stoppen.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.
‘Vrolijk kerstfeest’, heeft Zinedine (4 jaar) net met zijn moeder op een lint geschreven, waarvoor hij nu een plekje zoekt in een van de kerstbomen. Ze vormen een haag rond de metershoge glazen kas, zo een waar tomaten in kunnen worden gekweekt.
Maar midden in de Hoofdstraat van Hoogeveen, tussen filialen van H&M en Blokker (‘Alles afgeprijsd’) en de kraam van de Oliebollenkoning is deze kas een plek om stil te staan bij mensen die er niet meer zijn – of dat wat er niet meer is.
Want Zinedine (‘na het vuurwerk word ik 5’) is gekomen om oma te herdenken. Vorig jaar overleed ze aan de longaandoening COPD, vertelt zijn moeder (en haar dochter) Anne-Marije Benlakehal (27). ‘Juist in deze periode mis ik haar.’
Binnen in de kas van rouwen en vieren hebben ze net samen een kaarsje voor haar aangestoken. ‘Ze was echt lief’, zegt het ventje in zijn Pokémon-sweater, swingend op de klanken van Mariah Carey. ‘Soms droom ik nog van haar. En over Mario Skeleton’, schakelt hij soepel over naar een game-personage.
De kas werd in 2021 bedacht door theoloog Rikko Voorberg. Toen een vriendin van hem haar kind verloor, miste ze een plek om in het dagelijks leven te rouwen. In de hoofdstad staat de kas sindsdien de laatste weken van december op het Mercatorplein.
Wilma Kapitein uit Hoogeveen ging er kijken. Ze volgde destijds de opleiding rouw-, verlies- en stervensbegeleiding en las online over Voorbergs initiatief. ‘Ik ging met een missie: de kas naar het Noorden halen. Maar toen ik binnenstapte, overviel de rouw mezelf.’
Het was er warm en sfeervol ingericht, herinnert ze zich. Ze stak vier kaarsjes aan, voor vier overleden familieleden. ‘Als je verwond bent, werken rituelen helend.’
Nu maakt de kas een landelijke opmars. Vorig jaar volgden zes steden het Amsterdamse voorbeeld, dit jaar zijn het er al dertien, van Wageningen tot Bergen op Zoom.
In Hoogeveen was de gemeente niet meteen enthousiast, vertelt Kapitein, een van de lokale initiatiefnemers. ‘De ambtenaar zei: dit is Amsterdam niet, noorderlingen houden gevoel liever voor zichzelf. Maar ik zei: de rouw is hetzelfde.’
De constructie is beschut maar transparant, legt ze uit. ‘Want rouw hoeven we niet weg te stoppen.’ Dat er ook in Hoogeveen behoefte aan is, blijkt wel uit de 1.500 bezoekers die de kas de eerste week trok. ‘We zijn er beduusd van.’
Zelf is ze gelovig christen, maar de kas is niet gebonden aan een religie of maatschappelijke instantie. De gemeente verwees aanvankelijk naar de kerk en de begraafplaats. Maar, zegt Kapitein: zo vereng je de definitie van rouw. ‘Het kan ook gaan over ziekte, een verbroken relatie of vriendschap, een dementerende ouder of een niet vervulde kinderwens.’
En in een kerk voelt niet iedereen zich meer thuis, weet Kapitein. ‘Tegenwoordig gaat het leven zo snel door. Maar de behoefte aan rituelen blijft. Rouw is normaal verdriet van normale mensen.’
Al bleek dat niet voor iedereen vanzelfsprekend. De gemeente had toch al ‘loketten genoeg’ en begon over de geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijk werk. En gevraagd om een sponsorbijdrage vreesde de plaatselijke horeca voor onnodig gesomber tijdens feestelijke dagen.
Uiteindelijk overtuigde Kapitein ze allemaal. Vorige week, vertelt ze, stond Hoogeveen nog in het teken van het Stadslichtfestival, dat negentigduizend bezoekers trok. ‘Het zijn de twee kanten van het leven.’
Hoewel de winkels op Tweede Kerstdag gesloten zijn, branden binnen al veertien kaarsjes. In het gastenboek zijn tientallen pagina’s beschreven. Veel mensen missen hun ouders, zo blijkt. Meerdere bezoekers beschrijven een stilgeboorte of een overleden kind – Evi is nu ‘de mooiste ster’. Er is ruimte voor klassiekers als 1 Korintiërs 13 (‘Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde’) en voor Shiva (‘onze lieve hond’).
De kas blijkt een toevluchtsoord voor alle generaties, nationaliteiten en sociale klassen, zegt Kapitein. Gisteren trof ze hier een internationaal chauffeur die nooit eerder woorden vond voor de zelfdoding van zijn kameraad. Een man en vrouw kregen terwijl ze een lint ophingen voor zijn stervende broer het bericht dat hij overleden was. Een Syriër die in het plaatselijke azc verblijft, raakte ontroerd toen hij zag dat de tekst op de kas ook in zijn Arabische taal geschreven was.
Vandaag is hij teruggekomen, om een kaarsje te aan te steken voor zijn vrouw en kinderen in een land tussen hoop en vrees. Clayton Munster legt het ritueel voor hem vast op camera.
Voor de twaalf dagen dat de kas open is, hebben zich 25 vrijwilligers zoals hij gemeld. Er is inmiddels een reservelijst. Munster is in het dagelijks leven intercedent bij een uitzendbureau. Maar toen hij tijdens de coronapandemie meerdere familieleden verloor, ervoer de man met Molukse wortels hoe belangrijk het is met anderen stil te staan bij verlies. ‘Dat kon toen amper samen.’
Een gezin met twee jonge meisjes moet goed zoeken naar een plekje voor hun lint. Ze hebben hun oma nooit gekend, vertelt hun vader. ‘Je staat op de schouders van voorouders’, zegt Kapitein begripvol. Later: ‘We moeten juist kinderen leren omgaan met rouw, vertellen dat verdriet er mag zijn.’
Dat gaat niet ten koste van levenslust, bewijst Zinedine. Had hij al verteld over die keer dat hij in opa’s auto reed? En dat hij tot honderd kan tellen? ‘Zo is het leven ook: het gaat verder’, zegt zijn moeder Anne-Marije Benlakehal. ‘Hier kunnen we dat delen en dat had mijn moeder heel mooi gevonden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant