Home

‘Tot de dood ons scheidt, luidt de trouwbelofte, maar de dood heeft ons niet gescheiden’

Theo’s vrouw Mieke was de zon, in huis en ver daarbuiten. Twee jaar geleden overleed ze aan kanker. Maar van rouw is geen sprake, zegt Theo. ‘Wel van tranen, soms, van ontroering, van ontmóéting, want ik kom haar steeds tegen.’

Theo Ruppert (70, gepensioneerd gevangenisdirecteur): ‘Enerzijds was Mieke, mijn vrouw, zeer gehecht aan het leven, dat wil zeggen: aan alle mensen die ze liefhad. Anderzijds stond ze open voor de dood. Ze was er zelfs nieuwsgierig naar. En toen het zo ver was, op 5 januari 2023, de dag na de verjaardag van onze jongste zoon, was het een opluchting dat ze niet langer hoefde te lijden.

‘Begin 2015 was er een zeldzame vorm van kanker bij haar vastgesteld. Augustus 2022 bleek ze te zijn uitbehandeld. Haar sterfdag was een sombere regendag, maar op het moment van haar overlijden, om 10 over 2 ’s middags, viel er een zonnestraal op haar gezicht. ’s Ochtends zag ze er oud uit voor iemand van 72, ingeteerd door de kanker. Maar daarna, echt waar, lag er een jong engeltje met een glimlach rond haar lippen. We wisten dat ze goed was terechtgekomen.

De zon in huis

‘Nu zal ik vertellen wie ze was, Mieke Groenier-Ruppert. Ze was de zon, hier in huis en vér daarbuiten. Als leerkracht van 2- tot 4-jarigen met een rugzakje heeft ze generaties kinderen en hun ouders in hun kracht gezet. Twintig jaar later riepen oud-leerlingen nog enthousiast ‘juf Mieke!’ naar haar op straat.

Ze wist zich te verbinden met mensen. En met de natuur: nu is het grijs buiten, maar Mieke zag op zo’n dag de kleuren van de paddenstoelen in de tuin, ze zei: ‘Lekker hoe de regen alle geuren losmaakt.’

‘Schakelend naar mezelf: ik heb een calvinistische opvoeding gehad, je moest gróte dingen betekenen voor de maatschappij. Zo heb ik in het gevangeniswezen landelijke projecten geleid – al is er ook genoeg niet gelukt, hoor. Maar door Mieke ben ik oog gaan krijgen voor het kleine: die roodborst op een tak in de achtertuin die steeds weer terugkomt, dat clubje mezen dat naar elkaar begint te roepen zodra ze mij in de smiezen hebben.

‘Ik ben een vogelaar, maar niet zo een die afreist naar Lauwersoog als daar een grauwe miesmus is gespot. Alles is hier, om me heen. Je ziet mensen fietsen, autorijden of achter de kinderwagen lopen met een smartphone voor hun snufferd. Ze doen het in de begrafenisstoet nog. Zul je mij nooit zien doen. Ik wil zijn waar ik ben, in het hier en het nu.’

‘Dus ik leef slow. Jij bent nu hier, maar morgen en overmorgen heb ik nog niets staan. Daar maak ik me helemaal niet ongerust over, de dag vult zichzelf. Ik wandel, ik fiets, ik ga de natuur in en Mieke is overal bij me. Ik heb haar openstaan voor alles, haar positieve energie gekregen.

‘Als ik haar e-bike neem, zit zij achterop en trapt ze mee – die draai geef ik eraan natuurlijk, het is een elektrische fiets, maar toch. En dan maak ik haar deelgenoot van wat ik zie: ‘mooi dit, hè’, of ‘weet je nog dat we hier eerder zijn geweest?’ Dit najaar ben ik een paar dagen naar Texel geweest, ook een eiland waar ze veel van hield. Ze is meegeweest. We zijn nog altijd samen.

Geen sprake van rouw

‘Boeken over rouwverwerking delen het op in fasen. Mieke is nu bijna twee jaar dood en ik heb niet het idee dat ik ook maar door één van die fasen ben gegaan. Er is geen sprake van rouw. Wel van tranen, soms, van ontroering, van ontmóéting, want ik kom haar steeds tegen, overal hier in huis. Dus er is geen gemis. Ik ben alleen maar dankbaar voor de veertig jaar die we samen hebben gehad.

‘Misschien is het aardig om een rondje door het huis te maken, dan zal ik je laten zien waar ik haar tegenkom. Hier bijvoorbeeld, bij het altaartje dat ik voor haar heb ingericht. Deze foto van onze samenvloeiende schaduwen op het strand is door haar genomen op Terschelling, haar lievelingsplek. En hier ligt het eerste briefje dat ze ooit aan me schreef: ‘Als vanzelf, zonder bedenking, herken ik jou alsof je er altijd al bent geweest. Onaards bijna.’ Nu komen de tranen. Van ontmoeting, dus.

‘Kom, we gaan de trap op. Deze muur heb ik geel geschilderd na haar dood. Ik was van de kleuren groen en blauw, Mieke van geel en rood – de zon, hè? Look at the stars, look how they shine for you heb ik erop geschreven, uit haar verzoeknummer, Yellow van Coldplay. Een ander zou zeggen: wie schrijft er nou op de muren? Ja, in de bajes doen gedetineerden dat, maar thuis? Ik, want Mieke was een ster. Zonnen zijn tenslotte sterren, en ik ben met sterrenkunde bezig – maar wacht, dat komt boven, in de meditatiekamer.

‘Eerst de slaapkamer. Aan de kast hangen wat jurken van haar, zoals wanneer we uitgingen en ze vroeg: welke zal ik aantrekken, Theo? Af en toe spuit ik haar luchtje erop. Op het bed ligt een rood-geel dekbedovertrek. En ín het bed, naast mij, ligt de sjaal die ze veel droeg. Daarin is ze ook.

‘Op de foto van de kosmos die hier hangt zie je de Adelaarsnevel, dat is een plek in de ruimte waar nieuwe sterren worden geboren. Daar kom ik zo op terug. Op deze foto zie je Mieke verkleed als paashaas op de kleuterschool. En hier als Pippi Langkous, ik word daar heel vrolijk van. Ze haalde alles voor die kinderen uit de kast.

Aardig voor haar kanker

‘Misschien wel mijn mooiste dagelijkse ontmoeting met Mieke is hier, bij dit beeld dat ze heeft gemaakt. De dikke buik staat voor mij voor de kanker in haar maag, en hoe ze ermee omging. Zo heeft ze bijvoorbeeld nooit het woord ‘strijd’ gebruikt. De strijd aangaan, zo zag ze het niet. Ze was juist heel aardig voor haar kanker, ze legde vaak haar hand erop. Als ik mijn hand op die stenen buik leg, weet ik niet meer of het mijn vingers zijn op de hare of de hare op de mijne die ik voel.

‘Wat ik graag gezegd wil hebben: in de kosmos is alles met elkaar verbonden. Materie wordt energie en vice versa, dat heeft Einstein met zijn relativiteitstheorie honderd jaar geleden al mooi uitgelegd. Sterren gaan dood en uit die materie worden weer nieuwe sterren geboren – wij zijn sterrenstof, dat is een doorgaande cyclus.

‘Neem een ster als Betelgeuze. Die staat op 550 lichtjaren afstand, zo lang doet het licht erover om de aarde te bereiken. Die kan allang dood zijn, maar we zien hem nog steeds. Hij is er nog, snap je.

‘Dus voordat mensen zeggen: die gozer zit nog steeds in de ontkenningsfase – kijk naar de sterren, elk einde is een nieuw begin. Als ik doodga, waar ik niet bang voor ben, gaan alle deeltjes waaruit ik besta op in het grote geheel waar Mieke óók is. De deeltjes waaruit ik besta zullen integreren met de hare, die ook nog ergens zijn in de kosmos.

‘Tot de dood ons scheidt, luidt de trouwbelofte, maar de dood heeft ons niet gescheiden. Deeltjes die op hetzelfde moment op dezelfde plek in het universum ontstaan, blijven altijd verbonden. Dat heet kwantumverstrengeling in de fysica. Wij zijn kwantumverstrengeld. Ik voel verbinding met Mieke dwars door de dood heen.’

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next