Home

‘Aan het eind van dit duistere jaar voelt muziek als een pannetje troostsoep’

Oorlog in Gaza, Oekraïne, Soedan, klimaatrampen, woningnood, duurdere boodschappen en hevige polarisatie: waar halen we in deze barre tijden nog levensvreugde uit? Volkskrant-lezers reageerden massaal.

Popmuziek

Waar ik in deze ‘barre tijden’ veel levensvreugde uit haal, is popmuziek maken met andere senioren. Het wordt georganiseerd door stichting Rockodonts, een initiatief van onder meer de gemeente Den Haag en muziekcentrum Musicon. Onder het motto still alive and kicking stimuleert deze stichting senioren bij het maken van popmuziek in vaste groepen met begeleiding van een professionele coach. Er zijn inmiddels zes bands gevormd en elke week repeteren we in Musicon. De laatste zondag van de maand treden we daar ook op.

Op 12 januari 2025 spelen alle bands in de grote zaal van Het Paard in Den Haag. Dus op mijn 78ste ben ik wat ik als 18-jarige graag had willen zijn: zanger/gitarist in een rock-’n-roll-band!
René Smit, Delft

Kleine collages

De trauma’s van mijn vader werden er met de paplepel ingestampt. ‘Sechs Wochen Grüne Polizei en je eet tulpenbollen uit de vuilnisbak!’, riep hij als ik mijn eten niet lustte. Hij propte het in me, het leek of ik stikte.

Hij leerde me dat je niemand kon vertrouwen. Vliegtuigen gooiden bommen en dan was je huis weg. Toen ik 7 was, hoorde ik bij het ontbijt dat Israël oorlog maakte. Ik at zoveel ik kon en was verbaasd dat ik gewoon naar school moest.

Mijn vader dronk zijn oorlogstrauma’s weg en sloeg om zich heen. Toen ik 17 jaar was, scheidden mijn ouders. Hij vertrok.

In januari 2022 verhuisde ik met mijn ­geliefde naar een warm en licht appartement. Samen gelukkig, ons leven op orde. Een maand later viel Rusland Oekraïne binnen. In mijn dromen schreeuwde mijn vader. De flats in de verte zag ik als gebombardeerde, half-ingestorte gebouwen. Na al die jaren kreeg hij toch zijn zin: ik zou oorlog meemaken, net als hij. Nergens veilig.

Intussen heb ik door psychotherapie geleerd dat het mijn vaders angsten zijn die in mij zitten. Zijn deel wil ik kwijt, dat doe ik in kleine collages. Ik probeer het goed te hebben met de mensen om me heen, waar ik invloed heb. Of er in Nederland oorlog komt, weet niemand. Ik kan hem alleen uit mezelf zien te halen.
Odiel Reef, Cappelle aan den IJssel

Groeten en bedanken

Kijk eens om je heen, begroet mensen vriendelijk, zwaai naar de treinmachinist en bedank hem/haar voor het ‘thuis brengen’. Geef een complimentje aan politie-, brandweer-, ambulance- en zorgpersoneel voor hun dienst/hulpverlening, zoals op 16 december na een melding van explosiegevaar door smeulend zwaar vuurwerk, waardoor 25 huizen ontruimd moesten worden,waaronder het mijne (gelukkig nét goed afgelopen). Blijven geloven dat in ieder slecht mens wel iets goeds zit.
Annemarie Dorsman, Doetinchem

Vinylplaten

Het leven houd ik klein en warm. Een grote verzameling platen en een kleine verzameling dierbaren. Én dierbare platen. Ik word gelukkig van prachtig geïllustreerde hoezen. Van een langspeelplaat uit de hoes halen en op mijn draaitafeltje te leggen. Daar neem ik de tijd voor. Het is een beleving. Zeker met de prachtige krasvrije plaat van Al Stewart, Year of the Cat, deels gebaseerd op de film Casablanca. ‘On a morning from a Bogart movie. In a country where they turn back time.’ Bonbons, eau de toilette en filtersigaretten van het merk Chat sieren deze mooie, stripachtig getekende hoes. Goed voor 38 volle minuten levensvreugde én rust.

Tamelijk belangrijk deze dagen. Muziek die aan het eind van dit duistere jaar als een pannetje troostsoep aanvoelt. Het album, een warme deken. In mijn huis midden in Amsterdam – een stad midden in een wereld vol oorlogen, klimaatrampen en polarisatie – klinkt de karakteristieke stem van Al Stewart nog prettiger dan voorheen. Je zou stiekem bij hem willen schuilen, mocht het ooit helemaal misgaan.
Manon Albers, Amsterdam

Brieven schrijven

Kranten. Elke ochtend. Ik lees – digitaal – eerst de Volkskrant, gedegen. Vervolgens neem ik een tweede landelijke krant door. Daarna krijgt het Leidsch Dagblad aandacht, vooral het regiokatern. Dan scan ik nog twee regionale kranten. Onderwijl maak ik mentaal aantekeningen. En daarna: schrijven, elke dag. Want ik ben het dichtst bij mezelf als ik schrijf.

Voor de krant schrijven is een feest. Je ‘slaat aan’ op een of ander onderwerp, het tintelt in je brein, je wikt en weegt, je formuleert en herformuleert, je knipt en plakt, je peinst en twijfelt, je legt het even weg. Dan: ingeving, inkorten, puntiger, snedigheid en stijlfiguur. Nu inzenden? Of toch nog even kauwen? Schaven? Polijsten! Een pakkende kop. En dan: zend. Soms nog geen kwartier later: o jee, foutje! Mailtje erachteraan?! Verwachtingsvolle twijfel: zal de inzending geplaatst worden?

Om vijf uur ’s ochtends nog in bed de digitale editie openen. To be or not to be. Natuurlijk doet dat ertoe, maar het is niet het belangrijkste: het gaat om het schrijven. En om de vreugde van dat eerste appje van iemand uit je omgeving met: ‘Ik las je!’
Ludo Grégoire, (veelschrijver), Leiden

Vogels schilderen

Onlangs werd ik, via de bewonersvereniging van een hof waar ik vlakbij woon in een volksbuurt in Haarlem, gevraagd om mee te doen aan het project ‘Dagvogels schilderen’, onder leiding van kunstenaar Rogier Cornelisse. De kunstwerken zouden daarna op zo’n spuuglelijk transformatorhuisje in de buurt worden gemonteerd of geplakt om het bouwsel wat mooier te maken.

Ik werd oprecht blij van de mooie vogels die we hebben gecreëerd in harmonie, opperste concentratie en met heel veel plezier. Al komen onze vogels misschien nooit op hun plek (de initiatiefnemer, gemeente, bewoners, buurtregisseur, buurtwerker en consulent leefbaarheid komen er onderling bijna niet uit qua hoe en wanneer): deze acht ­mensen hebben vijf vreugdevolle vrijdagochtenden gehad met elkaar, de vogels en de kunstenaar.
Margriet Bisschop, Haarlem

Natuurbegraafplaats

Zaken rond het einde had ik altijd voor mij uitgeschoven, maar nu, in mijn 86ste levensjaar, moest het er toch maar eens van komen. Na afwegingen viel de keuze op een natuurbegraafplaats. Tijdens een bezoek daar hadden de serene rust, de eenvoud, het natuurlijke, de prachtige omgeving en de vriendelijke ontvangst een onverwacht positief effect op mijn gevoel. Mijn vrouw, die gecremeerd wil worden, zei zelfs spontaan: ‘Kan mijn urn hier ook bij?’ Omdat zij elf jaar jonger is dan ik, ga ik waarschijnlijk eerder dan zij, dus koos zij een plek bij een bankje met een fantastisch mooi uitzicht, waar ze ‘zou kunnen mijmeren’ na mijn dood. Gekscherend zei ik: ‘Maak maar een periscoop op mijn kist, dan kan ik ervan meegenieten’. Wij mochten zelf het piketpaaltje slaan. Het was een cadeautje dat dit zo’n positief gevoel opleverde.

Uiteraard besprak ik het met mijn dierbaren. De sinterklaassurprise bestond uit een zelfgemaakt model doodskist wat veel hilariteit opwekte. In het gedicht stond: Als mooie laatste klus en eerbetoon, maak ik een echte voor je, als je fan en oudste zoon.

Geluksmomenten rond de dood, ik wist niet dat het zo werkte.
Jan Evers, Wieringerwerf

Boerenkool

Een grijze zaterdag in december. Jas aan, muts op, het is koud en nat buiten. Straks ga ik boerenkool maken met rookworst en jus. Twee grote pannen vol. Maar nu eerst de boodschappen. Kilo’s aardappelen en boerenkool: het past allemaal maar net in het mandje van mijn scootmobiel. De rookworsten kunnen in mijn rugtas en zo tuf ik door de motregen terug naar huis en ga aan de slag.

Meestal komen ze rond een uur of vijf: zoon, schoondochter en hun levendige tweeling, dochter met twee pubers en haar vriend met zijn kroost. Zoon zal weer voor bier en fris zorgen, de verse schoonzoon neemt wijn mee en de kleinkinderen maken een toetje.

En rond een uur of negen, als de borden en de glazen leeg zijn, de vaatwasser is ingeruimd, de sjoelbak weer op zolder staat, iedereen elkaar geknuffeld heeft en de boerenkoollucht nog in huis hangt, kruip ik op de bank met een pot thee, een cryptogram en de afstands­bediening.
Oda Visser, Zeist

Russen

Het schijnt dat we ons (mentaal) moeten voorbereiden op oorlog en dat het daarom in het kader van afschrikking (toch) beter is een raket in de tuin te hebben dan een Rus in de keuken. Terwijl we toch decennialang het omgekeerde hebben gedacht. Het si vis pacem, para ­bellum (als je vrede wil, bereid je dan voor op oorlog) is de afgelopen weken vaak voorbijgekomen. Een ­duivels dilemma waar ik echt mee in mijn maag zit. En bij maag denk ik toch meer aan keuken dan aan tuin, ­terwijl mijn vrouw mij wel weer liever in de tuin heeft dan in de keuken als zij kookt. Maar hoe zit het met die Russen?

Ik wil bij deze aan alle lezers een oproep doen om een uitzondering te maken voor de Tolstojs, Dostojewski’s, Borodins, Solzjenitsyns, Sacharovs, Poesjkins, Gogols, Stravinsky’s, Nikitins, Pasko’s en de Navalny’s onder hen. En dan vergeet ik er vast een paar.

Laten wij ze in onze keukens hartelijk welkom heten, een warm ligbad voor hen laten vollopen, een stevige maaltijd aanbieden en een glaasje wijn (of wodka) voor ze klaarzetten. Twee of meer glaasjes mag ook. Ze mogen ook een nachtje blijven slapen, want ze hebben vast een lange reis achter de rug. Ik denk dat mijn vrouw daar best mee akkoord zal gaan.
Ruud Joppen, Nijmegen

Oud fort

Ik haal levensvreugde uit het feit dat ik in een land leef waar ik mij kunstzinnig kan uitdrukken, zonder een blad voor de mond te nemen. Het mag (nog) alles zijn, ook maatschappijkritisch. Ik ben gezegend met een atelier in een oud fort, dat verstopt zit in het Voornes landschap. Ooit gebouwd om onderdeel te zijn van de destructieve oorlogsmachine, nu wordt er juist gecreëerd. Het is een kleine wereld waarin mijn hersenspinsels mogen materialiseren.

Net als in de maatschappij, zie ik op de school waar ik werk het verlies van begrip voor elkaar. Alsof de betere ­wereld die we probeerden te bouwen als een toren te dicht bij de hemel kwam en we nu in één grote Babylonische spraakverwarring uiteenvallen. Ik ben niet gelovig maar ik geloof er wel in dat we beter kunnen. Beter moeten.

In mijn kunstlessen probeer ik in onze toekomst te leren om open te staan voor elkaar. Een grote uitdaging in deze tijd waarin men veel met zichzelf bezig is. Om ‘op te laden’ trek ik de grote metalen deur van mijn fort dicht. Gelukkig nu nog enkel noodzakelijk om de kou buiten te houden.
Mark Paulussen, Voorne aan Zee

Herenkoor

Nu bijna twee jaar geleden ben ik lid geworden. Ik vond het een eer om de plaats van mijn overleden achterbuurman in te nemen. Daarom melde ik me aan bij de dirigent. We zijn met z’n twaalven. Het merendeel is rond de 80. We zingen vaak Gregoriaans. Wat een genot om iedere donderdagavond te repeteren. Ik zie mijn zanggenoten onze prachtige Plechelmuskerk binnengaan. Een enkeling loopt nog kwiek, maar de meesten houden zich op de been met een rollator of een wandelstok. Veel van de leden ­hebben een kunstknie of -heup. Een enkeling heeft inmiddels de tweede druk.

Altijd even spannend bij de trapjes op weg naar het priesterkoor. Het gaat weer goed en iedereen zit op z’n plek. Eerst enkele mededelingen, de nieuwtjes, het voorspel door onze organist en dan zingen. Wat klinkt het geweldig! Zo mooi dat ik alles om me heen voor even vergeet. Machtige, voldragen mannenstemmen met, bij elkaar opgeteld, zo’n 350 jaar zangervaring.

Jesu Dolcis Memorie, mijn favoriete lied, tweestemmig gezongen, resoneert schitterend in de stille kerk. Na afloop loop ik immer neuriënd met een blijde glimlach huiswaarts.
Peter Weusthof, Rossum

Jeugdige overmoed

Overgang, oververmoeid en over­bezorgd: in deze fase van mijn leven waarin veel dingen waarmee ik te maken heb beginnen met hetzelfde woord, hoop ik dat alles ook weer overgaat. Ook de oorlogen uiteraard.

Mijn levensvreugde haal ik uit gesprekken met mijn (volwassen) kinderen. Ik vertelde ze over de ­dreiging van de atoombom in mijn jeugd (het beruchte knopje onder de ­bureaus) en het bezoeken van een schuilkelder (luguber) bij de opening van een metrohalte in Rotterdam in de jaren ’80, ook allemaal niet heel onbezorgd.

Mijn kinderen zijn wijze mensen geworden die zich niet zomaar alles ­laten aanpraten. Met de dochters ging het over het wel of niet aanschaffen van een noodpakket. De oudste overwoog het, de jongste zag het nut er niet van in. Maar, zeiden ze: jij hebt een hele voorraadkast vol, dus dan komen we bij jou.

Om mijn zoon moest ik hard lachen. ‘Je gelooft ook alles wat ze zeggen om je bang te maken. Je moet het zo zien: óf we zijn allemaal dood of we lossen het echt wel weer op’. Jeugdige overmoed of een heerlijk relativeringsvermogen, daar ben ik nog niet helemaal uit, het deed me in ieder geval goed.
Jasperina Brinkmann, Amsterdam

Samen

Als kinderboekenschrijver gebruik ik soms de woorden die polariserende politici op radio, televisie en sociale ­media uitspreken. Deze halve waar­heden en leugens leg ik in de mond van de slechteriken in mijn boeken. Ik laat ze terugverlangen naar een perfect ­verleden dat nooit heeft bestaan.

Het optimistische tegengeluid komt meestal van mijn jeugdige hoofdpersonen. Zij brengen een boodschap van hoop. Van licht in de duisternis. Van blijven geloven in (en keihard werken aan) een betere toekomst. Stap voor stap. Dag in, dag uit. En vooral van samen doen. In verbinding met elkaar. Luisteren naar elkaars verhalen. Open en ­eerlijk. Laten we hopen dat ‘samen’ het woord wordt van 2025, 2026, 2027 en ­verder.
Rob Koops, Utrecht

Buurtshow

Tip voor levensvreugde: begin een eigen talkshow. Niet op televisie, maar in de buurt. Is helemaal niet zo moeilijk, het hoeft geen Champions League-niveau te zijn. Misschien heeft de kroeg om de hoek daluren, is er plek in de bibliotheek of heb je een ruime woonkamer. Denk na over buurtgenoten van wie je meer zou willen weten.

Misschien woont er een vlinderverzamelaar, topmantelzorger, professor of zelfs een BN’er in de buurt. Zeg, en dit is belangrijk, dat ze bovenaan je lijstje staan en vraag of ze gast willen zijn in je buurtshow. Verzin een naam. Hoeft niet moeilijk te zijn, doet er wel toe. Vaak kun je ‘gasten’ plakken achter de naam van de locatie. Sla je twee vliegen in één klap, want daarmee geef je de locatie aan en het soort activiteit.

Nodig je buren uit en, voor de zekerheid bij de start, ook wat vrienden en familie. Laat een flyer maken en post die in zoveel mogelijk appgroepen, op sociale media en licht de buurtkrant in. Lees je een uurtje in en noteer enkele onderwerpen. Begin de gesprekken altijd over de buurt want dat verbindt.

Noem het geen Buitengasten, want dat ben ik al begonnen. Veel plezier.
Hugo Hoes, Amsterdam

Drie kinderen

Ik ken mensen die de zon opzoeken. Ze verhuizen tijdelijk naar Spanje of de Algarve in Portugal. Voor mij gaat de zon schijnen als de drie kleintjes – van ruim 2, dik 3 en net 5 – op bezoek ­komen. In een mum van tijd verandert de woonkamer in een imposant spoorwegemplacement, verrijzen wonderlijke bouwwerken en sjezen futuristische voertuigen door het huis. De toekomst ziet er florissant uit.

Gaan ze ’s avonds naar huis, dan is de zon buitenshuis reeds ondergegaan, binnenshuis nog lang niet. En wat ook tevreden stemt is de bonus die wacht: een heel goede nachtrust.
Ad Smeijers, Hilvarenbeek

Praatje maken

Er gebeuren in de wereld erge dingen, te veel om op te noemen. Maar er gebeuren in de wereld ook mooie dingen, óók te veel om op te noemen. Maar je moet het wel (willen) zien, hoe klein ook. Vooral niet zitten somberen, daar help je jezelf en anderen niet mee.

Een geboorte, de natuur die in het voorjaar uitloopt, herfstkleuren, een prettig gesprek met deze of gene. Kijk om je heen: er is altijd wat te zien of te beleven. Maak eens een praatje met een wildvreemde. Dat deed ik onlangs met een man die Sahid bleek te heten. Verkeersregelaar en afkomstig uit Afghanistan. Hij vertelde een deel van zijn levensverhaal en maakt zich bezorgd over zijn zuster die nog daar woont: indrukwekkend.

Luister dus eens echt goed naar een ander en stop dat koekeloeren op je schermpje. En: controleer de feiten. Wat volksmenners roepen is vaak erg overdreven (of vals) en wordt dan door velen als dé waarheid gezien én herhaald, want ‘hij/zij vertelde het’.
Dick van der Meulen, Vuren

Drukinkt

Nee, dit is geen spelfout: deze krant vormt mijn levensvreugde. Niet door de inhoud natuurlijk: van de oorlogen, conflicten en de politieke ­situatie word ik niet vrolijk.

Iedere dag opnieuw ben ik blij dat ik op mijn leeftijd (85) niet meer al die ellende zal hoeven meemaken. Maar als betrokken wereldburger moet ik wél op de hoogte blijven. En dat doe ik al bijna levenslang door het lezen van deze papieren krant.

Tijdens het ontbijt neem ik de hele krant door, de uitgebreidere stukken lees ik in de loop van de dag. Natuurlijk volg ik het laatste nieuws op mijn ­telefoon. Maar mijn dag begint met de geur van koffie en drukinkt.
Gerard Herbers, Arnhem

Familie

Al een paar dagen lig ik met een zware griep in bed. In alle vroegte word ik half wakker van mijn vrouw die bezig is met haar ochtendritueel. Ik hoor hoe ze haar kleding uitzoekt, haar speldjes en oorbellen pakt van de glazen schaal die zo mooi kan rinkelen, haar haren kamt en zachtjes naar beneden loopt om thee voor mij te maken.

Later op de dag hoor ik haar bellen met onze dochter. Het ­gesprek gaat alle kanten op. Van gedoe op haar werk, de jongens die soms lief en soms strontvervelend zijn, haar dochter die haar haar veel te kort heeft laten knippen naar haar zin, tot wat ze vanavond moet eten want ze weet het nog niet. Ondanks de koorts en de spierpijn geeft het mij een zielsgelukkig gevoel.
Andre Oud, Zoetermeer

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next