Israël heeft een wet aangenomen die VN-hulporganisatie UNRWA gaat verbieden. Dat betekent voor honderdduizenden mensen: geen school, geen medische zorg, geen vuilniswagens. ‘Zo gaat het met Palestijnen.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
Sadile Khalid (11) weet al heel goed wat zij met haar leven wil: ze wordt dokter, zodat ze iedereen die ziek is, weer beter kan maken. ‘Eerst natuurlijk mijn moeder’, vertelt ze enthousiast, ‘want die heeft last van haar hart. Maar daarna ook alle andere mensen.’
Het probleem is echter dat Khalid misschien haar lagere school niet af kan maken. Daarom staat het meisje samen met honderden leeftijdgenootjes in een smal straatje van het vluchtelingenkamp Kalandia op de bezette Westelijke Jordaanoever. Met de handen gekruist tegen de borst zingen de kinderen dat ze van hun scholen houden, en dat ze in een vrij land willen leven. Ze zwaaien met hun vuisten in de lucht en roepen met heldere stem dat ze ‘UNRWA nodig hebben’.
Het is een klein protest tegen een besluit dat grote gevolgen kan hebben: het Israëlische parlement, de Knesset, heeft eind oktober een wet aangenomen die de operaties van VN-organisatie UNRWA in heel Israël én de bezette gebieden, vanaf eind januari verbiedt. ‘We hebben nog geen idee wat het in de praktijk gaat betekenen omdat de wet heel vaag is opgesteld’, zegt Jonathan Fowler, woordvoerder van UNRWA. ‘Maar als wij ons werk niet meer kunnen doen, heeft dat vernietigende consequenties voor honderdduizenden Palestijnen.’
De UNRWA (voluit: United Nations Relief and Work Agency for Palestine Refugees in the Near East) werd in 1949 door de VN in het leven geroepen om Palestijnse vluchtelingen bij te staan. Bijna 75 jaar later concentreert de UNRWA zich allang niet meer op noodhulp: de organisatie runt scholen en klinieken in vluchtelingenkampen zoals Kalandia, die ondertussen zijn uitgegroeid tot buitenwijken of dorpen. Ze haalt er ook het vuilnis op, verzorgt er de voedselvoorziening en creëert er banen. ‘Taken die normaal gesproken door een zittende regering worden verricht’, vertelt Fowler, ‘maar zolang er geen Palestijnse regering is, vullen wij dat gat.’
En nu zou het zomaar kunnen gebeuren dat de school van Sadile Khalid over twee maanden niet meer bestaat – dat het doodstil wordt op het binnenplein tussen de witte gebouwen met blauwe deuren, waar op dit moment nog giechelende meisjes rennen. De kans is ook groot dat de rotzooi straks in de steegjes blijft liggen, die nu nog wordt opgehaald door vuilniswagens van de UNRWA. ‘En mijn moeder maakt zich vooral zorgen over haar medicijnen’, vertelt Sadile Khalid. ‘Die haalt zij hier op bij de UNRWA-kliniek. Ik weet niet hoe erg het is als zij die niet meer krijgt.’
In Gaza is de ramp, waar de nood in ieder opzicht torenhoog is, helemaal niet te overzien. ‘Wij hebben daar 13 duizend mensen in dienst’, vertelt Fowler, ‘en vijfduizend man is nog steeds operationeel. Dat zijn gewoon burgers, die dus net als andere Gazanen op de vlucht zijn geslagen en in tenten wonen. Maar het hele VN-systeem in Gaza, en ook dat van andere internationale spelers, drijft op ons logistieke netwerk. Dat kun je niet zomaar weghalen of vervangen – wij vormen de ruggengraat.’
Israël houdt zich doof voor alle kritiek. Het land vindt dat UNRWA er na 1949 voor had moeten zorgen dat Palestijnse vluchtelingen een nieuw leven konden opbouwen in hun nieuwe woonplaats, zodat de organisatie op een gegeven moment niet meer nodig zou zijn. Door ook nieuwe generaties te behandelen als vluchteling, wordt ‘de problematiek in stand gehouden’, zei de Israëlische premier Netanyahu al in 2017.
De aanval van Hamas vorig jaar op 7 oktober gaf Israël een nieuwe stok om de UNRWA mee te slaan: de VN-organisatie zou geïnfiltreerd zijn door Hamas, en tientallen UNRWA-medewerkers zouden betrokken zijn geweest bij deze bloedige aanval die 1.200 Israëliërs het leven kostte.
Deze beschuldiging leidde tot een abrupte stop van de internationale hulp aan UNRWA. De VN lieten onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar de aantijgingen. Daarin werd geen bewijs gevonden voor de Israëlische beweringen, waarop de meeste landen (met uitzondering van de VS) de banden met de UNRWA weer aanhaalden.
Maar in Israël bleef het diepe wantrouwen jegens de VN-organisatie bestaan. Internationale medewerkers krijgen hooguit een visum voor een maand, het hoofdkantoor in Jeruzalem moet worden gesloten en vanaf begin volgend jaar mag UNRWA dus helemaal niet meer werken in door Israël gecontroleerde gebieden. ‘Ook in juridisch opzicht een opmerkelijke stap’, zegt Fowler. ‘Israël besluit unilateraal dat wij niet meer actief mogen zijn op haar grondgebied. Welk precedent schept dat? Kunnen landen zomaar besluiten dat zij het niet zo hebben op een bepaalde VN-organisatie, en deze verbieden?’
Meisjes als Sadile Khalid betalen de prijs, want voor 47 duizend kinderen op de Westoever zijn UNRWA-scholen de enige plek voor onderwijs. Scholen die worden gerund door de Palestijnse Autoriteit, verantwoordelijk voor het bestuur in het gebied, barsten nu al uit hun voegen en de leraren krijgen hier al maanden nauwelijks salaris. ‘Zij kunnen de duizenden nieuwe leerlingen er zeker niet bij hebben’, zegt Fowler.
Seif Mohammed (15) vreest dat hij nu nooit meer loodgieter kan worden. De jongen leert hiervoor in het UNRWA-opleidingscentrum in Kalandia, vindt het ‘geweldig’, en hoopt vanaf zijn 17e ‘direct aan het werk’ te kunnen en ‘veel geld te gaan verdienen’. ‘Het is een mooi beroep!’, vertelt hij enthousiast. En als het centrum in januari de deuren moet sluiten? ‘Dan heb ik niets’, zegt de jongen somber. ‘Zo gaat dat met Palestijnen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant