Home

Desi Bouterse (1945-2024): charismatisch charmeur, president, couppleger en moordenaar

Desi Bouterse, die woensdag op 79-jarige leeftijd overleed, groeide uit tot de man die onder meer als president ruim veertig jaar de sfeer in Suriname zou mede-bepalen. Corruptie en zelfverrijking waren belangrijke drijfveren voor zijn handelen.

Desirée Delano Bouterse, die op kerstavond op 79-jarige leeftijd overleed, was sportinstructeur, eenvoudig beroepsmilitair, couppleger, legerleider, moordenaar, drugsdealer, dansend volksmenner, charismatisch charmeur, president van de Republiek Suriname en voortvluchtig crimineel, maar zelf omschreef hij zich graag als ‘wan pikin Ingi boi’ – ‘een kleine Indiaanse jongen’.

Die omschrijving haalde hij van stal op de momenten waarop hij vol zelfvertedering zijn prestaties overzag: altijd Baas! En dat voor een eenvoudige jongen van gemengd Creools-Inheems-Chinees-Zeeuwse afkomst die op 13 oktober 1945 werd geboren nabij Domburg, 20 kilometer buiten Paramaribo, en die afwisselend werd grootgebracht door een stiefvader, bij een tante, en op het internaat van de Fraters van Tilburg te Paramaribo.

Dat hij zou uitgroeien tot de man die ruim veertig jaar de loop der dingen en de sfeer zou mede-bepalen in Suriname, dat zouden de missionarissen die hem les hadden gegeven nooit hebben voorspeld. Ook later, toen hij als jonge twintiger vanuit de kolonie Suriname in Nederland neerstreek om zijn militaire dienstplicht te vervullen, viel hij niet speciaal op door leiderschapskwaliteiten of ambities.

Bouterse blonk vooral uit in basketbal, en beunde bij met de verkoop van porno. In Steenwijk diende hij bij een pantserinfanteriebataljon. Zijn zoon Dino, die tegenwoordig een celstraf van 16 jaar uitzit in een Amerikaanse gevangenis wegens internationale drugshandel, werd er in 1972 geboren. Op de militaire basis in Seedorf, Duitsland, werkte hij als sportinstructeur. Vlak voor de Surinaamse onafhankelijkheid keerde het jonge gezin Bouterse terug naar Suriname, het land dat bevrijd van het koloniale juk een eigen weg zou vinden.

Veel in Suriname is mystiek en doorgefluisterde suggestie, iedereen weet altijd alles maar wat waar is weet niemand zeker – of Bouterse een jaar lang in een bunker onder zijn huis verstopt heeft gezeten, of hij nierdialysepatiënt was, of de staatsgreep van 1980 mede-georkestreerd was door een Nederlandse kolonel.

Feit is dat het Desi Bouterse was die de leider werd van ‘de groep van zestien’: zestien sergeanten die een conflict over het ontbreken van medezeggenschap in het leger en het verbod op een militaire vakbond in februari 1980 beslechtten met een staatsgreep.

‘Bevel’ Bouterse

Suriname kreeg een militair bewind, met ‘Bevel’ Bouterse aan het hoofd. Weidse vergezichten lagen niet ten grondslag aan ‘de revolutie’, zoals de nieuwe toestand steevast werd genoemd; de ideologie werd er later bij gezocht, aangereikt door linkse intellectuelen die zich in Nederland – veelal in Wageningen – hadden laten scholen, en de koers wezen: naar Cuba, naar China.

Echt communistisch wilde de revolutie evenwel niet worden. Daarvoor brandde het revolutionaire vuur niet hoog genoeg. De CIA heeft nog een halve dag vergaderd over de vraag of Amerikaans ingrijpen nodig was, zoals de Amerikanen dat in die hete jaren tachtig overal in Latijns-Amerika deden om de communistische dreiging te stoppen, zo onthulde Bob Woodward in zijn boek Veil. Maar het werd onnodig geacht; het land was te klein en te betekenisloos, de mensen waren er vooral ‘vriendelijk’.

Ondertussen vielen die ‘vriendelijke’ mensen ten prooi aan een regime dat almaar repressiever werd. Macht smaakt naar meer, machtsvertoon lokt protest uit, protest lokt meer machtsvertoon uit, en zo ging het ook in Suriname. Protesten van scholieren en studenten werden neergeslagen, er kwam een avondklok en mensen moesten in de rij staan voor basale levensmiddelen, terwijl de legertop zichzelf verrijkte met de handel in cocaïne.

Rampjaar 1982

In het rampjaar 1982 mislukte een tegencoup. Het was het jaar waarin Bouterses gezag werd getart. Berucht is het bezoek van premier Maurice Bishop van Grenada; Bouterse moest hem bij kaarslicht ontvangen in het presidentieel paleis, omdat de vakbonden een grote staking bij het elektriciteitsbedrijf hadden georganiseerd. Het zou Bishop zijn geweest die Bouterse had aangemoedigd deze vernedering niet zomaar te pikken. Bouterse zwoor dat hij de vakbondsleider ‘in contant geld zou terugbetalen’.

Kort daarop, op 8 december 1982 werd de vakbondsleider, samen met veertien andere tegenstanders van het militaire regime – onder hen advocaten, journalisten, militairen – opgepakt, gemarteld en geëxecuteerd in Fort Zeelandia. ‘Op de vlucht neergeschoten’, luidde de officiële verklaring, maar nabestaanden die naar het mortuarium hadden durven gaan, hadden de verwondingen gezien die op grove mishandeling en executie van nabij wezen. De mensen konden het niet geloven: Suriname was definitief een ordinaire, gewelddadige dictatuur geworden. En Bouterse was een man om bang voor te zijn.

‘We hebben hier een historische taak op ons genomen en natuurlijk is ons alles eraan gelegen dat excessen en ontsporingen niet zullen voorvallen’, zei de legerleider hierover in een interview dat de journalist Willem Oltmans kort na deze Decembermoorden met hem had, en waarin de interviewer begrip en bewondering laat doorschemeren. ‘In een revolutionaire situatie is dit niet te garanderen, gezien de bemoeizucht van het buitenland en de reactionaire krachten van binnenuit.’

Het zou bijna 40 jaar duren voordat Bouterse veroordeeld zou worden voor deze moordpartij.

‘Dit is een coup’

In 1987 liet hij verkiezingen uitschrijven en trok het militaire gezag zich terug. Het proces heette ‘het herstel van de democratie’, maar een paar jaar later bleek hoe groot de angst voor de nietsontziende Bouterse nog steeds was. Toen hij de nieuwe president zat was belde Bouterse hem op, zei ‘dit is een coup’ en verordonneerde het vertrek van hem en zijn burgerregering.

Corruptie en zelfverrijking waren belangrijke drijfveren voor zijn handelen, en de handel in cocaïne speelde daar een centrale rol in. Een conflict met zijn voormalige lijfwacht Ronnie Brunswijk over de controle over Oost-Suriname – en een handelsroute – ontaardde halverwege de jaren tachtig in de Binnenlandse Oorlog, die werd uitgevochten in het met oerwoud overgroeide binnenland.

Het gaat in de berichtgeving over Suriname vaak over de Decembermoorden, maar de oorlogsmisdaden die onder de verantwoordelijkheid van Bouterse zijn gepleegd in de Binnenlandse Oorlog, zijn minstens zo gruwelijk, met als dieptepunt de afslachting van 39 kinderen, vrouwen en mannen in het Marrondorp Moiwana.

Pas in 1992 werd de vrede getekend, maar de gevolgen zijn tot heden voelbaar: groepen Marrons – afstammelingen van ontsnapte totslaafgemaakten - zijn op drift geraakt en naar de stad getrokken waar ze gediscrimineerd worden en onder erbarmelijke omstandigheden leven.

Als drugslord onderhield hij belangrijke regionale contacten. Met Pablo Escobar uit Columbia, en later met Shaheed Khan uit Guyana. Het Nederlandse Openbaar Ministerie heeft hem in de jaren negentig nog proberen op te pakken wegens grootschalige drugshandel, maar toen de kans zich voordeed hem in Brazilië te laten arresteren en uit te leveren aan Nederland, liet het toenmalige kabinet-Kok de kans schieten. In 1999 werd hij in Nederland bij verstek veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf voor de handel in cocaïne. Met drugshandel is hij ook daarna doorgegaan.

Met de oprichting van zijn eigen politieke partij, de Nationaal Democratische Partij (NDP), in de jaren negentig, probeerde hij op democratische wijze weer aan de macht te komen. Dat de NDP al snel populair werd is goed te begrijpen: terwijl de ‘oude politiek’ voornamelijk bestond uit oude mannen die zich langs etnische lijnen hadden georganiseerd en afspraken welke bevolkingsgroep ‘aan de beurt’ was om voordeeltjes te ontvangen, was het bij de NDP een aanstekelijke, vrolijke boel waar jonge mensen de kans kregen politieke carrière te maken, mensen van alle etniciteiten welkom waren en vrouwen hoge functies konden krijgen.

Fluistercircuit

Dat Bouterses verleden niet op de partij drukte, valt te verklaren in een land waarin een groot deel van de bevolking te jong is om zich de jaren tachtig te herinneren, en waarin het geschiedenisonderwijs over die tijd jarenlang gecensureerd is geweest. Het werd aan het fluistercircuit overgelaten om aan nieuwe generaties te vertellen wat er was gebeurd.

Met zijn charisma kon hij een podium vullen en een veelkoppig publiek om zijn vinger winden. In een land waar de religieuze beleving zeer belangrijk is, bekeerde hij zich tot de pinkstergemeentekerk Gods Bazuin. Zijn volgelingen zagen in hem een goed christen, die vroeger misschien foutjes had gemaakt, maar dat was iets voor later, voor tussen hem en de Almachtige. Voor hen, in het hier en nu, was hij goed – niet in de laatste plaats omdat hij grif gunsten verleende en het volk trakteerde op feesten met gratis eten en drinken.

De NDP was voor Bouterse óók een manier om zijn oude getrouwen – velen waren ondertussen ook stinkend rijk geworden – en zijn zakelijke contacten om zich heen te verzamelen en toegang tot de politieke macht te bieden.

Woedende bevolking

In 1996 al won de NDP voor de eerste keer de verkiezingen. Bouterse schoof zijn marionet Jules Wijdenbosch naar voren om president te worden. Diens erfenis: een brug over de Surinamerivier en een woedende bevolking die hem wegens wanbeleid met een groots protest uit het presidentieel paleis verdreven.

Nadat hij in 1999 bij verstek werd veroordeeld in Nederland én er in Suriname een strafrechtelijk onderzoek naar de Decembermoorden werd gestart, wist Bouterse wat hem te doen stond: net als zoveel criminele politici vóór hem moest hij ervoor zorgen dat hij zelf het presidentschap zou bemachtigen om op die manier zo lang mogelijk uit de gevangenis te blijven. In 2010 lukte het hem. Hij sloot zijn oude rivaal Brunswijk in de armen om een regering mogelijk te maken.

Twee termijnen wist hij het uit te houden. Na zijn vertrek in 2020 drong pas goed door hoezeer het land onder zijn presidentschap was leeggeroofd. Zijn getrouwen waren dik bedeeld met concessies voor de winning van goud, geld, auto’s. De landskas was leeg. Zelfs de computers uit de overheidskantoren waren weggedragen. Zijn toenmalige minister van Financiën Hoefdraad is nog altijd voortvluchtig na een veroordeling wegens verduistering en corruptie.

Het strafproces wegens de Decembermoorden, dat jaren heeft geduurd, heeft hij geprobeerd te versjteren door een amnestiewet door te voeren, maar terwijl hij zand in de machine bleef strooien, liet Suriname zien wat het óók is: een rechtsstaat waarin onverstoorbare vrouwen het echte werk doen. Rechtbankvoorzitter Cynthia Valstein liet op elke zittingsdag de gedaagde Bouterse oproepen – hij kwam nooit – terwijl laag voor laag de oude misdaden werden afgepeld. In 2019 viel het vonnis: Suriname schreef geschiedenis door een zittende president te veroordelen tot 20 jaar cel.

Op de vlucht

De gevangenis zou hij nooit van binnen zien. Toen, na mislukte pogingen tot aanvechting van het vonnis in hoger beroep, vorig jaar dan toch zijn gevangenneming werd gelast, sloeg Bouterse op de vlucht. De fluistermachine wist zeker waar hij zat: thuis, in Cuba, in Venezuela, in zijn buitenhuis in het binnenland. Maar gevonden werd hij nooit.

In zijn schuilplaats is hij gestorven, zo maakte de familie op Eerste Kerstdag bekend. Als een wezel op de vlucht.

Zijn nalatenschap is een land dat getraumatiseerd is door de militaire dictatuur, uit het lood is geslagen door de drugseconomie en verdeeld is over de vraag of Desi Bouterse een moordenaar was of een volksheld.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next