Home

De linkse bubbel lijkt steeds meer op een kooi

Progressief Nederland krijgt steeds vaker het verwijt zich terug te trekken in haar eigen verheven bubbel. Dat is niet arrogant, betoogt journalist Marijn Kruk, maar is uit onmacht en frustratie geboren. Is er een andere weg, nu radicaal-rechts de regels van het publieke debat bepaalt?


Kom je naar BlueSky?’, vroeg een bevriende journalist me onlangs via WhatsApp. ‘Veel gezonder.’

Even eerder had ik hem een screenshot geappt van een bericht op socialemediaplatform X afkomstig van Ziya Meral, een Brits-Turkse defensieadviseur gespecialiseerd in het Midden-Oosten. Tijdens een verrassingsoffensief hadden Syrische rebellen van de islamistische strijdgroep Hayat Tahrir al-Sham die ochtend de citadel van Aleppo veroverd – de prelude van wat nog geen twee weken later het einde van het regime-Assad zou blijken.

‘Ik zocht naar de laatste updates rondom het conflict in Syrië’, postte Meral. ‘Moet je twee van de voornaamste accounts zien die dit verachtelijke platform me aanreikt.’ Te zien was een screenshot van het account van ‘Syrian Girl’, een notoire propagandiste van het Assad-regime, alsook dat van Jackson Hickle, een bekende Amerikaanse complotdenker die het herhaaldelijk opnam voor Vladimir Poetin.

Ophitserij

Dit schetst in één beeld wat er is misgegaan met het platform sinds het in 2022 werd aangekocht door techmiljardair Elon Musk, namelijk dat het verworden is tot een radicaal-rechtse propagandamachine vol complottheorieën, desinformatie, ophitserij en openlijke haat. Blueksky presenteert zichzelf sinds een tijdje als alternatief. Eerder waren er al pogingen in die richting geweest, zoals het open source gedreven platform Mastodon.

Mij leek het een verzamelplaats van progressieve wijsneuzerij, en weer een andere vriend bevestigde me daarin. ‘Nee. Saaie plek voor mensen die op de middelbare school graag klassenvertegenwoordiger hadden willen worden.’ Nu wilde ik veel worden op de middelbare school, maar geen klassenvertegenwoordiger.

Maar terwijl Mastodon langzaam wegkwijnt, lijkt voor BlueSky een succesvollere toekomst weggelegd, zeker nu X die radicaal-rechtse echokamer is – eentje waar journalisten, beleidsmakers en politici zich desondanks toe hebben veroordeeld.

Beschaafd gesprek

BlueSky profileert zich internationaal als safe space waar je een fatsoenlijk onlinegesprek kunt voeren, een beetje zoals in the good old days op Twitter. ‘Kom je ook?’, vroeg ook een vriendin van me, werkzaam als docent-onderzoeker bij de UvA. Ik ben onderhand wel weer eens toe aan een beschaafd gesprek onder gelijkgestemden. Maar ik aarzel. Want ook hier is het probleem dat er voornamelijk progressieve mensen op zitten.

Daar zit je dan, het comfortabel met elkaar eens te zijn, terwijl buiten de illiberale contrarevolutie voortraast en in tal van westerse landen radicaal-rechtse figuren in het centrum van de macht plaatste, denk aan Trump in de Verenigde Staten, Meloni in Italië en Wilders in Nederland – om maar een paar voorbeelden te noemen.

Onwillekeurig moest ik denken aan een recente cartoon in het Amerikaanse weekblad The New Yorker, uiteraard favoriet leesvoer voor progressieven zoals ik. Op een designbank zit een links, intellectueel stelletje voor een knapperend haardvuur; een beker warme thee in de hand, een hondje opgekruld op het tapijt. ‘There is something so cozy about snuggling up indoors while outside the world spins into chaos’, zegt de man.

Terugtrekkende beweging

Het heeft iets behaaglijks, zo’n ideologische echokamer – wereldvreemd en arrogant – maar meer dan schijnveiligheid biedt ze natuurlijk niet. De neiging je achter de dijken terug te trekken beperkt zich zeker niet tot het progressieve kamp, toch worden de meeste kritische pijlen daarop gericht. Maar wie deze terugtrekkende beweging alleen maar duidt in termen van comfortabel schuilen in je eigen overtuiging, mist echt iets.

Want terwijl op het kerstgala van JFvD, de jongerenorganisatie van Forum voor Democratie, de champagnekurken onbeschaamd knallen, zijn progressieven zich akelig bewust van hoe vijandig de wereld buiten hún comfortzone is. Hun wordt verweten dat ze zich in hun eigen gelijk verschuilen, maar het dominante sentiment erachter is niet dat van zelfgenoegzaamheid, maar van onmacht en frustratie.

We leven in een tijd waarin radicaal-rechts de sleutels van het publieke debat stevig in handen heeft. Politicologen en sociologen spreken in dit verband van ‘culturalisering’. Dit is wanneer de wereld voornamelijk geduid wordt in termen van afkomst, religie en bedreigde eigenheid.

Linkse verhaal

En inderdaad: vanuit politiek Den Haag klinkt, opnieuw, dat ‘de integratie is mislukt’. In de talkshows gaat het al een half jaar lang vrijwel nergens anders over dan een niet-bestaande asielcrisis. Als dan ook het linkse verhaal van gelijkheid, solidariteit en rechtvaardigheid overal doodvalt, rest weinig anders dan een tactische terugtrekking.

Eerder zag je iets vergelijkbaars met de antiracismebeweging. Aanvankelijk was er met succes aandacht gevraagd voor minder zichtbare vormen van racisme en discriminatie.

Activisten wezen erop hoezeer de giftige erfenis van slavernij en kolonialisme ook in de Nederlandse geschiedenis en mentaliteit doorwerkten. Witte mensen moesten ‘hun privilege checken’, klonk het dan, en wie het dan nog niet begreep kreeg een ‘educate yourself’ toegebitst. Té snel soms, vond ik, maar ik begreep het wel.

Maatschappelijke verworvenheid

Van vrouwen verwacht ook niemand meer dat ze uitleggen wat ze op de universiteit doen, waarom ze stemrecht hebben of dat ze een hypotheek mogen afsluiten. Toch was dat honderd jaar geleden allemaal wettelijk verboden. De vraag is dan: wanneer is iets een maatschappelijke verworvenheid, iets wat anderen niet langer met goed fatsoen mogen bevragen?

De grote verdienste van de antiracismebeweging van de laatste jaren was dat ze liet zien hoeveel er nog te winnen valt wanneer het laaghangend fruit (formele rechten) eenmaal is geplukt en hoe belangrijk het is naar overgeleverde gewoonten, gedragingen en vooronderstellingen te kijken, en hoezeer die verdere emancipatie in de weg staan.

Ook #MeToo heeft deze verdienste. En voor beide bewegingen geldt: er ís wat bewustzijn betreft ook veel bereikt. Denk alleen al aan hoe snel racistische representaties van Zwarte Piet de afgelopen jaren uit het straatbeeld zijn verdwenen. Of aan de huidige discussie over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de mediawereld en de cultuursector.

Effectief demoniseren

Net als bij andere progressieve geluiden liet de rechtse tegenbeweging niet lang op zich wachten. Ze wist betrekkelijk onschuldige termen als ‘woke’ effectief te demoniseren en het zo voor te stellen alsof de westerse beschaving dankzij een handjevol activisten tot aan de rand van de afgrond was gebracht.

Ook gender is zo’n succesvol tot duivel gemaakte term – ‘genderideologie’. Object van studie in een betrekkelijk marginaal deel van de universiteit. Maar het werd afgelopen jaar op een internationale bijeenkomst van conservatieven, illiberalen en rechts-radicalen in Boedapest nog onder daverend applaus door Geert Wilders afgeschilderd als ‘een existentiële bedreiging voor de westerse beschaving’.

Hoe effectief dit radicaal-rechtse tegenoffensief is geweest, blijkt uit hoezeer het is verinnerlijkt, júíst op de linkerflank. Na afloop van een gastcollege dat ik recentelijk gaf aan een grote Randstedelijke universiteit, liep ik een stukje op met de docent die me had uitgenodigd. We kwamen te spreken over de staat van het huidige publieke debat en over een behoorlijk radicale hoogleraar genderstudies aan diezelfde universiteit.

‘Die verpest het voor ons allemaal!’, riep de docent verontwaardigd uit. Dat de hele universiteit kon worden afgerekend op de uitingen van één radicale professor was voor een buitenstaander als ik lastig te begrijpen.

Stockholmsyndroom

Tegelijk weerspiegelt die reactie wel degelijk de realiteit van het publieke debat, waarin ‘links’ een scheldwoord is geworden. Op sociale media als X en onlinemedia als GeenStijl is zo vaak en zo effectief de draak gestoken met ‘linkse woke gekkies’, en is ‘links’ zo effectief in verband gebracht met kwaadwillige ‘elites’, dat het leidde tot een soort ideologisch stockholmsyndroom.

Al twee decennia hebben we het nu over afkomst, islam, onze vermeende ‘nationale identiteit’ en de (on)mogelijkheid tot ‘integreren’, waarbij links consequent zou weigeren om ‘de problemen te benoemen’ en toe te geven dat de afkomst en het geloof van immigranten het werkelijke probleem is.

Een deel van links heeft de neiging daarin mee te gaan. Het stelt niet het eigen verhaal van gelijke kansen, meedoen en rechtvaardigheid centraal, maar kijkt door de veronderstelde lens van de honende bully’s.

De boel overnemen

Gevolg is dat de publieke debat het domein is geworden van de obsessies van Wilders en de zijnen, van de paranoïde angstbeelden over moslims die de boel komen overnemen, decadente linkse elites die geen idee hebben van dit gevaar, en die ondertussen de samenleving vergiftigen met genderideologie en ‘woke’.

Als je het zo bekijkt is het niet zo vreemd dat progressieven bij elkaar kruipen en zich verschansen in het gelijk van hun overtuiging. Maar hoe geriefelijk is dat als de wind buiten huilt, en je weet dat je vroeg of laat hoe dan ook met de grimmige politieke realiteit wordt geconfronteerd?

Ik merkte het zelf toen ik een tijdlang een tweewekelijkse klimaatcolumn schreef voor NRC. Naarmate ik me meer in het onderwerp verdiepte, drong al snel door dat we met een gigantisch en urgent probleem te maken hebben waar we veel te weinig aan doen.

Komeet

Zelf probeerde ik de politieke dilemma’s te schetsen, antropologische verklaringen te geven voor ons gedraal, economische belangen uiteen te zetten. Maar het beeld dat het probleem het beste vatte was toch die komeet die op ons afkwam, zoals in de film Don’t Look Up. Met name klimaatwetenschappers, dus de mensen die het weten, gaan hier onder gebukt, ontwikkelen soms psychische klachten.

Klimaatactivisten idem. Als moderne cassandra’s proberen ze aandacht voor hun vakgebied te vragen, soms met onorthodoxe methoden, zoals snelwegblokkades of het bekladden van glasplaten in musea. Hoho, tuttut klinkt het dan. Maar ik begrijp die methoden wel, wanhopig als ze zijn. En toch werd ook hier veel bereikt. Het klimaatbewustzijn, het besef dat er een groot probleem is en er drastische maatregelen nodig zijn, nam de afgelopen jaren enorm toe.

Alleen blijft de politieke vertaling van het groeiende bewustzijn achter. Niet linkse, maar (radicaal-)rechtse partijen trekken aan de touwtjes, en de urgentie tot klimaatbeleid is aan die kant beduidend minder tot non-existent.

Dubbele paradox

In Opstand, mijn boek dat onlangs verscheen over de opkomst van radicaal-rechts, spreek ik in dit verband van een dubbele paradox. Radicaal-rechts weet zich in het centrum van de macht, maar kan daar weinig uitrichten. Haar utopische agenda (‘terug naar de jaren vijftig van de 20ste eeuw!’) stuit onherroepelijk op de muur van de realiteit. Tegelijk staan linkse partijen werkloos aan de kant; ook al hebben ze de progressieve onderstroom van de geschiedenis aan hun zijde.

Het gevolg is chaos en bestuurlijke verlamming – een blik op een half jaar kabinet Schoof volstaat om dat te zien.

Op gezette tijden klinkt in Nederland de roep om een ‘verbindend verhaal’ of zijn er pleidooien voor een plek waar ‘we’ elkaar weer kunnen ontmoeten. Hoe kunnen we weer van elkaar houden?

Ik twijfel niet aan de oprechtheid van dat verlangen, maar wie dit zegt houdt zichzelf voor de gek. Mijn jaren als Frankrijk-correspondent werkten op mij ontnuchterend. Daar was álles politiek. Over een verbindend verhaal hoorde je niemand. Noem me de plaats in Parijs waar je demonstreert en ik zeg je van welke politieke kleur je bent. In het land van de Franse Revolutie gaat het niet over meningsverschillen, maar over wereldbeelden; niet hoe je de ander overtuigt, maar dat de ander óplegt.

Maar zelfs als iedereen volop uitgesproken is, zijn er winnaars en verliezers. Ik zag in Frankrijk ook hoe progressief-links verzwolgen raakte in de culturalistisch-identitaire golf, die inmiddels ook Nederland heeft bereikt en waarin het niet gaat over wat we met elkaar willen ondernemen, maar over wie je bent. Rijke techmiljardairs en mediamagnaten spelen hierin een rol, maar ook centrumrechtse partijen doen mee.

Hoe kunnen progressieven zich hieruit bevrijden? Hoe politiseer je in een door radicaal-rechts gedomineerd speelveld sociaal-economische thema’s op een manier dat je aandacht van de kiezer weet te vangen? Op links is dat intussen de milliondollar question.

En of ik zelf naar BlueSky ga? Waarschijnlijk wel, maar noem het niet een comfortabele bubbel, want het voelt als een nederlaag.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next