Columnisten moeten niet schrijven over hun werk, vind ik. Je wilt ook niet zien wat een slager in zijn worsten stopt (‘wie worst eet of een weduwe trouwt, weet nooit wat er in is gedouwd’) of hoe een begrafenisondernemer een lijk aflegt (hoewel daarover de interessantste verhalen de ronde doen).
Schrijven over schrijven is ijdel. Het allerergste is schrijven over je ‘writer’s block’. Je suggereert daarmee namelijk dat schrijven een heilige en geheimzinnige kunst is waarbij spookachtige krachten de boel kunnen komen verpesten.
Over de auteur
Sylvia Witteman schreef voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Met andere woorden: je doet – ten onrechte – alsof schrijven iets wezenlijk anders is dan worst maken of lijken afleggen. Een slager lijdt immers nooit aan ‘butcher’s block’ en een begrafenisondernemer krijgt nooit te maken met ‘undertaker’s block’. En ook schrijven is geen goddelijke inblazing, maar een ambacht, een vak dat je kunt leren.
Hoe leer je dat dan? Ik krijg wel mails van jongelui die dat aan mij vragen (ja, dat klinkt ook verschrikkelijk ijdel, maar dit is mijn laatste stukje voor deze krant, dus nu maakt het niets meer uit). Ik antwoord dan altijd dat ze vooral heel goed om zich heen moeten kijken en luisteren (dus niet met zo’n podcast in je oren de straat op) en vooral ook alles lezen wat los en vast zit: goede en slechte boeken, kranten, de schoolschriften van je kinderen, de brochure van de Woudrichemse pingpongvereniging ‘Wopipo’, of de gemeentelijke reglementen voor afvalscheiding in een Oostenrijks bergdorp.
Die laatste liggen hier vóór me. Ik heb ze net van a tot z doorgenomen, met uitzicht op de hier volop aanwezige besneeuwde bergtoppen. Het is net een gedicht: ‘Sigarettenpeuken, luiers, de inhoud van stofzuigerzakken... Kattenbakkorrels, wattenstaafjes, gummiwaren... Spijsresten, snijbloemen, koffiedik, theebladeren, zaagsel... telefoonboeken, cementzakken, eierdozen...
(In het Oostenrijks-Duits is het nog veel mooier. Neem nu alleen al het woord Kericht, wat zoiets betekent als ‘opgeveegd vloervuil’. Of Knabbergebäck- und Teigwarensackerln, waarmee de Oostenrijker ‘chipszakken’ bedoelt. Je vraagt je af waartoe zo’n volk allemaal in staat is.)
Al die dingen die je hoort, ziet en leest sla je op in je hoofd. Het wordt na een tijdje erg veel, natuurlijk. Zo veel, dat het eruit moet. En omdat er thuis niemand geïnteresseerd is in de inhoud van je hoofd kun je het maar beter in stilte opschrijven.
Het is iets heel prettigs om te doen, een opluchting, zoiets als je verstopte oren laten uitspuiten, of dat je er na uren wurmen en klooien met je tong eindelijk in slaagt om dat ellendige popcornschilletje tussen je kiezen uit te peuteren. Dat is echt heerlijk. U moet het beslist eens proberen. Tot ziens!
Dit is de laatste column van Sylvia Witteman voor de Volkskrant.
Source: Volkskrant