Home

Uitkoopregelingen veehouders populairder dan verwacht, helft Limburgse varkensboeren meldt zich aan

Bijna 1.700 veehouders hebben zich in de afgelopen anderhalf jaar aangemeld voor uitkoop. Ruim 900 hebben zelfs hun contract al getekend. De uitkoopregeling is daarmee populairder dan verwacht. Desondanks blijft de stikstofwinst beperkt.

zijn landbouwverslaggever en dataredacteur van de Volkskrant.

In totaal hebben 920 boeren ingetekend op de uitkoopregeling voor piekbelasters, die tot afgelopen vrijdag open stond. Dat blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemers (RVO), de uitvoerder van de regeling. Een andere uitkoopregeling sloot een jaar eerder. Die kende in totaal 665 aanmeldingen. Met nog 104 deelnemers aan de regeling voor kleinere sectoren komt het totaal op 1694 aanvragers. 916 veehouders hebben het contract voor uitkoop inmiddels getekend, waaronder zeker 481 piekbelasters.

Boeren konden intekenen op drie uitkoopregelingen. De Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) is voor ongeveer 10 duizend veehouderijen waarvan de stikstofneerslag op natuur een drempelwaarde overschrijdt. Voor de pakweg drieduizend zogeheten piekbelasters – veehouderijen die een nog grotere stikstofdruk op natuurgebieden veroorzaken – is er de Lbv-plus. De Lbv kleinere sectoren is er voor onder meer geiten- en konijnenhouders.

Binnen de Lbv krijgt een boer zijn volledige bedrijfswaarde vergoed. Bij de Lbv-plus is dat 120 procent, plus een vergoeding voor de sloopkosten van stallen. Deelnemers aan beide regelingen moeten al hun bedrijfsgebouwen slopen en mogen niet ergens anders in Nederland of de Europese Unie een doorstart maken. Boeren moeten elke bedrijfslocatie apart aanmelden. Wie meerdere locaties heeft, kan er dus voor kiezen niet alle locaties aan te melden.

Veel animo

Het enthousiasme voor uitkoop is groter dan verwacht. In het voorjaar van 2024 heeft het ministerie daarom de budgetten voor beide regelingen verhoogd: naar 1,1 miljard euro voor de Lbv en 1,8 miljard voor de Lbv-plus. De Lbv kleinere sectoren is overtekend, minister van Landbouw Femke Wiersma (BBB) onderzoekt of ze hiervoor extra geld kan vrijmaken.

De RVO heeft inmiddels 1.442 aanvragen beoordeeld. Minder dan een op de tien daarvan wordt afgewezen, bijvoorbeeld omdat een veehouder bij nader inzien niet aan de voorwaarden blijkt te voldoen. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) gaat ervan uit dat 65 procent van de boeren die zich aanmeldt, uiteindelijk ook echt stopt. Dat lijkt haalbaar: bij de Lbv is dat nu 63 procent, bij de Lbv-plus 52 procent. Ongeveer een kwart van de aanvragen is nog in behandeling bij de RVO of ligt niet-ondertekend op de keukentafel bij de boer.

Gelderland is de provincie met verreweg de meeste stoppers. Dat is niet verwonderlijk, want er zijn veel veehouderijen in Gelderland en – door de Veluwe en andere natuurgebieden – ook veel piekbelasters. Verhoudingsgewijs komen de meeste aanmeldingen uit Limburg: daar overweegt 15 procent van de veehouders een locatie te sluiten. Van de Limburgse varkenshouders heeft maar liefst de helft zich aangemeld voor uitkoop.

Ook landelijk is de animo voor uitkoop het grootst onder varkenshouders. Van hen hebben zich 567 aangemeld voor de opkoop. Van de bedrijven in deze sector wil 18 procent minstens een locatie sluiten. Ook in de pluimveehouderij (232 bedrijven, 13 procent) en de vleeskalverhouderij (246 bedrijven, 16 procent) is relatief veel animo voor uitkoop. In de melkveehouderij, veruit de grootste sector, hebben zich 418 bedrijven aangemeld, 3 procent van het totaal aantal melkveehouders.

Moderne stallen

Naar verwachting tekenen vooral bedrijven met relatief nieuwe, moderne stallen zich in voor de uitkoopregelingen. Het subsidiebedrag is afhankelijk van de ouderdom van stallen: hoe ouder de stal, hoe lager de subsidie. Voor boeren met oude stallen is de regeling daardoor weinig aantrekkelijk.

Ook de potentiële stikstofreductie valt hoger uit dan voorzien, mede doordat het budget tijdens het traject verhoogd is. Ambtenaren van het ministerie schatten in oktober dat de Lbv-plus zou kunnen leiden tot 2,9 kiloton minder ammoniakuitstoot, de Lbv tot 1,6 kiloton minder. Dat was op basis van het totaal aantal aanmeldingen op dat moment. Op basis van het aanvankelijke uitkoopbudget raamden het Planbureau voor de Leefomgeving, RIVM en de Wageningen Universiteit de potentiële emissiereductie eerder dit jaar nog op 1,1 kiloton voor de Lbv en 1,3 tot 1,9 kiloton voor de Lbv-plus.

Worden de door het ministerie geraamde cijfers werkelijkheid, dan zou de ammoniakemissie van de land- en tuinbouw met zo’n 4 procent afnemen door de uitkoopregelingen. Het is echter onwaarschijnlijk dat alle veehouders die zich aanmelden, zich ook laten uitkopen. De werkelijke stikstofwinst ligt daardoor vermoedelijk iets lager.

Voor de natuur is het uiteindelijk belangrijker hoeveel stikstof daar neerkomt, dan hoeveel er wordt uitgestoten. Op dat vlak is de opbrengst van de uitkoopregelingen groter. Ze leiden gemiddeld tot een afname van de stikstofneerslag van 34 mol per hectare per jaar, blijkt uit de analyse van het ministerie. Dat is bijna 9 procent van de reductieopgave van 385 mol.

Het ministerie werkt momenteel aan een nieuwe, ‘brede stoppersregeling’ voor veehouders. Aanleiding is de aanscherping van Europese mestregels, waardoor boeren minder mest op hun land mogen uitrijden en een overschot is ontstaan. Het ministerie wil de regeling in 2026 openstellen, al pleit de Tweede Kamer ervoor dat sneller te regelen. Het ministerie wil 1,25 tot 2,5 miljard euro aan de regeling besteden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next