Hij componeerde kerstklassiekers als Ik ben een kerstbal van Bert & Ernie en Kerstfeest in de Jordaan, scoorde een megahit met Big City, maar was ook verantwoordelijk voor iconische reclamedeuntjes als ‘Kip, het meest veelzijdige stukje vlees (kip!)’. Met de Volkskrant blikt Clous van Mechelen terug op zijn unieke carrière.
Een grote hittelamp zorgt voor een warme oranje gloed in de kamer die Clous van Mechelen (83) heeft gekozen voor het interview. De componist, arrangeur en saxofonist woont nog maar half in zijn huis; een groot, voormalig kantoor van een scheepswerf in Amsterdam-Noord. Vanwege zijn beperkte aanwezigheid hier en om kosten te besparen, staat de verwarming op 13,5 graden – de lamp biedt lokaal behaaglijkheid.
‘Je treft me op een lastig moment’, zegt hij.
Dit jaar viert hij namelijk voor het eerst kerst alleen. Zijn vrouw Tineke, een bekendheid in de buurt omdat ze als kleuterjuf veertig jaar lesgaf, overleed vijf maanden geleden na een huwelijk van 61 jaar. ‘Ze had nooit wat, maar zat in december opeens rechtop in bed en zei: ‘Je moet een ambulance bellen.’ We hadden de kerstboom net gekocht, en alle dozen met de ballen en de versiering stonden klaar.’
Na verblijven in revalidatiecentra konden ze een zorgappartement krijgen, zodat ze de laatste fase bij elkaar zouden wonen. Er was hun weinig tijd samen meer gegund. Sindsdien leeft Van Mechelen ‘in between’ en brengt hij de nachten in het zorgappartement door. Hier, in zijn ‘echte’ huis, staat het vol met elektrische piano’s, een mengpaneel en computers. De muren hangen vol krantenknipsels, foto’s en schilderijtjes, gemaakt door zijn Tineke.
‘Tineke kookte altijd, en bij het appartement staat om 17.00 uur altijd keurig het eten klaar, alles is verzorgd. Ik kom er nu achter dat zij alles in de hand hield. Sinds haar overlijden is het hier een puinhoop geworden. Ik weet momenteel ook niet zo goed wat verstandig is. Het is allemaal een beetje triest, maar misschien hoef ik niet meer zo lang, je weet het niet hè?’
De Volkskrant nodigde Clous (spreek uit: Kloes) van Mechelen uit om terug te blikken op zijn carrière. De aanleiding: het is veertig jaar geleden dat hij, met Wim T. Schippers (Ernie) en Paul Haenen (Bert) de Sesamstraat-kerstplaat uitbracht met daarop Ik ben een kerstbal – de ultieme nostalgieplaat voor talloze Nederlanders die kind waren eind jaren tachtig en in de jaren negentig. De cultstatus van de lp blijkt alleen al op de tweedehandsmarkt: op Marktplaats worden ze aangeboden voor 80 euro.
Maar het is bepaald niet alleen die plaat (daarover zo meer) die een terugblik rechtvaardigt. Iedere generatie kent zijn creaties. De reclame van ‘Kip, het meest veelzijdige stukje vlees’? Het werk van Van Mechelen. De tune van verzekeraar Nationale Nederlanden (‘wat er ook gebeurt’), of ‘Breek de dag, tik een eitje’? Ook Clous. Zo is hij de schepper van talloze oorwurmen die iedereen kent, maar waarvan bijna niemand weet dat híj ze heeft bedacht.
Helemaal vermaard is zijn ‘barokmuziek’ uit de jaren zestig voor bij een Grolsch-reclame (‘vakmanschap is meesterschap’). Het klonk net echt, en de muziek werd zo gewaardeerd dat Van Mechelen het verzoek kreeg om die op plaat te zetten.
‘Die reclame was maar een minuutje, dus ik moest er van alles bijschrijven. Ik heb er toen een heel lang intro voor gemaakt. Ik dacht, ik bouw het op met verschillende instrumenten, eerst één-, dan twee- en dan driestemmig. Dat was iedere keer 30 seconden. Zo heb ik dat in elkaar geknutseld.’
Clous van Mechelen, zoon van NRC-journalist J.J. van Mechelen en actrice Jenny van Maerlant, studeerde klarinet aan het conservatorium, met piano als bijvak, maar verkoos de lichtere muziek toen hij voor het eerst jazz hoorde. ‘Mijn hopeloze carrière is eigenlijk ontstaan door Charlie Parker en Dizzy Gillespie.’
De klarinet werd al snel ingeruild voor de saxofoon. In de jaren vijftig en zestig speelde hij als pianist en saxofonist in Amsterdamse nachtclubs en theatertjes, steeds met een meerkoppig live-combo; het was de tijd waarin dj’s nog niet bestonden. Ook tourde hij met een band door Europa, maar uiteindelijk zou hij vooral muziek in opdracht maken.
‘Ik speelde veel jazz, het Great American Songbook kende ik uit m’n hoofd. Ik leerde het hele wereldrepertoire spelen. Argentijnen vroegen een tango, Oostenrijkers een wals. Dat is een geweldige basis. En op het conservatorium heb ik natuurlijk harmonieleer en dergelijke gehad. Ik kan elk kutliedje als barok spelen, dat is gewoon een bepaalde harmonische ligging. Het is bij componeren, denk ik, net als bij romans, dat je al je bagage meeneemt in je schrijven. Ik heb me ook altijd dienend opgesteld. ‘Wil jij het liever zus of zo hebben? Nou, dan speel ik het zo.’’
Wie zijn oeuvre bekijkt, ziet een zeldzaam veelzijdig muzikaal talent. Hij componeerde filmmuziek (voor films van Theo van Gogh en voor Wim Verstappens De zwarte ruiter), maar hij schreef ook levensliederen (voor Johnny Jordaan bijvoorbeeld O Sjaan geef mij de levertraan eens aan en voor Tante Leen Kerstfeest in de Jordaan). Ook voor carnavalskrakers voelde hij zich niet te min: met De Butlers schnabbelde hij door het hele land na de hit De Chinees doet veel meer met vlees.
Zit er eigenlijk een rode draad in zijn carrière? ‘Ik heb altijd maar wat aangerommeld’, zegt hij. ‘Ik zei ook altijd tegen Tineke: mij overkomt altijd wat. Er is altijd weer een telefoontje van iemand die ik niet ken.
‘Sommige mensen halen vreugde uit het terugkijken, maar dat heb ik niet. Ik heb met zoveel getalenteerdere muzikanten gewerkt – die kregen het gewoon cadeau. Het is ook gewoon je vak, natuurlijk.’
De grootste klapper maakte Van Mechelen met Tol Hansse, die hij nog van het conservatorium kende. Ze schreven in 1977 de hit Big City (You’re So Pretty), waarvan een half miljoen lp’s werden verkocht. ‘Van dat nummer heb ik m’n eerste huis kunnen kopen’, aldus Van Mechelen.
Begin jaren zeventig werd Van Mechelen gevraagd met Wim T. Schippers te werken. Die stond als ‘lastig’ bekend, met een arrangeur als Tonny Eijk kreeg hij bonje. Van Mechelen zou vrijwel alle muziek voor Schippers’ programma’s maken: jingles, liedjes en deuntjes voor De Fred Haché Show, Barend Servet en Sjef van Oekel (Zuurkool met verse jus) en Ronflonflon. Hij kreeg daarin ook zelf enige bekendheid in de rol van pianostemmer Jan Vos.
Schippers leende zijn stem ook aan de Nederlandse versie van Sesamstraatpop Ernie. Van Mechelen werd de componist voor de Nederlandse Bert & Ernie-platen die volgden. Generaties groeiden op met nummers als Maak er wat van, Geen ruzie in de auto en Ik ben een kerstbal.
Hoe zagen die sessies eruit? ‘Het was al bijzonder dat we die platen mochten maken, want vanuit de Jim Henson Company (het bedrijf achter Sesamstraat, red.) waren ze enorm beschermend. Er is nog iemand uit Amerika hier geweest voor de toestemming, maar uiteindelijk kregen we de vrije hand. Zoals wij dat met z’n drieën deden, was uniek. We zaten in mijn studio bij elkaar om eraan te werken. Het was nooit gelukt als zij teksten hadden aangeleverd van: dit is ons gesprek en maak jij vast de muziek, dan komen we het opnemen.
‘Ik was een van de eersten die in een kleine studio meerdere sporen had. Soms zetten we de taperecorder aan en improviseerden zij een gesprekje. En als er nog alleen een refreintje was, ging ik vast een melodie verzinnen terwijl zij nog een coupletje schreven. Het ging zonder onvertogen woord. Ik heb alle instrumenten ingespeeld, van piano en sax, tot drums en de bas. Behalve de trompet, die deed Wim. Misschien werkte het daarom zo goed, dat je hoort dat het zo ontspannen gemaakt is.
‘We hebben nooit gedacht: we maken iets voor kinderen. Veel teksten zijn ook helemaal niet leeftijdsgevoelig, of dat je gestudeerd moet hebben voordat je ze begrijpt. Daar zijn Wim en Paul groots in, vind ik.’
Tijdens het interview, dat deels achter de piano plaatsvindt, imiteert Van Mechelen probleemloos de stijlen van verschillende jazzpianisten, of speelt hij voor de vuist weg een tango of walsje. Maar gevraagd naar bijvoorbeeld het Bert & Ernie-nummer Vrolijk kerstfeest (waarop Van Mechelen zelf te horen is, voor hem werd het personage ‘Oom Rudolf’ bedacht) heeft hij geen idee hoe dat te spelen.
‘Ik moet dan echt eerst luisteren hoe het in elkaar zit. Een aantal jaar geleden heb ik nog een tourtje gemaakt met muziek van Tol Hansse, dat moest ik ook echt weer even instuderen.’
Vraag hem naar zijn oeuvre, en van Mechelen antwoordt steevast relativerend: hij lijkt zijn werk niet al te hoog aan te slaan. ‘Kijk, ik ben een handige pianist, maar Wim: dat is een kunstenaar. Ik heb in mijn carrière best veel dingen gemaakt waarvan ik dacht: ‘Had mij er nou wat meer aan laten werken, dan had het net effe wat lekkerder gelopen.’ Soms was het ook gewoon werk.
‘Bij de Alles is Anders Show, met Aad van den Heuvel (eind jaren zeventig, red.), deed ik de muziek. Dan waren er altijd mensen die het net iets anders wilden, en die hadden wel in de gaten dat het mij echt niet interesseerde. ‘Zeg me gewoon hoe je het wil hebben.’ Toen zei iemand tegen me: ‘Jij bent niet zo artistiek aangelegd, hè, om al die emoties te voelen?’ Ik kan heus wel een potje janken. Sinds m’n vrouw is overleden, ga ik elke avond jankend naar bed, maar in mijn vak had ik dat nooit.’
Zijn werk lag sinds het overlijden bijna stil. Hij begeleidde alleen een koor in Amsterdam-Noord. ‘M’n vrouw zei: hoe dit ook afloopt, ik wil dat je dat blijft doen.’ Zijn geliefde saxofoon bleef vijf maanden in de koffer nadat hij bij haar afscheid een speciaal voor haar geschreven nummer had gespeeld.
Maar deze week trad Van Mechelen voor het eerst weer op – bij een kerstborrel, na aandringen van vrienden. Ook staan er weer opnames gepland in de studio in zijn souterrain; Van Mechelen doet zelfs nog eigenhandig de video-editing. En met kerst gaat hij de schilderijen filmen van Tineke.
‘Misschien een beetje romantisch, maar die wil ik allemaal even mooi op een zwarte ondergrond filmen en in elkaar laten overvloeien. En er dan muziek onder zetten. Gelukkig is mijn dochter ook vrij met de kerst om me te helpen.’
Source: Volkskrant