Voortdurend worden er vijandbeelden de samenleving ingepompt, met name door politici, waardoor het lijkt of we tegen elkaar uitgespeeld worden.
Spreek niet over politiek tijdens het kerstdiner. Dat was vorig jaar de noodoplossing voor de helft van de ondervraagden in een peiling van EenVandaag. De tijden zijn er te gepolariseerd voor – voor je het weet mondt het diner uit in een X-fittie. De verkiezingswinst van de PVV lag toen vers in het geheugen. Net als de aanslagen van 7 oktober en het begin van de oorlog in Gaza.
Dit jaar zal het niet veel beter zijn. Er hoeft maar één oom het woord Maccabi te laten vallen en er ontstaat een ontsporende discussie over wel/niet een pogrom, wel/niet terrorisme, wel/niet een integratieprobleem en wel/niet genocide.
Meer dan ooit lijken we uit elkaar gerukt te worden. Geharnaste populisten hebben daar baat bij, van hen kun je haast niet anders verwachten – ressentiment is de motor van hun succes. Maar je zou hopen dat gematigde politici hun verantwoordelijkheid nemen en het gewoel temperen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Helaas. Terwijl een veenbrand woedt in de samenleving, met tal van ‘smeulende kwesties’ (dixit Kim Putters), hanteren politici van bijvoorbeeld VVD, partijleider Yesilgöz voorop, geen blusdekens en emmertjes water, maar flessen spiritus. Van vrijwel elke kwestie – Oekraïne, Gaza, migratie, klimaat – wordt een cultuurstrijd gemaakt waarbij de inzet vooral het afzetten tegen anderen is.
Zo worden er voortdurend vijandbeelden de samenleving ingepompt. Asielzoekers die huizen inpikken, neerkijkende hoogopgeleiden, klimaattuig, straatterroristen, transgenders die vrouwen lastigvallen, antisemitische moslims, domrechts, elitair-links, wappies en wokies – de taal die we bezigen om het over elkaar te hebben is weinig flatteus. En ja, ook media zijn daar verantwoordelijk voor.
Het is daarom cruciaal om te blijven benadrukken dat het vooral lijkt alsof we uit elkaar gerukt worden. De polarisatie groeit niet, hoe erg dat ook in tegenspraak lijkt met de werkelijkheid die tot ons komt via sociale media. Dat bleek onlangs (weer) uit een groot onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).
Het vertrouwen in elkaar is in Nederland relatief hoog en zelfs in instituties hebben we best veel vertrouwen, alleen in de Tweede Kamer niet. Nog zo’n conclusie die niet strookt met de politieke wind: diversiteit naar migratieachtergrond kan het samenleven onder druk zetten, maar doet dat lang niet altijd.
Het SCP kwam ook met een aantal opmerkelijke adviezen gericht aan politici en beleidsmakers, zoals: geef als overheid het voorbeeld voor een inclusieve omgang met elkaar, waarin discriminatie en uitsluiting uit den boze zijn. Nog zo één: beleid zou zich niet moeten richten op wat mensen van elkaar onderscheidt, maar op wat ze bindt.
De ironie wilde dat het onderzoek werd gepubliceerd in de week dat de VVD druk was met een motie om peilingen te laten uitvoeren die de normen en waarden van migrantengroepen in kaart moesten brengen om zo het ‘integratiedebat’ beter te kunnen voeren. Eens kijken hoe antisemitisch die moslims nu écht zijn. En dan?
Zolang we niet op politici kunnen vertrouwen om het verstandige te doen of zeggen, moeten we dus onszelf en anderen er maar aan blijven herinneren: we hebben het best met elkaar getroffen en hoeven ons niet tegen elkaar uit te laten spelen. Wie de ander te goeder trouw benadert, kan ook veel makkelijker van mening verschillen, bijvoorbeeld tijdens de kerstdis.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant