Zonder duidelijke keuzes zal ook een grote groep boeren die altijd netjes het beleid gevolgd hebben, over de kop gaan. Er is een langetermijnbeleid nodig voor de duurzame transitie, met oog voor hun positie.
Politiek van links tot rechts, vertegenwoordigers binnen de sector, boeren zelf en ook burgers; iedereen is het erover eens: we moeten toe naar een duurzame land- en tuinbouw en dat betekent behoorlijke veranderingen. Toch komt beleid hiervoor niet van de grond.
Boeren zijn onmisbaar bij het halen van milieu- en klimaatdoelen: de sector veroorzaakt biodiversiteitsverlies, draagt bij aan broeikasgastuitstoot, verlies aan bodem-, water-, lucht- en natuurkwaliteit, terwijl de effecten hiervan boerenbedrijven kwetsbaar maken in hun bedrijfsvoering. Zo hebben we door klimaatverandering structureel meer droge en nattere periodes en dit wordt alleen maar erger. Maar denk ook aan het verlies van bestuivers of bodemleven dat de productie van gewassen aantast.
Tegelijkertijd zijn boeren belangrijk voor het beheer van natuur, bodem en water, dat een belangrijke rol speelt in de strijd tegen klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. In de toekomst blijven ze ook belangrijk voor voedselvoorziening, sociale samenhang en werkgelegenheid op het platteland.
Over de auteur
Jan Willem Erisman is voorzitter van de Wetenschappelijke Klimaatraad en hoogleraar Milieu en Duurzaamheid aan de Universiteit Leiden.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Om boeren een toekomst te bieden is perspectief nodig. En dat moet breed worden opgevat: dat gaat niet alleen om financieel-economische vooruitzichten maar óók om concrete doelen om naar toe te werken en consistent beleid, erkenning en waardering voor hun rol en positie, ondersteuning bij omschakelen naar duurzame bedrijfsvoering en stimuleren van een goede afzetmarkt voor duurzame producten.
Deze boodschappen zijn te lezen in een aantal recent verschenen rapporten. Neem de Strategic Dialogue on Agriculture and Food, het advies aan de Europese Commissie dat zal dienen als input voor het EU landbouw- en voedselbeleid, waarin geconcludeerd wordt dat ‘business as usual’ in de landbouw niet door kan gaan. Of het rapport van het Nationaal Klimaat Platform (NKP) Een duurzame basis voor bestaanszekerheid van boeren en tuinders, dat bestaanszekerheid van de boer vooropzet. En het advies Boeren in een veranderend klimaat van de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR), dat uitgaat van het brede perspectief voor boeren en het herstel van vertrouwen.
Tijdens een debatavond die woensdag 11 december georganiseerd werd door Food Hub en het NKP, werd duidelijk dat er een gemeenschappelijk beeld bestaat over wat er moet gebeuren om de landbouw in Nederland toekomstperspectief te bieden.
Neem als vertrekpunt de brede consensus over de toekomst waarin gezond, betaalbaar voedsel wordt geproduceerd met een goed inkomen voor de boer en zeer beperkte en behapbare milieu- en klimaatbelasting. Om daar te komen zal de boer perspectief en bestaanszekerheid moeten hebben: dat gaat over duidelijkheid voor de lange termijn en consistent beleid, waardering voor rol, eigen regie en ruimte voor ondernemerschap binnen kaders.
De kaders zijn ruimtelijk en gekoppeld aan gezonde leefomgeving: wat kan waar binnen milieu- en klimaatdoelen geproduceerd worden? Maak dat duidelijk en voer consistent beleid. Begin met het herstel van vertrouwen door de boeren zelf binnen doelsturing met plannen te laten komen. Zorg dat de ketenpartijen zich sterk gaan maken voor het creëren van een afzetmarkt voor duurzame producten. Tot slot, stimuleer de ontwikkelingen van onderop: samenwerking tussen boeren en boeren en consumenten en verschillende nieuwe vormen van duurzame landbouw.
Wat is hiervoor nodig? Allereerst moeten er keuzes gemaakt over gebiedsdoelen tussen nu en 2050 waar stapsgewijs naar toegewerkt kan worden. Deze keuzes moeten ook consequent in beleid worden doorgevoerd zodat er voldoende duidelijkheid is voor de ondernemers. Ten tweede moet herstel van vertrouwen de hoogste prioriteit krijgen.
En ten derde moeten boeren hulp krijgen bij de omschakeling naar duurzame bedrijfsvoering. Uitkopen moet alleen aan de orde zijn als het echt niet meer past om verder te boeren. Sinds de stikstofcrisis uitbrak is er nog geen minister geweest die dat aangedurfd heeft. Als deze keuzes er niet komen, zal een grote groep boeren die altijd netjes het beleid gevolgd hebben over de kop gaan: zij kunnen niet uitbreiden, niet investeren, krijgen geen lening en kunnen de kosten niet meer dekken met de huidige marktprijzen.
Alle aandacht gaat nu naar de korte termijn: de problemen met stikstof en mest. Natuurlijk moeten die snel worden opgelost om verder te komen. Maar de focus hierop en op juridische processen doet de lange termijn uit het oog verliezen. Langetermijnbeleid betekent óók oplossingen voor de korte termijn.
Kijk bijvoorbeeld naar de problemen met netcongestie: als we in de energietransitie verder vooruit hadden gekeken, dan waren de problemen rond de drukte op het elektriciteitsnet eerder in het oog gesprongen en hadden we de problemen kunnen vermijden. Landbouw is per definitie lange termijn, die kan niet van de ene op de andere dag veranderen. Doelen en duidelijkheid voor de lange termijn doen recht aan het karakter van de landbouw.
Stevige regie vanuit de Rijksoverheid is nodig, want zonder perspectief voor boeren komen klimaat- en milieudoelen niet dichterbij. Het landschap en het boerenondernemerschap zullen verder verschralen. Een minister die het aandurft deze keuzes te maken staat pas echt voor het belang van de boeren.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant