Home

Een controversieel plan B voor het bedreigde koraal: zelf ‘superkoraal’ kweken

Koraalriffen zijn bijna overal bedreigd. Wetenschappers in Wageningen werken daarom aan ‘superkoralen’, terwijl bij Curaçao al gekweekt koraal wordt geplaatst. Daar is ook stevige kritiek op.

‘Dit zijn ze dan’, zegt Ronald Osinga, staand onder een tl-buis. Naast de koraalonderzoeker: twee grote glazen stellages, gevuld met koraaltjes, in een vierkant opgesteld. Op de achtergrond brommen filterinstallaties die het water schoonhouden. Osinga wijst naar een op het eerste gezicht leeg reageerbuisje. Wie zijn oog tegen het glas drukt, ziet kleine bolletjes zwemmen. ‘Koraallarven.’

Drie generaties koraaldieren gingen de larven voor, door op te groeien onder de hoede van Osinga en zijn team. Hun geboorteplaats, een soort betonnen bungalow, staat aan de rand van de polder in Gelderland. Onder de vlag van de Wageningen Universiteit bevinden zich daar, naast ruimtes waarin vissen worden gekweekt, twee koraallabs.

Het team begon ooit met het kweken van koraal voor dierentuinen. Inmiddels zijn ze ambitieuzer en onderzoeken ze welke koralen het best bestand zijn tegen klimaatverandering. Die koralen vormen de ouders van de volgende generatie. Hun nazaten – extra weerbare ‘superkoralen’, zoals Osinga ze noemt – willen de onderzoekers uiteindelijk in groten getale in zee plaatsen, om er beschadigde riffen mee te herstellen.

Kapotte riffen zijn op veel plekken te vinden. De aanhoudende temperatuurstijging van zeewater bedreigt zo goed als alle koraalriffen in de wereld. In het Australische Great Barrier Reef vond dit jaar de grootste verbleking in de geschiedenis plaats. 43 procent van het rif werd blootgesteld aan extreme hitte. Ook in 1998, 2002, 2016 en 2020 verbleekte het rif aan de oostkust van het land op grote schaal.

De Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) sloeg afgelopen april alarm: sinds begin 2023 zijn wereldwijd 53 riffen grotendeels verbleekt. Herstel is mogelijk, maar als hittegolven elkaar te snel opvolgen sterft het koraal, waardoor ook een groot deel van het andere zeeleven uit het rif vertrekt.

‘Afgelopen jaar was een ramp. Eigenlijk zijn koraalriffen de eerste ecosystemen waarbij de gevolgen van klimaatverandering zichtbaar zijn’, zegt Osinga. ‘Het liefst stop je de opwarming van de aarde. Maar weet dat maar eens voor elkaar te krijgen.’ Om het voortbestaan van koraal te garanderen werken de Wageningse onderzoekers daarom aan een plan B.

‘In het ene lab onderzoeken we hoe koralen reageren op stijgende watertemperaturen en welke factoren bij verbleking een rol spelen.’ In het tweede, grotere lab vindt de kweek plaats. De wetenschappers volgen daar de hele levenscyclus. Osinga vertelt: ‘De soort die we gebruiken wordt relatief snel volwassen en dus vruchtbaar. In Wageningen hebben we de middelen om dit soort onderzoek te doen.’

Rifrestauratieteam

Op Curaçao, waar de ouders van de Wageningse koralen vandaan komen, brengen andere koraalwetenschappers een soortgelijke kweekmethode al meer dan twintig jaar in de praktijk. Een van hen is Kelly Latijnhouwers, die deel uitmaakt van een rifrestauratieteam. ‘’s Nachts plaatsen we speciale netten over de koralen, om sperma- en eicellen op te vangen. In ons lab bevruchten die elkaar. De larven die dan geboren worden, hechten zich aan tegeltjes, die we vervolgens terug in het rif plaatsen’, zegt ze over de telefoon.

Ondanks hun inzet is het voor de Curaçaose onderzoekers soms lastig om positief te blijven. Zo ook in rampjaar 2023, toen aanhoudende hitte in combinatie met een heersende koraalziekte ook in de Caribische Zee een groot deel van de riffen verwoestte.

Net toen de moedeloosheid bij het team de overhand begon te krijgen, kwam bericht uit Mexico. Daar hadden collega-wetenschappers iets bijzonders waargenomen: geplante babykoralen, ooit met dezelfde methode gekweekt, leken de hittegolf beter te hebben doorstaan dan hun volwassen soortgenoten.

Latijnhouwers en haar collega’s deden hun duikuitrusting aan en sprongen het water in. En inderdaad: ‘Ook onze jonge koralen deden het beter dan de volwassen populatie.’ Een vergelijking met waarnemingen van collega’s op andere plekken in het Caribisch gebied resulteerde in een publicatie in wetenschappelijk vakblad Plos One en trok internationale media-aandacht.

Belangrijkste claim: de overlevingsgraad van de (met de voortplantingstechniek gekweekte) jonge koralen was 90 procent, ten opzichte van 25 procent bij volwassen koralen. ‘Dit geeft wel een sprankje hoop dat de jonge koralen een nieuwe generatie kunnen zijn voor de koraalriffen’, voorspelt Latijnhouwers voorzichtig.

Bedreigde diersoorten

Niet alle deskundigen zijn zo positief. Erik Meesters, die zich als ecoloog aan de Wageningen Universiteit verdiept in koralen, maar niet aan het kweeklab van Osinga verbonden is, heeft veel op het onderzoek aan te merken. ‘De onderzoekers vergelijken koralen op verschillende plekken in verschillende omstandigheden met elkaar en gooien dat allemaal op een hoop. Dat is appels met peren vergelijken.’

Meesters is sceptisch over positieve berichtgeving rondom koraal. ‘Ik snap dat mensen goed nieuws willen horen. Maar met het tempo waarin de koraalstand achteruitgaat, is dit echt een druppel op een gloeiende plaat.’

Er is nog nooit een volledig rif hersteld door het terugplaatsen van koraal, zegt hij. ‘Over het algemeen zijn dit soort initiatieven heel kleinschalig. De meeste koralen groeien niet meer dan een centimeter per jaar. Met sommige snelgroeiende soorten zijn wel successen geboekt, maar daarmee krijg je de biodiversiteit van een rif niet terug. Dat is wensdenken.’

De behaalde successen vergelijkt Meesters met het houden van bedreigde diersoorten in dierentuinen. ‘Die leven daar zodat de soorten niet uitsterven. Dat betekent niet dat er een heel oerwoud wordt gered.’

Ook collega-wetenschappers waarschuwen voor optimisme. In vakblad Nature noemden onderzoekers koraalrestauratie een speculatieve tak van de wetenschap, waarvan niet bewezen is dat het op lange termijn ecosystemen kan herstellen. Bovendien, zeggen ze, leidt het af van de enige echte redding voor het zeeleven: de CO2-uitstoot terugdringen.

Op de plank

Laboratoriumkweker Ronald Osinga knikt als hij de kritiek op koraalrestauratie hoort. ‘Ik snap de critici wel. Sommige mensen denken inderdaad: ach, de wetenschap lost het wel weer op. Maar veel koraalriffen zitten op een omslagpunt. Als we niks doen, gaan er riffen verloren. Dan moet je wat op de plank hebben liggen.’

Voor het vullen van die spreekwoordelijke plank bestaan volgens Osinga grootse plannen. Hij vertelt hoe The Branch Coral Foundation, een stichting voor ‘behoud en restauratie van koraal’, van plan is een Ark van Noach voor koralen te bouwen. ‘Zij gaan een grote voorraad aanleggen. Als het over vijftig jaar nodig is, kan die worden teruggeplaatst.’

Navraag bij de stichting wijst uit dat er inderdaad plannen liggen voor grootschalige koralenopslag, maar dat die voorlopig nog niet concreet zijn. Wel zijn ze volgens oprichter Max van Aalst bezig met het opzetten van een lab in Breda, waarin ze koraalkweek proberen te automatiseren.

In principe ziet Meesters wel een plek voor dit soort initiatieven. ‘Als koraalsoorten in het wild uitsterven, is het goed om die soorten in gevangenschap in leven te houden’, stelt hij. ‘Een hoop mensen doen ontzettend hun best om het verschil te maken. Dat kan ik alleen maar toejuichen.'

Het probleem is de manier waarop de buitenwereld daarmee omgaat. ‘Ik ben weleens door de redactie van een tv-programma gebeld. Die zeiden: wij willen graag een aflevering over koraal maken, maar het moet wel een beetje leuk zijn.’ Ook financiers van onderzoek stellen volgens Meesters dit soort eisen. ‘Ze geven hun geld graag uit aan onderzoeken naar leuke oplossingen. Maar we weten dat we gewoon door de zure appel heen moeten bijten en minder CO2 moeten gaan uitstoten. Daar is geen onderzoek voor nodig.’

Vanuit Curaçao onderstreept Latijnhouwers dat doel. ‘Natuurlijk is koraalkweek niet dé oplossing. Uiteindelijk is het symptoombestrijding. Klimaatverandering, overbevissing, overbebouwing en vervuiling moeten allemaal worden tegengehouden.’ Plichtsgetrouw gaat ze toch weer het water in. ‘Volgende week plant een bepaalde soort zich voort, we gaan zo de boot op om ernaar op zoek te gaan. Dat is door verbleking en ziekte een stuk moeilijker geworden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next