Home

Supermarkten zijn nodig voor de toekomst van de volksgezondheid én de landbouw

Na roken, schrijft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in een deze week gepubliceerd advies aan zorgminister Agema, is ‘ongezond eten de belangrijkste vermijdbare oorzaak van sterfte en verloren gezonde levensjaren’. Het huidige beleid werpt onvoldoende vruchten af. Het is daarom tijd voor een nieuw idee: supermarkten moeten gaan helpen Nederland gezonder te laten eten.

Hiermee, zullen we straks zien, hebben we een tweede ingrediënt te pakken voor een plan voor de toekomst van de landbouw. Het eerste ingrediënt bestaat uit het belasten van negatieve externe effecten van de landbouwproductie, zoals CO2-uitstoot door boerende koeien, stikstofdepositie en het gebruik van bestrijdingsmiddelen (zie de Knikker van 7 december). Hiermee zitten we aan de aanbodkant van de landbouweconomie.

Supermarkten zijn de cruciale schakel tussen producenten van voeding en voedingsmiddelen en de hongerige consument. Ze zijn met weinig. Zes ketens hebben in Nederland samen een marktaandeel van 97 procent, schrijft de Raad. De ketens hebben inkoopmacht aan de producentenkant via langlopende contracten waarin tot in detail is voorgeschreven wat en hoe geproduceerd moet worden, aan groente, vlees, eieren, vis et cetera. En ze hebben beïnvloedingsmacht op de verkoopmarkt omdat wij consumenten ons nu eenmaal mede laten sturen door de prijs, de plek in de supermarkt, en reclame.

De Raad wil deze spilfunctie van supermarkten gebruiken ten behoeve van de volksgezondheid. Dat is hard nodig, schrijft de Raad in felle bewoordingen: ‘De huidige voedselconsumptie bedreigt de volksgezondheid.’ En: ‘Het ongezonde voedselaanbod is overweldigend en onweerstaanbaar.’ Niet alleen daar natuurlijk, maar óók en vooral in de supermarkt. Bijna 80 procent van het voedsel dat in de supermarkt te koop is, valt buiten de richtlijnen voor gezonde voeding van het Voedingscentrum, de zogeheten schijf van vijf.

Het huidige ‘preventiebeleid’, zoals dat heet, zet te weinig zoden aan de dijk, vindt de Raad. Er worden chique ‘preventieakkoorden’ ondertekend door de overheid en allerlei marktpartijen. Hierin worden ‘bindende afspraken’ opgeschreven. Alleen zijn er nooit sancties verbonden aan het schenden van die afspraken. De doelen van het Nationaal Preventieakkoord om de stijging in overgewicht om te buigen in een daling worden dan ook niet gehaald. Het moet anders.

De verkoop van ongezonde voeding, is de wat economischer beschrijving van de analyse, heeft een negatief extern effect op de volksgezondheid. De Raad stelt daarom voor supermarkten financieel te belonen voor het verkopen van gezonde, en juist financieel te straffen voor het verkopen van ongezonde voeding. Op deze manier gaat het gezondheidseffect van de consumptie van voedsel een rol spelen in het inkoop- en verkoopgedrag van supermarktketens. Het externe effect wordt geïnternaliseerd, noemen economen dat.

Maar gezonde voeding is toch niet hetzelfde als gezonde landbouw? Nee! Maar in beide gevallen gaat het om het internaliseren van externe effecten. En in het bonus-malussysteem voor supermarkten kan en moet je rekening houden met beide. De supermarktbonus is (alleen) voor voeding die gezond is voor het land én gezond is voor de kauwende mens. En de malus kan zowel betrekking hebben op de ongezondheid voor de mens als die van het land. De uitwerking van zo’n idee, zagen we op deze plek al eerder (Knikker van 6 april), is geen kattenpis. De Raad stelt voor een commissie te benoemen die een en ander moet uitwerken. ‘Niets doen is geen optie’, schrijft de Raad. Zo is dat.

Frank Kalshoven is econoom en publicist. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. E-mail: frank@frankkalshoven.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next