Home

Appy Sluijs - overstromingen Valencia

Valencia werd in oktober totaal verrast door de overstromingen die meer dan tweehonderd mensen het leven kostten. Maar diep onder de grond werd jaren geleden al bewijs gevonden dat dit zou kunnen gebeuren, zegt hoogleraar Appy Sluijs in een eindejaarsinterview met NU.nl.

Wat nu Spanje is, was tussen 56 tot 66 miljoen jaar geleden vooral bos. De dinosauriërs (en drie kwart van alle andere planten en dieren) waren net uitgestorven, de mens was er nog lang niet. En dan gebeurt er iets geks: de hoeveelheid broeikasgassen in de lucht gaat plotseling in ongekend tempo omhoog, waardoor het wereldwijd gemiddeld 5 graden warmer wordt over een periode van minder dan tienduizend jaar.

Het is een van de snelste klimaatopwarmingen in de geschiedenis van de aarde. Fossiele resten laten zien wat er vervolgens gebeurt: het wereldwijde klimaatsysteem wordt volledig overhoop gehaald. "Alles is veranderd", zegt Sluijs, paleoceanograaf aan de Universiteit Utrecht. "Oceaanstromingen zijn veranderd, regenvalpatronen zijn veranderd, het leven op elke plek is anders."

De onderzoeker laat een satellietfoto zien van de overstromingen in Valencia, afgelopen herfst. Vanuit de lucht is goed te zien dat een gigantische modderstroom uit de bergen is weggespoeld naar zee, die alles op zijn pad overhoop woelde. Door fossiele resten weten we dat het Spaanse bos 56 miljoen jaar geleden op dezelfde manier omver is geknikkerd.

"Je ziet in de bodem eigenlijk iets wat lijkt op de afzettingen die je in de straten van Valencia hebt gezien", vertelt Sluijs. "Een gesteente dat bestaat uit klei en zand, helemaal door elkaar gewoeld, met daarin hele grote stenen. Die zijn vervoerd door rivieren en gedumpt op momenten dat er extreem veel regenval was."

Modderstroom Valencia op satellietfoto NASA

De Utrechtse onderzoeker gebruikt sedimenten en stuifmeel in oceaanbodems om te onderzoeken hoe het klimaat er vroeger uitzag. Daaruit blijkt dat Spanje tijdens de plotselinge opwarming veranderde in een woestijn, waar nauwelijks nog iets groeide. 200.000 jaar lang was het meestal kurkdroog. Maar ongeveer jaarlijks viel er ineens een enorme bak regen, die niet in de harde grond kon zakken en dus kolkende rivieren vormde.

Het laat zien wat er kan gebeuren als het klimaat op aarde snel verandert, zoals in de periode die in wetenschappelijk jargon het Paleocene-Eocene Thermal Maximum (PETM) wordt genoemd. Het experiment dat de mensheid nu uitvoert met de aarde, door op gigantische schaal fossiele brandstoffen te verbranden en jaarlijks tientallen miljarden tonnen CO2 de lucht in te brengen, is nóg extremer.

"De klimaatverandering in het PETM ging ongeveer tien keer zo langzaam als wat wij nu doen", zegt Sluijs. In de afgelopen eeuw is de aarde ruim 1 graad opgewarmd, en we stevenen af op bijna 3 graden in 2100.

Door het verre verleden te onderzoeken, en dan met name het PETM, hoopt Sluijs erachter te komen wat ons in de toekomst nog te wachten kan staan. "Mijn lijfspreuk is: het grootste voordeel van het verleden is dat het al is gebeurd", zegt hij. "Dus je kan zien hoe het systeem toen reageerde, maar ook hoe het zich weer herstelde en hoelang dat duurde. Dat levert een heel ander perspectief op dan we krijgen uit klimaatmodellen."

Mogelijk kan het verleden ons ook iets leren over de onverwachte kettingreacties die ervoor kunnen zorgen dat klimaatverandering versnelt. De exacte oorzaak van de snelle opwarming van 56 miljoen jaar geleden is niet bekend, maar volgens Sluijs waren er toen vermoedelijk meerdere factoren die elkaar versterkten.

Met een grote groep wetenschappers gaat hij de komende tien jaar dat soort effecten bestuderen. "Neem bijvoorbeeld het smelten van de permafrost. Daar zit veel koolstof in opgeslagen, en op het moment dat dat smelt, kan dat als broeikasgas vrijkomen. Dat soort feedbacks, er zijn er legio van op aarde, worden nog niet meegenomen in de toekomstprojecties. Omdat we er gewoon nog niet genoeg van afweten."

Het is niet zo dat we álles te weten kunnen komen over de toekomst door naar het verleden te kijken, zegt Sluijs. De klimaatopwarming van 56 miljoen jaar geleden was in sommige opzichten heel anders. Toen deze periode begon, was het al ruim 10 graden warmer dan nu. IJskappen waren er helemaal niet, er groeiden zelfs palmbomen op de Noordpool. Wat later Nederland zou worden, lag nog onder water.

Voor de aarde is de huidige klimaatopwarming dus niet zo vreemd; het is eerder een terugkeer naar een meer 'gebruikelijke' temperatuur. Maar al sinds de voorouders van de moderne mens op twee benen gingen lopen, zijn wij aanzienlijk koudere omstandigheden gewend. Voor ons is klimaatverandering dus wél een bedreiging.

"CO2 is niet giftig, dus we gaan niet dood als het warmer wordt. Maar we gaan hier wel last van hebben", zegt Sluijs. Daarbij maakt vooral uit hoe ver we de temperatuur nog laten oplopen. "Want het verschil tussen 1, 2, 3 of 4 graden opwarming is echt substantieel." Hoe groter de opwarming, hoe erger de weersextremen, en hoe moeilijker het wordt om ons aan te passen.

De overstromingen in Valencia - en drie jaar eerder in Valkenburg - laten zien wat er gebeurt bij ongeveer 1,3 graden opwarming. Fossielen in de oceaanbodem waarschuwen ons voor wat er daarna nog kan volgen.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next