Het Stedelijk Museum Breda biedt een ‘zintuiglijke dwaalroute’ aan en het Museum van de Geest in Haarlem heeft een ruimte ingericht om te ademen. Gemene deler: aandacht voor de binnenwereld van de bezoeker, u dus. Hoe loopt u eigenlijk door een museum?
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over kunstpolitiek en subsidiebeleid en andere ontwikkelingen op het snijvlak van cultuur en samenleving.
Tekst en uitleg horen net zo bij een museumzaal als de spotjes aan het plafond: ze wijzen bezoekers de weg. De maker van de tentoonstelling Soulmates kan in die zin op zeker drie manieren context geven aan de vier meisjesportretten die in de kelderzaal van het Stedelijk Museum Breda hangen. De toelichting kan gaan over de fotograaf, over de sociaal-maatschappelijke betekenis van haar foto’s of over de gedreven verzamelaar die de kleurenclose-ups in bezit heeft.
Maar het museum deed nog iets anders: het vroeg filosoof en choreograaf Annemijn Rijk een ‘zintuiglijke dwaalroute’ te maken. Zij gooit het over een andere boeg: ze haalt informatie weg. ‘Laat je niet afleiden door tekst’, zegt ze aan het begin van Wander/Wonder, zoals haar 40 minuten durende ‘audiobeleving’ is getiteld. ‘Het is heel logisch dat je ogen zoeken naar uitleg, maar de route die wij volgen focust zich op de zintuiglijke waarneming, intuïtie en ontspanning.’
Het Stedelijk in Breda is daarmee een van de musea die experimenteren met manieren om bezoekers meer mindful naar kunst te laten kijken. Het draait er daarbij niet om bezoekers meer te leren over de geschiedenis of technieken van de kunstenaar, maar om ze meer aandacht te laten krijgen voor wat een kunstwerk op dat moment bij hen teweegbrengt. Kijken met achtzaamheid, niet met kennis.
‘In plaats van resultaatgericht denken, waarbij je gericht op zoek gaat naar betekenis, kaders en definities, is dit een uitnodiging om nieuwe ingevingen tot je te laten komen’, spreekt Rijk de bezoekers via een koptelefoon toe. ‘De instructies zijn misschien ongebruikelijk, maar niet ingewikkeld. Iedereen met een lichaam kan deze route afleggen.’
De kijkexperimenten lopen uiteen. De route Wander/Wonder in Breda is bijna een kunstwerk op zich, net als de dialogen die schrijver Désanne van Brederode componeerde bij zes schilderijen uit de tentoonstelling Zoeken naar zingeving in het Kröller-Müller Museum op de Hoge Veluwe (zie onderaan). De ruimte Room to Breath die het Museum van de Geest in Haarlem heeft ingericht, sluit dichter aan op de meditatieprincipes van een mindfulnesstraining, net als de audiotour Kijken met andere ogen die het Kunstmuseum in Den Haag aanbiedt. De kerst- en nieuwjaarstijd, waarin traditioneel de nadruk ligt op bezinning, is er als het ware voor gemaakt.
Wat alle experimenten gemeen hebben is aandacht voor de binnenwereld van de bezoeker – van u dus. Hoe loopt u eigenlijk door een museum? Grasduint u, zoals in een warenhuis, of is het meer een wandelingetje door het park? Als u naar de vormen en kleuren op een schilderij kijkt, merkt u dan ook op dat uw voeten op de grond staan, het bloed door uw aderen ruist? Heeft u in de gaten dat u op dat moment ook ademt?
De vier meisjesportretten die in de kelderzaal van het Stedelijk Museum Breda hangen zijn eind jaren negentig gemaakt door Céline van Balen. De fotograaf maakte indertijd furore met portretten van mensen die werden buitengesloten, zoals deze moslimmeisjes. Ze dragen trots een hoofddoek, een gebruik waarover de maatschappelijke discussie indertijd begon en waarover het laatste woord nog altijd niet is gezegd. De portretten komen uit de fotocollectie van advocaat en verzamelaar Henri Swagemakers, waarvan het Bredase museum deze winter een ruime selectie van tientallen beelden toont.
Maar als Annemijn Rijk u voor de vier meisjesportretten laat stilhouden, weet u dat allemaal niet. Adem in en uit, vraagt ze. Kijk naar één portret terwijl u inademt. Laat daarna bij het uitademen uw ogen naar de witte ruimte tussen de foto’s glijden. Kijk bij de volgende inademing naar de volgende foto. Blijf dit doen – steeds van de ene naar de andere foto – in een tempo dat goed voelt.
Wat er dan in u gebeurt, kunt u alleen zelf ervaren. In haar rustig gesproken teksten zegt Rijk niets over wat de bedoeling is, wat je zou moeten beleven. ‘Kijk luisterend, niet zendend’, had ze even daarvoor aangeraden. Met andere woorden: ‘Je hoeft niet op zoek te gaan naar betekenis, laat die maar op je afkomen.’
Met haar werk betreedt Rijk een plek die zij de grey space noemt, de grijze ruimte. Het is een plek waar de bezoekers het middelpunt zijn, waar zij aandacht hebben voor zichzelf. Hier heersen niet de oude gewoonten van het academische naar kunst kijken in een zaal met witte wanden; en ook niet die van het verdwijnen in de zwarte doos, als de lichten uitgaan voor een film of een podiumvoorstelling.
‘Ik wil een omgeving scheppen als een hedendaagse kathedraal, waarin je wordt teruggeworpen op je menszijn’, zegt ze aan een tafel in het museumcafé. ‘Ik wil een ervaring bieden waarbij je niet naar een andere wereld kunt ontsnappen. Je gaat naar jezelf.’
De musea toveren met de experimenten hun zalen om in oefenruimten voor een meer aandachtige manier van leven. De belangstelling hiervoor valt niet los te zien van de populariteit van meditatieretraites, yogalessen, mindfulness-apps en stiltewandelingen naar het model van Japanse bosbaden. In de kennissamenleving, waarin de tijd met glasvezelsnelheid voorbij lijkt te schieten, hebben veel mensen het gevoel te veel ‘in hun hoofd’ te leven. Ze verlangen naar meer contact met het hier en nu.
In de vele kamers die het Museum van de Geest telt, is er daarom één speciaal ingericht om adem te halen. Dat klinkt misschien gek. Ademhalen gaat immers vanzelf en iedereen doet het de hele dag door. Maar wie staat daarbij stil? In deze eenpersoons zijkamer, Room to Breath gedoopt, is er geen ontkomen aan. Aan de muur hangt Tuin der lusten van Ria Mul, maar om de achtergrond daarvan gaat het niet.
‘Neem de tijd om te landen in de ruimte’, zegt de kalme stem van mindfulnesstrainer Jolien Posthumus via een koptelefoon. ‘Sluit dan je ogen en breng je aandacht bij je ademhaling en volg hoe die nu beweegt.’ Met technieken uit oude meditatietradities laat Posthumus bezoeker ervaren hoe je altijd met je hele lichaam naar kunst kijkt. Eenvoudigweg omdat je altijd je hele lichaam bent. Met het in- en uitademen als teken van leven. Als je je ogen weer opent om te gaan kijken, stopt dat niet.
Al een jaar of zes brengt Posthumus mindfulness naar de museumzaal, naast haar werk bij een psychologiepraktijk. Ze vond onder meer gehoor bij Museum De Lakenhal in Leiden, het Museum More in Gorssel en het Van Gogh Museum in Amsterdam, waar ze in het voorjaar ook sessies zal leiden bij de tentoonstelling van Anselm Kiefer. De musea zijn vaak blij dat ze een manier vinden om bezoekers langer naar de kunst te laten kijken dan de blik van enkele seconden die een schilderij gemiddeld krijgt.
Naast audiomeditaties ontwikkelt Posthumus samen met musea sessies waarin deelnemers zo’n 40 minuten meditatief naar kunst kijken. De redenen om mee te doen verschillen: sommigen krijgen het als uitje cadeau voor hun verjaardag, anderen doen mee om kennis te maken met mindfulness. Langzaam groeit het besef dat kunst kijken net als mindfulness beoefenen goed kan zijn voor wie kampt met sombere gevoelens of burn-outklachten. Zodoende groeit ook de belangstelling voor de rol die kunst kan spelen in de geestelijke gezondheidszorg.
‘Open rustig je ogen en breng je aandacht bij het zintuig zien’, zegt Posthumus’ stem in het Museum van de Geest. ‘Laat je ogen over het kunstwerk wandelen.’ Iedereen volgt daarbij vanzelf een andere route. De een glijdt langzaam van kleur naar kleur, de ander blijft met de ogen gevangen in een figuur, en bij een derde schieten de ogen over het doek. ‘Er is geen goed of fout. We oefenen enkel om op te merken wat er gebeurt.’
Bij wie zo zit komen vanzelf allerlei gedachten op, zegt de stem. Over het kunstwerk – over wat er op te zien is en of je het mooi vindt. Of over hoe je de oefening doet – dat je het wel lekker vindt om even te zitten, of dat de spreektrant van de stem irritant is. ‘Dat geeft allemaal niets. Dat is wat je denkgeest nu eenmaal doet. Merk de gedachte op en breng je aandacht weer terug naar het zintuig kijken, elke keer opnieuw.’
Het is de techniek van meditatie: richt je aandacht op je ademhaling, merk het op als je gedachten zijn afgedwaald en keer zonder oordeel – ‘waarom ben ik nou weer afgedwaald!’ – met je aandacht terug bij je ademhaling. In haar werk als mindfulnesstrainer merkt Jolien Posthumus dat niet iedereen het prettig vindt om meteen de aandacht op de eigen binnenwereld te richten, en op de moeilijke gevoelens die daar kunnen huizen.
‘Kunst kan binnen de aandachtstraining net zo’n anker zijn als je ademhaling’, zegt Posthumus later aan de telefoon. ‘Op een meditatiekussen of een app als Headspace gaat het vaak om stilzitten met je ogen dicht, en soms worden mensen daar juist heel onrustig van. Kunst kijken kan daarom voor sommige mensen een veel veiliger startpunt zijn dan alleen met je ademhaling naar binnen keren.’
Voor bezoekers kan de boodschap dat alles wat je in het museum ervaart oké is bevrijdend werken, zegt Posthumus. ‘Je hoeft niets te weten. Je hoeft het niet mooi te vinden. Ik heb wel gehoord dat mensen het fijn vonden dat er niets gefixt en opgelost hoefde te worden. In stilte losten dingen vanzelf op.’
Soulmates, Stedelijk Museum Breda, t/m 9/3. De zintuiglijke dwaalroute Wander/Wonder is beschikbaar als audiotour; Annemijn Rijk doet de rondleiding live op 25 en 26/1.
Room to Breath van Jolien Posthumus, Museum van de Geest, Haarlem, t/m 31/12. Mindfulnessinmuseums.com
De in 1869 geboren kunstverzamelaar Helene Kröller-Müller had ongetwijfeld mindfulness beoefend als die training in aandacht in het moment al had bestaan. Ze was een spirituele zoeker, zoals velen in een tijd dat God nog niet zo lang dood was verklaard. Haar levensmotto Spiritus et Materia Unum – ‘geest en materie zijn één’ – zou zo boven in een meditatieruimte kunnen hangen.
‘Na een lange zoektocht naar andere vormen van spiritualiteit en zingeving in haar leven vindt Helene op 36-jarige leeftijd in de kunst de sleutel tot de wereld van de ziel’, stelt het Kröller-Müller Museum, dat een jaar voor haar dood in 1939 de deuren opende op de Hoge Veluwe. Daar is onder de noemer Zoeken naar zingeving te zien hoe de collectie is voortgekomen uit haar innerlijke zoektocht; een selectie die is aangevuld met latere aankopen in het verlengde van haar verzameling.
Schrijver en filosoof Désanne van Brederode schreef voor de gelegenheid dialogen bij zeven schilderijen, waarin ze twee stemmen samen hardop laat kijken naar onder meer de Vuurtoren bij avond (1915) van Charley Toorop. De sprekers behandelen daarbij niet de achtergrond van het werk, maar om wat ze zien en wat ze daarbij denken en voelen.
De gesprekken werken gaandeweg als een ‘dialogue intérieur’ van de kijker. Belangrijk is dat de stemmen niet naar een conclusie toe redeneren, maar steeds andere dingen opmerken. Geregeld springen ze van de hak op de tak. Het maakt je ervan bewust dat een schilderij met het verstrijken van de minuten een ander gevoel bij je kan oproepen.
De meeste beeldende kunst is in een oogopslag te zien, in tegenstelling tot film en de podiumkunsten, die zich afspelen in de tijd. Het is een groot verschil. Als één blik genoeg is, kan dat de illusie wekken dat het kunstwerk dat je ziet samengaat met één gevoel of dat het één betekenis heeft. De dialogen laten je ervaren dat ook alle beeldende kunst eigenlijk time based arts zijn, zoals dat in jargon heet. Het kan ieder moment anders zijn. Ook in de Vuurtoren bij avond kan daarom een onverwachte plotwending zitten.
Wie alle zeven dialogen heeft geluisterd, kan zelf het verloop van de tijd ervaren bij een willekeurig werk. Ga dan zeker even op de grond zitten bij Zen for Film (1962-64) van Nam June Paik. Ultieme mindfulnesskunst. De lamp van een ratelende filmprojector schijnt onophoudelijk helder licht op de muur. De beeldjes van de 16mm-film die wordt vertoond, zijn allemaal leeg. Of niet? Kijk aandachtig en je ervaart dat geen seconde hetzelfde is.
Zoeken naar zingeving, Kröller-Müller Museum, Otterlo t/m 11/5.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant