Bijna werd Kim Putters de minister-president van ons land. Toen de SER-voorzitter als informateur aan de wieg stond van het huidige kabinet, werd hij, nadat Plasterk afviel, gevraagd om Mark Rutte op te volgen. Hij bedankte, waarna de keuze viel op Dick Schoof. In gesprek met onze bijna-premier. ‘Ik heb van jongs af aan heel veel geleerd bij de scouting.’
Op voorhand heeft Kim Putters nog wel wat aarzelingen bij een interview. Na een eerste ‘ja’ ontstaat er twijfel omdat hij niet alleen op zijn rol bij de formatie wil terugblikken – vijf weken lang was hij informateur bij de besprekingen die tot het kabinet van PVV, VVD, NSC en BBB leidden. Liever praat hij vanuit zijn rol als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, laat zijn woordvoerder weten. Later zegt ze dat hij ook twijfelt omdat hij een interview over zijn persoon niet ziet zitten – moet hij wéér vertellen over zijn jeugd als kind van een binnenvaartschipper – en wil praten over wat er nodig is voor de toekomst van de Nederlandse economie. Maar uiteindelijk wordt er toch een gaatje in zijn overvolle agenda gevonden.
De 51-jarige SER-voorzitter en hoogleraar brede welvaart aan de universiteit van Tilburg, die voorheen negen jaar directeur was van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en tien jaar voor de PvdA in de Eerste Kamer zat, huppelt vlotjes meerdere trappen van het SER-gebouw in Den Haag naar beneden om zijn bezoek zelf op te halen. Zijn woordvoerder zit twee verdiepingen hoger al klaar in de vergaderkamer om het interview op te nemen en zal tijdens het gesprek druk aantekeningen maken.
Wat waren memorabele momenten voor u in het afgelopen jaar?
‘Mijn oratie van 4 november in Tilburg. Ik vond het echt een mooi moment om daar te mogen uitleggen hoe ik tegen de brede welvaartsthematiek aankijk. We weten al sinds de Club van Rome dat we people, planet en profit meer in balans moeten brengen, maar hoe komen we daar nou? Die sturingsvraag heb ik kunnen agenderen. Een ander moment waar ik echt heel blij mee ben, en dat me ook wel trots maakt, is dat wij afgelopen januari met sociale partners en kroonleden een brede welvaartsvisie op de toekomst van de economie hebben kunnen formuleren, waar iedereen unaniem achter is gaan staan.’
Dat zijn de twee momenten waaraan u denkt bij 2024?
‘Ja, ik vind gewoon dat het nog steeds te veel ontbreekt aan een perspectief op de toekomst.’
Dat Trump de verkiezingen heeft gewonnen, is niet iets wat 2024 voor u kleurt?
‘Nee, kijk, je kunt op verschillende manieren naar het jaar kijken. Natuurlijk, politiek gezien is het een ontzettend spannende tijd. 2024 lijkt een jaar waarin veel politieke en maatschappelijke verschuivingen samenkomen. Dat is iets wat we al erg lang zien. Het is niet nieuw dat bepaalde politieke stromingen opkomen en dat er onzekerheid en onbehagen in de samenleving zit. Ik heb daar bij het SCP negen jaar kennis over gedeeld. 2024 kun je typeren als het jaar met veel onzekerheid, onbehagen en onmacht.’
Als je aan mensen zou vragen: wat was volgens jullie het jaar van Kim Putters, dan zouden ze zeggen...
Onderbreekt: ‘Dan zeggen ze de formatie, waarschijnlijk.’
Kunt u vertellen hoe dat ging? Hoe begon het?
‘Ik ben op een gegeven moment gewoon gebeld.’
Door Geert Wilders?
‘Ja. De grootste partij heeft de lead in een kabinetsformatieproces. De fase met Ronald Plasterk als informateur liep stuk en er ontstond een situatie van: hoe nu verder? De opdracht die ik kreeg, was om met alle politieke partijen in de Tweede Kamer te gaan praten en de mogelijkheden van samenwerking in beeld te brengen.’
Heeft u meteen ‘ja’ gezegd?
‘Nee, je moet altijd even nadenken, maar veel tijd was er niet. Ik heb er een nacht over kunnen slapen.’
Wat waren uw afwegingen om ‘ja’ te zeggen?
‘Het is in ons parlementair bestel van groot belang dat er van verkiezingsuitslag naar regeringsvorming wordt gegaan, en dat het een zorgvuldig proces is waarbij de spelregels die wij daarvoor hebben worden nageleefd. En waarbij de samenleving er vertrouwen in kan hebben dat het proces zorgvuldig plaatsvindt. Het is erg belangrijk dat alle stemmen worden gehoord, maar ook dat de samenleving daar op die manier naar kan kijken. Daarvoor heb je mensen nodig die met enige afstand dat proces bewaken en dat niet meteen politiek insteken. Die rol heb ik willen spelen, omdat ik er diep van overtuigd ben dat het juist in een gefragmenteerde politieke situatie, snel tegenover elkaar komt en het vertrouwen in de politiek onder druk staat, belangrijk is dat je mensen hebt die daar enige rust in kunnen brengen. Als je dan, zoals ik, bij een instituut werkt waar wordt verwacht dat je op een onafhankelijke wijze boven de partijen staat, dan vind ik dat ik zo’n vraag positief moet beantwoorden.’
Polste u voordat u ‘ja’ zei bij de SER en bij uw partij, de PvdA?
‘Nee, dit is mijn eigen afweging geweest.’
Waren er ook afwegingen om het niet te doen?
‘Ik kan geen goede reden bedenken waarom ik hier ‘nee’ tegen had gezegd. Welke zou dat moeten zijn?’
Als je het partijprogramma van de PVV leest en kijkt naar het gedrag van Wilders de afgelopen jaren, dan zou je als PvdA-man kunnen denken: daar wil ik voor geen millimeter aan meewerken.
‘Maar een informateur is niet in opdracht van Geert Wilders bezig. Een informateur krijgt een opdracht namens de hele Kamer, en de opdracht was om te kijken welke coalities mogelijk waren. En natuurlijk realiseer je je dat er een partij de grootste is. Dus ja, het is vanzelfsprekend dat die grootste partij een rol in de formatie zou spelen.’
Hoe was het voor u dat uw eigen partij, de PvdA, de motie waarin die opdracht aan u werd verstrekt, niet steunde?
‘Dat is natuurlijk een vraag aan de PvdA.’
Maar hoe was dat voor u?
‘Wat ik erover kan en wil zeggen is: het parlement moet na verkiezingen de bereidheid tonen om te onderzoeken welke vormen van samenwerking tussen minderheden mogelijk zijn, en dan vraag je iemand om dat te doen.’
Het gaat u om het belang van het land, zei u net. Als je kijkt naar hoe Wilders opereert, niet in oplossingen maar alleen in conflicten denkend, vindt u dat dan in het landsbelang?
‘Je kunt onmogelijk een informateur aankijken op het gedrag van Wilders. Ik geef geen recensies van hoe politici het doen. Politici zijn zelf verantwoordelijk voor hun uitingen en gedragingen.’
Als we het even wat extremer maken, puur om te kijken of die redenatie klopt: zou u ook meewerken aan een kabinet met Trump of, nóg extremer, met Hitler? Met andere woorden: zit er een grens aan uw democratische bereidwilligheid?
‘Mijn opdracht was om te kijken hoe alle fracties in de Tweede Kamer aankeken tegen de politieke situatie en wat voor kabinet er zou moeten komen. Dat is een heel andere vraag dan zoals jullie hem nu formuleren.’
Maar houdt u dan uw oren dicht voor de consequenties?
‘Mijn opdracht was om in beeld te brengen welke coalities er mogelijk waren in dit land. Dát was mijn opdracht. Dringt dat door, of niet?’
Ja, dat dringt door, maar je weet ook dat als je verder kijkt...
Onderbreekt: ‘Nee, dat weet je niet, want er hadden ook fractievoorzitters bij mij aan tafel kunnen zitten die een ander idee hadden gehad over de coalitie. Het zijn de politieke partijen zelf die dit kabinet hebben gewild, niet ik. Ik heb daar neutraal in gezeten.’
Een resultaat van de formatie is dat we nu van crisis naar crisis gaan, en er polariserende dingen worden gezegd. Kijkt u daar niet met een dubbel gevoel naar?
‘Ik herhaal, mijn opdracht was om met de hele Tweede Kamer te gaan praten en nagenoeg de hele Tweede Kamer zei: deze vier moeten weer om de tafel om te kijken of er een coalitie zou kunnen worden gevormd. Wat had ik dan moeten doen? Wat dan?’
U had tegen Wilders kunnen zeggen: wat je ook vraagt, ik werk op geen enkele manier mee aan een kabinet met jou. Ik sluit je uit, zoals Rutte dat deed. En dan ophangen.
‘Nee nee nee. Het is echt zo belangrijk dat er juist in gepolariseerde tijden aan de spelregels van onze parlementaire democratie wordt vastgehouden, en daar hebben we allemaal een rol bij te spelen.’
Dus ongeacht wie u belt, waar diegene ook voor staat, u zult altijd ‘ja’ zeggen?
‘Als die fase wordt overgeslagen, wordt het democratische proces ondergraven.’
Begrijpt u dan ook niet de kritiek en de brieven die u kreeg van PvdA’ers: doe dit niet?!
‘Ik begrijp niet dat je het er niet mee eens kunt zijn.’
Wat vindt u van de mening dat als je een kabinet met de PVV mogelijk maakt, je daarmee ‘radicaal-rechts normaliseert’?
‘Ik vind het echt aan politici om in die discussie te stappen. Maar het kan in ons land niet zo zijn dat een hele groep kiezers structureel aan de kant staat, want we hebben elkaar altijd weer nodig. Dat is soms lastig, maar dat samenspel moet je doen op basis van vertrouwen en aan de hand van spelregels.’
Gelden er geen andere regels voor partijen waarin mensen zitten die achter uitspraken als ‘minder Marokkanen’ staan? In uw toespraak tijdens de Nationale Herdenking op de Dam zei u dat we wakker moeten worden en citeerde u Remco Campert: ‘Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden.’ ‘Herdenken dwingt onszelf vragen te stellen, zoals de vraag of we ons verzetten tegen leugens of tegen ongelijke behandeling?’
‘Natuurlijk, dat vragen stellen doe ik de hele dag. En in het Nationaal Comité 4 en 5 mei zijn we er heel erg mee bezig om na te denken over de manier waarop wij een bijdrage kunnen leveren aan het verminderen van de spanning in ons land. Dat doorleef ik enorm, maar ik vind ook dat de politieke arena zijn eigen normen moet stellen.’
En als zij het met zijn allen een goed idee vinden om een hond te doden, dan willen ze dat maar met zijn allen?
‘Ik ben niet verantwoordelijk voor wat politici doen, hoe ze elkaar noemen, welke labels er opgeplakt worden. Ik heb mijn verantwoordelijkheid hier, en bij het Nationaal Comité, en die rollen vervul ik naar eer en geweten.’
Maar als je iemand een hond ziet doodschoppen, dan grijp je toch in, ook al is het je rol niet?
‘Dat is meer als mens. Als ik dat op straat zie gebeuren, dan loop ik er niet aan voorbij nee. Zeker niet.’
Oké, we laten het los.
‘Ik vind het heel wezenlijk dat we hierover praten, hoor. Ik heb dat nog nergens gedaan. Ik vind het plezierig dat ik het jullie nu kan uitleggen, want het is echt zo belangrijk dat er juist in gepolariseerde tijden op een zorgvuldige manier aan de spelregels van onze parlementaire democratie wordt vastgehouden.’
Vervolgens kwam er weer een vraag uit de politiek: wilt u minister-president worden? ‘Kim Putters heeft een tijdje getalmd met antwoord geven’, schreef het AD. Waarover was u aan het talmen?
‘Daar heb ik gewoon helemaal niks over te zeggen, of daar wil ik helemaal niks over zeggen.’
U wilt niet zeggen waarom u ‘nee’ zei?
‘Ik heb hier helemaal geen commentaar op. Ik ben voorzitter van de SER, dat was ik op dat moment nog maar heel kort, nog geen anderhalf jaar. En ik denk dat ik hier een ontzettend belangrijke taak heb. Zeker in het gepolariseerde krachtenveld waarin we zitten, is het ontzettend belangrijk dat er plekken zijn waar tegenstellingen overbrugd worden. Want de samenleving moet ook zelf tegenstellingen overbruggen en goede voorstellen aan de politiek doen, dat moet je niet alleen aan de politiek overlaten.’
U denkt dat u een grotere bijdrage aan Nederland kan leveren als voorzitter van de SER dan als minister-president?
‘Ik denk dat ik als voorzitter van de SER een heel belangrijke bijdrage kan leveren, ook richting de politiek. Want ik zie dat waar het in het parlement niet altijd lukt om bruggen te bouwen en uiteenlopende opvattingen bij elkaar te brengen, ons dat hier gelukkig wel lukt. Of dat nou gaat over pensioenen, de arbeidsmarkt, het klimaat, energie of arbeidsmigratie. Je ziet in het parlement dat de polen krachtiger worden en steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Hier lukt het gelukkig heel vaak om te zeggen: wacht even, hoe kunnen we depolariseren? Hoe kunnen we de verbinding zoeken in het redelijke midden? Dus ja, ik ben ervan overtuigd dat ik hier meer kan betekenen dan als premier. Want je wil toch niet dat het elke paar jaar een andere kant op gaat? Dat jojobeleid is niet goed voor de stabiliteit van het land en voor onze economie. Dat gaat me erg aan het hart, en daar werk ik hard voor.
‘Ik maak me ook heel veel zorgen om de polarisatie, en over dat we – veel meer dan een aantal jaar geleden – een politieke arena zien die ongeveer alles in het links-rechtsframe zet. Dat is enorm contraproductief. De kracht van ons land is altijd geweest: een sterk midden. En die groep is er nog steeds, er is een heel groot stil midden. Alleen is dat niet zo vocaal als uiterst links of uiterst rechts, die groep mist een voice. Die stem proberen wij hier te mobiliseren.’
Het lijkt erop dat deze regering uw eindverslag als informateur niet heeft gelezen. U had het daarin over de omgangsvormen, over terughoudendheid op sociale media, over vertrouwen en elkaar steunen. Ziet u daar zelf iets van terug in het gedrag van dit kabinet?
‘Ik denk dat iedereen zich betere omgangsvormen ter harte moet nemen, in de volle breedte van de politiek. Hoe je naar buiten toe dingen zegt, of je kopjes koffie drinkt met elkaar, elkaar tijdig informeert en geen verrassingen bezorgt; het draagt allemaal bij aan onderling vertrouwen.’
Maar dacht u toen u dat advies over de omgangsvormen optikte: dat ik dit opschrijf gaat echt effect hebben?
‘Nou, het is misschien wel opgevallen dat in die vijf weken dat ik informateur was... Laat ik het zo zeggen: iedereen sprak met elkaar, en met mij. Er werd niet via de media gesproken. Iedereen heeft zich aan de vertrouwelijkheid van de gesprekken gehouden. We hebben afspraken gemaakt over de manier waarop we met elkaar zouden omgaan. En je hebt dan ook de regie op dat proces, en die heb ik gevoerd.’
Was het uit het landsbelang dat u zo belangrijk vindt dan niet beter geweest als u wel ‘ja’ tegen het premierschap had gezegd? Want met u lukt het wel.
Hij lacht.
Wat deed u waardoor het u wel lukte om de rust te bewaren, zodat ze elkaar niet in de haren vlogen?
Grinnikt. ‘In zijn algemeenheid is het goed om af en toe even adem te halen. Je kunt soms denken: dit is het allerbelangrijkste in de wereld. Maar een paar dagen later valt het ook wel weer mee. Ik los dat zelf op door elke ochtend te gaan zwemmen. Mijn grootste zorgen liggen op de bodem van het zwembad. Als ik eruit stap, kan ik alles weer een beetje in perspectief zien. Verder ben ik iemand van de harmonie. Daar moet je soms hard voor werken, maar ik geloof er erg in tegenstellingen niet te vergroten. Je moet kijken naar waar je elkaar wel kunt vinden, zodat we een stap vooruit kunnen. Dat inzicht gun ik de politiek ook.’
Maar hoe kreeg u het voor elkaar dat er in uw tijd niks naar buiten kwam via sociale media? Heeft u gezegd: jongens, nu even niet de hele tijd meteen naar Twitter rennen?
‘Ik geloof niet dat ik letterlijk gezegd heb: nou jongens, nu niet meer twitteren. Ik heb gewoon duidelijk gemaakt hoe ik dat proces voor me zag en of ze het met me eens waren dat je elkaar aanspreekt als het even niet lekker zit. Dat doe ik altijd als ik aan iets nieuws begin. Als het onderling moeilijk gaat, vertel het me, want dan ben ik er ook. Als ik voorstel om elkaar met respect en openheid aan te spreken, dan gaan mensen daarin mee. Het is niet dat ik de vijf regels van Putters heb afgekondigd of zo, haha.’
U staat bekend als iemand bij wie mensen niet snel woedend de kamer uitlopen, en die met iedereen door een deur kan. Hoe bent u zo geworden?
‘Ik weet het niet. Dat vind ik een lastige vraag. Ik weet wel dat het altijd al in me zat. Op school was ik al degene die met iedereen kon opschieten. En als er ruzie was, kon ik het conflict wat verzachten. Ik ben ook volhardend, heb veel discipline, dus het moet wel heel gek gaan wil ik het opgeven om er niet met iemand uit te kunnen komen.
‘Misschien heeft het te maken met mijn jeugd. Ik groeide op in een liefdevol gezin, mijn ouders leven allebei nog, maar mijn vader was als schipper voor zijn werk veel en lang van huis. Dan heb je als oudste zoon een iets andere rol. Althans, ik had het gevoel dat ik een beetje voor mijn kleinere broer moest zorgen en ook andere dingen op me moest nemen. Dat heeft er altijd wel in gezeten.
‘En ik heb van jongs af aan heel veel geleerd bij de scouting. Ik denk dat ik mij daar erg ontwikkeld heb. Ik heb veel meer contact gekregen met anderen, terwijl ik daarvoor meer van het boeken lezen was en niet veel vriendjes had. Via de scouting krijg je getrapt verantwoordelijkheid voor steeds grotere groepen kinderen en dat heb ik allemaal doorlopen, tot aan bestuurslid bij Scouting Nederland. En ook daar was het altijd van: je komt met zijn allen weer thuis, niemand blijft achter. Dat zit er bij mij heel diep in, denk ik.’
Ook als politici heel anders denken, neemt u ze mee. In uw profiel op sociale media staat een regenboog. Als informateur zit u aan tafel met een man die zegt: alles met woke moet in het onderwijs verboden worden.
‘Sterker nog, ik zat tien jaar in de gemeenteraad van mijn woonplaats en heb in coalities met de SGP gezeten. Ik ben opgegroeid in Hardinxveld-Giessendam, daar woon ik nog steeds, de helft van de gemeenschap is streng christelijk. Toch heb ik me er altijd geaccepteerd en gerespecteerd gevoeld, ook als homo. Maar ik heb ook nooit moeite gehad om mensen met andere opvattingen op te zoeken, ik ga het gesprek en de samenwerking liever aan. Ik wil met respect behandeld worden, maar ik ga niet tegen iemand zeggen: je mag die opvatting niet hebben.’
U kwam pas laat uit de kast omdat u onder meer dacht: straks worden mijn ouders boos. Terwijl dat wel het allerlaatste was wat in hun hoofd opkwam, zeiden ze.
‘Ja.’
Waarom denkt u dat u het toch dacht?
‘Daar zat ik net ook aan te denken, dat mijn homoseksualiteit wel een rol heeft gespeeld in hoe ik ben gevormd. Pas op latere leeftijd, eigenlijk pas recent, sta ik mezelf toe om te beseffen dat het proces meer impact op me heeft dan dat ik altijd wilde. Als homo ben je toch anders. Dat wilde ik lange tijd niet accepteren. Ik heb een goede baan, word overal gerespecteerd, maar toch behoor je tot een groep waar altijd net anders tegen aangekeken wordt. Terwijl je gewoon wil meedoen in de samenleving. Zeker als je jonger bent, ga je door dat anders-zijn denken: als ze maar niet boos op me worden, misschien moet ik me extra bewijzen.
‘Dat gevoel is nu verdwenen, maar ik loop nog altijd niet hand in hand over straat met mijn partner. Ik geef hem ook geen zoen in het openbaar. Dat komt zelfs niet meer in mij op. Hoe komt dat eigenlijk? Omdat je toch in een samenleving opgroeit waarin je je afvraagt hoe mensen ernaar kijken als je je vriend op straat zoent.
‘Afgelopen zomer ben ik met Marhijn naar Kaapverdië op vakantie geweest. Als homo verdiep je je altijd in het land waar je naartoe gaat, omdat je niet zeker weet of het wel verstandig is dat je daar samen naartoe gaat. Dat bleek op zich te kunnen. Tot we werden geweigerd in een restaurant en dat overduidelijk kwam omdat ze zagen dat we bij elkaar hoorden. Dat heeft Marhijn en mij diep geraakt. Marhijn heeft daar een aantal dagen last van gehad. Ik ook wel, maar ik kan me daar redelijk snel overheen zetten. Hij vroeg zich af: wil ik eigenlijk nog wel langer in dit land zijn? Daar hebben we toen serieus over nagedacht. Terwijl we in een prachtig hotel zaten, met een mooi zwembad en een strand. En we er na een bewogen half jaar echt aan toe waren om even uit te rusten.’
Hoe bent u eigenlijk in ruzies met Marhijn?
Hij lacht en valt lang stil. ‘Hoe ben ik in ruzies met Marhijn? Ik ben niet altijd even makkelijk voor hem. Misschien verwacht je partner soms van je dat je sturend bent en zegt: dit gaan we doen. Zo ben ik niet. Maar daar krijgen we niet echt ruzie over. We hebben eigenlijk nooit ruzie. Hij is gewoon hartstikke lief, haha. En ik denk dat hij dat ook van mij vindt. Dat weet ik wel zeker. Marhijn en ik zijn nu bijna veertien jaar bij elkaar, en hij is een lot uit de loterij!’
U wordt zo veel aangesproken in het dorp dat u soms boodschappen doet in de Dirk van den Broek een plaats verderop. Is dat ook de allemansvriend in u?
‘Nou ja, allemansvriend, ik trek wel grenzen hè. Zowel in mijn privéleven als in mijn werk zeg ik tegen veel dingen ‘nee’. Maar ik ben ook gewoon een mens, en die heeft er niet altijd zin in om op zaterdagochtend iedereen te spreken in de winkel. Terwijl ik het eigenlijk heel terecht vind dat mensen me aanspreken, net zo goed als dat ik het terecht vind dat jullie de vragen aan mij stellen die jullie stellen. Maar ik vind het niet altijd fijn, en dan ga ik soms een Dirk verder.’
U kunt ook zeggen: nu even niet alsjeblieft.
‘Ja, dat kan. Maar ik ken wel echt heel veel mensen in mijn woonplaats, en het is niet fijn om dat de hele tijd te moeten zeggen als je van de chocopasta naar de zalm gaat.’
Heeft u eigenlijk hoop dat er iets kan gebeuren waardoor de omgangsvormen in Den Haag weer wat fatsoenlijker worden?
‘Volmondig ja. Het moet. Ik vind dat het moet. Ik geloof er echt in dat het met meer respect kan.’
Waar haalt u die hoop vandaan?
‘Ik ben ervan overtuigd dat de stille, kwetsbare krachten uiteindelijk sterker zijn. Je kunt mensen heel stevig in diskrediet brengen en persoonlijk aanvallen, en op de korte termijn kan dat effect hebben, maar in the long run niet. Als het om de grote vraagstukken van het land gaat, moet je er samen de schouders onder zetten.
‘Kijk, polarisatie hoeft niet erg te zijn, maar als dat steeds sterker ontaardt in wij-zij-denken, goed-slecht, winnaar-verliezer, links-rechts, elite-volk, en dat wij-zij-denken zich gaat nestelen in alles wat wij doen, dan wordt het heel lastig om nog tot elkaar te komen. En daar zal ik echt met alles wat ik in me heb tegen vechten. Het klopt niet, het is niet goed, niemand is erbij gebaat en het kan alleen maar tot conflict leiden.’
Toch lijken we daar heel sterk naar op weg te zijn.
‘Gelukkig zijn we daar nog niet. Maar we moeten er echt met zijn allen voor zorgen dat het dat niet wordt. Dat wil ik niet. Niet voor mijn familie, niet voor mijn vriendenkring, maar ook niet voor ons land. En ik zie het als mijn grootste opdracht bij de SER om dat te voorkomen. Onze opdracht is niet om verschillen te vergroten, maar om goede oplossingen te bedenken. Voor mensen die geen werk hebben, voor mensen die zorg nodig hebben. We moeten steeds weer de boodschap blijven verkondigen dat we tot elkaar moeten komen, dat we bruggen moeten bouwen.’
We hebben nu een minister-president die na de rellen in Amsterdam zegt: ‘Het is wel overduidelijk dat de integratie niet goed verloopt.’ Had u dat ook gezegd?
‘Daarvoor moet je bij hem zijn. Ik zei al: ik ben niet de recensent van politici, ik ben een pleitbezorger van het zorgvuldig analyseren.’
Dit interview is voor het eindejaarsnummer, een tijd van bezinning. Wilt u mensen nog iets meegeven?
‘Een van mijn hoogtepunten van dit jaar was ook de Libris Literatuurprijs. Het was echt geweldig om die een keer te mogen voorzitten, dat is een snoepwinkel. Wat ik echt zou willen meegeven, is dat er zo veel mooie, goede literatuur verschijnt. En lezen helpt bij alles waar wij het over hebben gehad. Als mensen zich kunnen verplaatsen in anderen, verbanden kunnen leggen, en soms ook even helemaal niet begrijpen waarom een boek zo eindigt, zullen ze zich eerder verbinden en verbonden voelen. Dus ik denk dat een herwaardering van het lezen op zijn plek is.’
Kunt u een boek aanraden?
‘Bij Water val van Ingrid de Vries heb ik een traan moeten laten. Een jongetje uit Afghanistan komt in het noorden van Nederland te wonen en raakt daar in de klas bevriend met een Nederlands jongetje. De een wordt gepest, de ander is populair. Ze moeten samen werken aan een opdracht en groeien naar elkaar toe. Hun vriendschap leidt tot houden van en er ontstaat een homoseksuele relatie. In dat verhaal komt alles samen. Toen ik dat las, dacht ik: ja, zo zou ik willen dat Nederland is.’
22 september 1973Geboren in Hardinxveld-Giessendam.
1985-1991Mavo in Hardinxveld-Giessendam, vwo in Papendrecht.
1991-1996Studie bestuurskunde aan Erasmus Universiteit Rotterdam.
1996-2001 Promotieonderzoek naar de ziekenhuiszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
2000-2003 Universitair docent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
2003-2008Universitair docent bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur.
2002-2006 Gemeenteraadslid voor PvdA in zijn geboortegemeente.
2006-2012Voorzitter van de PvdA-fractie.
2003-2013Eerste Kamerlid PvdA en Eerste Ondervoorzitter. Bij zijn afscheid werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
2008-2013 Bijzonder hoogleraar management van zorginstellingen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
2013-2022Directeur Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).
2013-2022Hoogleraar beleid en sturing van de zorg in de veranderende verzorgingsstaat.
2016-2024 Vicevoorzitter Oranje Fonds.
2018-heden Bestuurslid Nationaal Comité 4 en 5 mei.
2022-hedenUniversiteitshoogleraar brede welvaart aan de Universiteit van Tilburg.
2022-hedenVoorzitter van de Sociaal-Economische Raad.
2024 Comeniusprijs.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant