Mensen kunnen niet zonder natuur; beide kunnen wel wat rust gebruiken.
En zo bevond ik mij begin deze week ineens in een S-vormige rij van vele honderden (misschien wel duizend) mensen die zich door de hal van Den Haag Centraal slingerde naar het VVV-kantoortje aldaar. Traden de Rolling Stones weer op? Taylor Swift? Nee, we stonden in de rij voor de natuur. Het spreekwoordelijke bosje ter grootte van een krant (J.C. Bloem), welteverstaan: vandaag begon de verkoop van nieuwe jaarkaarten voor het Haagse Park Sorghvliet, de ommuurde achtertuin van het Catshuis van ongeveer 25 hectare groot (of klein).
Het park – eerste bewoner Jacob Cats liet er al zijn ‘sorghen vlieden’ – heeft een lange geschiedenis. Het ingenieuze padenstelsel maakt het landgoedje groter dan het is. Er stroomt een lieflijk beekje doorheen en er groeien bijzondere stinzenplanten, sommige misschien nog aangeplant door vadertje Cats zelf. Geen vrolijker aanblik dan de paarsblauwe zee van wilde hyacinten in het voorjaar – sta je ineens middenin Arrival of Spring in Woldgate, die serie feestelijke iPad-tekeningen van David Hockney.
Omdat ik er tot voor kort jarenlang letterlijk naast heb gewoond, wilde ik me de toegang tot dat oude nest voor komend jaar niet ontzeggen. Er huizen immers appelvinken, bosuilen en groene spechten. Over het beekje schiet weleens een ijsvogel voorbij. Er woonde lang een ree op het complex, een pechvogel die wel het hek bij de ingang wist te vinden, maar niet de weg terug. Ik heb er eens als eerste bezoeker in de kersverse sneeuw de slingerende sporen van vossen gezien.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
En dus verdrongen wij ons om hondvrije natuur voor de happy few: niet alleen moest je op de hoogte zijn van de publiek geheime verkoopdatum van de jaarkaarten, ook diende je bereid te zijn aan te sluiten in de enigszins gênante rijen in het Centraal Station én 8 euro en 70 centen neer te tellen voor het felbegeerde kartonnen document. Logisch dat de rij vrijwel geheel bestond uit witte ouderen die (ik ben geen haar beter) wilden betalen voor gratis natuur.
Omdat gedeelde smart verbroedert, schuifelden we mistroostig eensgezind richting kassa. ‘Hoe meer mensen, hoe minder natuur’, schamperde een man voor me, neerkijkend op de massa die we zelf vormden. Was dan thuisgebleven, dacht ik, maar ik zei: ‘Het omgekeerde is ook waar: hoe minder natuur, hoe meer mensen zich er samenballen.’ Beide leek me geen goed nieuws voor de natuur.
Intussen zag ik mijn hoogsteigen wet van de winterparadox weer aangetoond: hoe warmer de wereld, hoe dikker de winterjassen. De wet is nog onbewezen, maar voor ieder zichtbaar in het straatbeeld: zodra de temperatuur rond de 12 graden komt, hullen mensen zich in 10 centimeter dikke donsgevulde parka’s met bontkragen (tweemaal fout), klaar om maandenlang te bivakkeren op de Noordpool.
Een dag later waagde een kennis zich naar de VVV, op jacht naar nog een kaart. Ik wenste hem succes, in de volle overtuiging dat het vergeefs was. Een half uur later kwam het whatsappje: ‘Geen probleem, volop kaarten!’
En zo openbaarde zich het inzicht voor een nieuw jaar: de mens kan niet zonder natuur, maar beide kunnen wel wat rust gebruiken – een inzicht dat ook de gepolariseerde wolvengekte zou kunnen dempen. Alvast een natuurlijk nieuwjaar gewenst, en tot volgend jaar.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant